*

 

De armen worden rijker

door Bas de Vries − 20/03/04, 00:00

Dankzij de globalisering is de armoede in China en India sterk afgenomen, kunnen kinderen in de Derde Wereld naar school en zijn vrouwen zelfstandiger geworden. Dit schrijft econoom Jagish Bhagwati in een pas verschenen boek waarin hij alle mythes rond de vermeende verderfelijke invloed van de groeiende wereldhandel doorprikt. 'Leiders van arme landen die hun land menen te moeten beschermen met protectionische maatregelen, schaden hun eigen bevolking.'

De grote belangstelling in de westerse wereld voor het anti-globalisme is volgens Jagdish Bhagwati een modeverschijnsel, een moderne variant van het anti-kapitalisme zoals dat dertig jaar geleden al in zwang was onder linkse intellectuelen. En zijn eigen Columbia universiteit in New York is aan die modegril niet ontsnapt.

De Amerikaans-Indiase econoom is gefascineerd door de passie waarmee studenten de discussie met hem aangaan over sweatshops, de verzamelnaam voor de fabriekjes in ontwikkelingslanden die sportschoenen en andere luxe-artikelen in elkaar zetten. Net zoals hij deze middag in zijn Londense hotel haast bewonderend spreekt over de 'briljante manier' waarop de demonstranten rond de vergaderingen van internationale organisaties als het IMF, de Wereldbank en vooral de Wereldhandelsorganisatie de aandacht van de wereldpers naar zich toe weten te trekken. Straattheater van de bovenste plank, noemt hij het in zijn vorige week verschenen '47ste of 48ste boek': In Defense of Globalization.

Maar dat betekent nog niet dat hij de argumenten serieus kan nemen die hij tijdens de debatten op de campus voor zijn voeten krijgt geworpen en die altijd weer diezelfde verwijten bevatten aan het internationale bedrijfsleven: dubbele moraal, hypocrisie, uitbuiting. ,,Je hoort dan verhalen die in die kringen worden rondverteld, maar die het verdienen om met klem te worden weersproken'', zegt hij op de van hem bekende scherpe toon, die geregeld wordt onderbroken door grapjes en lachbuien. ,,Zoals de stelling dat je een jas van de ontwerpster Anne Klein op Madison Avenue in New York koopt voor 250 dollar, terwijl die in Guatemala is gemaakt door mensen die niet meer dan een dollar per dag verdienen. De suggestie is dan dus dat het modehuis die arbeiders dus echt tot de laatste cent uitperst.''

,,Er wordt nooit bij verteld dat van de tien jassen die worden geproduceerd, er negen mislukken. Dat betekent dus dat je eigenlijk spreekt over een prijs van 25 dollar per afgeleverde jas. En van dat bedrag gaat dan nog een flink gedeelte af, vanwege onder andere de transportkosten en de importtarieven die in veel landen nog bestaan. Laat je dat op je inwerken, dan moet je constateren dat de situatie tien keer minder schandalig en scheef is dan door velen wordt voorgesteld.''

Het is een goed voorbeeld van de praktische wijze waarop Bhagwati in zijn boek probeert heen te prikken door alle mythes over de verderfelijke invloed van de groeiende wereldhandel. Geprikkeld door discussies met anti-globalisten als Naomi Klein en Ralph Nader (de groene presidentskandidaat die in 2000 zoveel stemmen bij Al Gore wegkaapte, dat hij George Bush jr. aan de macht hielp) begon hij zich zo'n zes jaar geleden serieus te verdiepen in alle voors en tegens. Zijn conclusie: globalisering is niet alleen het verdedigen waard, het is in vele opzichten zelfs het beste wat de wereld van vandaag in sociaal opzicht is overkomen. Collega en Nobelprijswinnaar George Akerlof is in ieder geval overtuigd; hij spreekt op de kaft bewonderend van 'het boek waar iedereen op heeft zitten wachten'.

Een voor een loopt Bhagwati de beweringen van de anti-globalisten langs, om die met een vloed aan feiten uit beschikbare economische onderzoeken onderuit te halen. Stimuleert globalisering het bestaan van kinderarbeid? Analyses laten zien dat het tegendeel het geval is, aldus Bhagwati. Liberalisering van markten zorgt voor inkomensverbetering bij vele huishoudens. Dat is niet alleen maar belangrijk in de strijd tegen armoede, het zorgt er ook voor dat ouders het zich kunnen permitteren om hun kinderen naar school te laten gaan. Dat effect was onder andere zichtbaar in Vietnam, waar vanaf 1989 stapje voor stapje de quota op de export van rijst werden losgelaten.

