*

 

Een opera voor veertig luidsprekers schreef componiste Huba de Graaff. 'De speaker leeft, want hij beweegt.'

door KEES ARNTZEN − 20/03/04, 00:00

,,Bewegend geluid is heel natuurlijk'', begint componiste Huba de Graaff haar uiteenzetting over de opera voor luidsprekers, die zij componeerde. ,,Ik heb er zelf een erge hekel aan als het natuurlijke geluid van een orkest wordt verpest doordat er op het podium ook nog eens luidsprekers worden geplaatst. Bewegend geluid is magnifiek en werkt heel anders dan die platte klanken uit een vaste bron. En toch willen de mensen in de concertzaal van zo'n orkest terughoren wat ze thuis van hun consumenten-elektronica gewend zijn. Enorm pervers eigenlijk. Ik heb er ook een enorme hekel aan als er -bijvoorbeeld op een perron of in een winkelcentrum- muziek uit een onzichtbare speaker komt. Het maakt de makers onzichtbaar en onbereikbaar en creëert lichtjaren van afstand tot de mensen. Het is niet voor niets dat de groei van het Derde Rijk hand in hand ging met de ontwikkeling van microfoon en speakers. Ik heb geen hekel aan luidsprekers, integendeel! Maar ik wil niet genept worden. Ik wil het ding weer een tastbaar ding laten zijn. De speaker leeft, want hij beweegt!''

Wie de affiches en flyers van de opera 'Lautsprecher Arnolt' bekijkt, kan bepaald niet ontgaan dat een link met nazi-Duitsland wordt gelegd. Een rood vlak dat doorkruist wordt door witte en zwarte banen bepaalt het beeld, een kleurgebruik dat ook in het toneelbeeld terugkomt. Die oor logsthematiek is vooral afkomstig van auteur en regisseur Erik-Ward Geerlings, met wie De Graaff het idee voor een opera voor luidsprekers uitwerkte.

,,Erik-Ward is gefascineerd geraakt door het personage Arnolt Bronnen (1895-1959), een onwaarschijnlijke figuur die het presteerde zowel met Bertolt Brecht als met Joseph Goebbels bevriend te zijn. Zijn hele levensloop staat bol van de extremen. Beschuldigd en opzijgeschoven door de nazi's neemt hij deel aan het Oostenrijkse verzet, is nog even burgemeester in oorlogstijd en wijkt na de oorlog uit naar de DDR, waar men de auteur Arnolt Bronnen wegens zijn pornografische geschriften ook niet echt omarmt. Dankzij interventie van Brecht overleeft hij en slijt de laatste jaren van zijn leven als toneelrecensent in Berlijn.''

De vraag doemt op waarom uitgerekend deze kleurrijke figuur de titelheld werd in een opera met luidsprekers. Met engagement vervolgt Huba de Graaff: ,,Voor ons is Bronnen het type van de geboren LUID-spreker, een manipulator, een provocateur die er telkens in slaagt alle aandacht naar zich toe te trekken, terwijl hij eigenlijk niets te zeggen heeft. In onze tijd ligt een vergelijk met Arnold Schwarzenegger of Pim Fortuyn voor de hand.''

,,Luid, luider, luidst!, luidt de ondertitel bij de opera, die culmineert in een slotscène met een Partijcongres. Een lange balk met zo'n vijftien grote luidsprekers, die wij Meistersinger hebben genoemd, richt zich tot het publiek. IJzingwekkend en banaal, maar toch met de schoonheid van een plaatje uit een film van Leni Riefenstahl. De luidsprekers dreigen Arnolt te overstemmen, maar die zingt en schreeuwt terug.''

Arnolt wordt gespeeld door de acteur Marien Jongewaard. Sprekend en zingend en soms zelfs gillend onderhoudt hij zich met de luidsprekers, zijn tegenspelers op het toneel: Goebbels, Brecht of een scharreltje waarmee hij innig danst. Meestal is hij het die de speakers een zetje geeft, in beweging brengt, waardoor de complexe, bewegende geluidspatronen ontstaan waar de componiste zo dol op is.

,,Ik denk aan ze als een soort bezielde materie. De luidspreker is voor mij echt het instrument van de elektronische muziek. Er komen aan deze voorstelling wel zon veertig luidspekers te pas, allemaal bewegende personages met een eigen karakter. Sommige dierbare heb ik onttrokken aan mijn eigen collectie, maar de meeste speakerinstallaties zijn creaties van ontwerper Bart Visser. Met hem maakte ik al eerder zo'n soort voorstelling met luidsprekers in de Westergasfabriek. Iedereen vond dat we dat moesten herhalen en ontwikkelen, maar uiteindelijk namen we die ervaringen liever mee in een geheel nieuw concept. Dankzij Erik-Ward en Marien Jongewaard en de Rotterdamse Schouwburg werd dat dus 'Lautsprecher Arnolt'.''

mailIcon print |