Maakt globalisering een inbreuk op de democratische rechten van werknemers in derde-wereldlanden? Integendeel, de moderne computertechnologie zorgt ervoor dat een boer in een dorpje in India zich aan de invloed van de dominante kasten kan onttrekken door zelf contacten te leggen met internationale markten.

Zet globalisering vrouwen verder op achterstand? In ieder geval niet de vrouwen die als echtgenotes van managers van Japanse multinationals meetrokken naar de VS en terugkwamen als pleitbezorgers voor minder traditionele verhoudingen tussen de seksen. Maar ook niet de meisjes in Bangladesh, die weliswaar in kwalijke omstandigheden werkten in kledingfabriekjes in zogenaamde belastingvrije zones, maar desondanks aan onderzoekers duidelijk maakten dat zij een grote mate van autonomie, zelfrespect en vrijheid hebben verworven doordat ze buiten de deur aan de slag konden gaan.

Bhagwati vertelt dat hij bij de voorbereidingen van zijn boek vaak heeft moeten denken aan het beroemde liedje van Tina Turner, What's Love Got to Do with It? ,,Of beter gezegd aan een variatie op die songtitel: What's Globalization Got to Do With it?'' Bijvoorbeeld toen hij las wat de in de VS gerespecteerde lobbygroep The National Organisation for Women (NOW) schreef over de situatie in de belastingvrije zones in Mexico. Over de uitzonderlijk lage lonen, de seksuele intimidatie, de moorden op vrouwen die op weg zijn terug naar huis.

Volgens Bhagwati heeft NOW echter nagelaten te kijken naar de arbeidsomstandigheden buiten de zones. Is het niet zo dat Mexico's ongeschoolde arbeiders daar er nog slechter aan toe zijn? En waarom worden buitenlandse firma's aangesproken op het feit dat de politie in een stadje als Ciudad Juarez de plaatselijke bevolking geen veiligheid weet te bieden? ,,Wat heeft vrijhandel daarmee te maken? Waarom worden alle kwaden in de wereld afgeschoven op dit ene verschijnsel?''

De steeds terugkerende stelling van Bhagwati is dat het gewoon niet waar is dat de globalisering dringend een 'menselijk gezicht' nodig heeft, want dat menselijk gezicht is al lang zichtbaar. Wie dat niet gelooft, moet volgens hem nodig een kijkje gaan nemen in China en India, twee gigantische landen die met het openstellen van hun economieën de levensstandaard van de bevolking aanzienlijk hebben verhoogd.

Met het eerste land heeft hij de meeste affiniteit, omdat hij daar is geboren. Toen de jonge Jagdish Bhagwati in de jaren vijftig van Bombay naar Cambridge trok om daar te gaan te studeren, was zijn kijk op de wereld al net zo anti-kapitalistisch als die van de jongeren die hem nu zo verketteren vanwege zijn imago als vrijhandelseconoom. ,,Al mijn docenten waren radicalen. Als wij spraken over Adam Smith's beroemde 'onzichtbare hand' in de economie, dan zagen wij bepaald geen hand voor ons die ons de goede richting wees. Nee, hij greep je eerder bij de keel. Het idee was dat de overheid zou moeten ingrijpen om het falen van de markten te herstellen. In die tijd schreef ik artikelen waarin ik pleitte voor een snellere overgang van India naar het socialisme.''

,,Ik ben daar anders over gaan denken toen ik terugkeerde om voor de regering te gaan werken. Mijn afdeling had tot taak de inkomenspositie van de armste dertig procent van de Indiase bevolking te verbeteren. Ik kwam er al snel achter dat onze planeconomie, waarbij de vrije marktwerking werd vervangen door de verdeling van goederen en diensten vanachter het bureau, de ongelijkheid eerder vergrootte dan wegnam. Het socialisme zorgde er vooral voor dat er lange rijen ontstonden, waar alleen de mensen met voldoende geld of de juiste contacten binnen de bureaucratie omheen konden lopen.''

Ruim veertig jaar later staat Bhagwati bekend als een van de prominentste handelseconomen ter wereld. Hij adviseerde begin jaren negentig de GATT (de voorloper van de huidige Wereldhandelsorganisatie), en recenter Human Rights Watch en ook secretaris-generaal Kofi Annan van de Verenigde Naties. Die laatste 'lijkt nu meer te neigen naar het standpunt dat globalisering een deel van de oplossing is, niet deel van het probleem', constateert hij tevreden in de inleiding bij zijn nieuwe boek.

Kijk maar naar India, dat in de jaren tachtig zijn markten voorzichtig begon te openen en daar in de jaren negentig systematischer en in een rapper tempo mee doorging. In die twintig jaar stegen de gemiddelde reële inkomens met zes procent, schat de Wereldbank. Direct gevolg was dat de armoede dramatisch afnam: van 51 procent in 1977/1978 naar 26 procent in 1999/2000, zo laten cijfers van de Aziatische Ontwikkelingsbank zien. Hetzelfde beeld vertoont China, het land dat met een gemiddelde economische groei van tien procent in dezelfde periode alle andere landen achter zich laat. Ook daar waren er eind jaren negentig veel minder arme mensen dan ruim twintig jaar eerder: nog maar negen procent van de bevolking in plaats van de 28 procent in 1978.

Groei is de beste remedie tegen honger, zo bewijzen deze gegevens volgens Bhagwati. Regeringen van arme landen die protectionistische maatregelen nemen om hun economieën te 'beschermen' tegen de harde wetten van de wereldhandel, snijden daarmee niet alleen zichzelf in de vingers, maar doen vooral hun eigen inwoners ernstig tekort. Er zijn veel van dit soort leiders; anders dan de retoriek van de anti-globalisten over 'oneerlijke handel' wil doen geloven, zijn de westerse markten gemiddeld opener dan die van de derde-wereldlanden.

Natuurlijk betekent het verminderen van armoede niet dat mensen het gevoel hebben dat de ongelijkheid in de samenleving afneemt, beseft Bhagwati. India kampt nog altijd met immense problemen. En zij die het inderdaad beter hebben gekregen, ervaren dat vaak anders omdat zij worden geconfronteerd met anderen die de nieuwe mogelijkheden hebben aangegrepen om zich grenzeloos te verrijken. In Defense of Globalization sluit de ogen niet voor de 'scherpe randjes' die globalisering ook volgens de schrijver wel degelijk heeft, zoals de wereldwijde groei van prostitutie en vrouwenhandel en het ontstaan van 'flitskapitaal' dat ervoor kan zorgen dat landen van de ene op de andere dag worden verlaten door investeerders en bankroet raken.

Maar volgens Bhagwati zijn dat problemen die met specifiek beleid kunnen worden aangepakt en die het zicht op de heilzame werking van globalisering niet hoeven te vertroebelen. In de strijd tegen vrouwenhandel bijvoorbeeld zijn al verschillende internationale verdragen gesloten. En ook het feit dat een continent als Afrika vrijwel geheel lijkt uitgesloten van de groei van de wereldhandel en de bijbehorende toenemende welvaart, verdient speciale aandacht.

Waar Aziatische landen de eerder beschreven sprong hebben gemaakt, bleef economische groei in de regio onder de Sahara grotendeels uit. In de jaren zeventig leefde elf procent van de armen op deze wereld in Afrika, en 76 procent in Azië. Eind jaren negentig waren de rollen zo'n beetje omgedraaid.

Bhagwati: ,,In mijn ogen zou de Wereldbank alle kaarten moeten zetten op Afrika, terwijl Azië en Zuid-Amerika voor het grootste deel de eigen broek op kunnen houden. Die laatste groep landen heeft grote potenties, maar weet die niet te benutten door alle inefficiënties in de macro-economische structuur. Ik vergelijk het beleid daar met de boeken van Gabriel Garcia Marquez. Prachtige literatuur, magisch realisme vol extravagantie en fantasie, dat echter minder goed werkt als je het op de economie loslaat. Chili is de uitzondering die laat zien dat het ook anders kan.''

,,Afrika daarentegen zou je wel moeten helpen, en wel massief en op een aantal fronten tegelijk. De trend die je nu ziet, is dat er alleen hulp gaat naar landen met een 'goede regering'. Maar dan dreigt de bevolking te worden getroffen op een manier die mij doet denken aan de Irakezen ten tijde van de internationale sancties. Je zegt feitelijk: wij staan alleen landen bij die aan de beterende hand zijn, niet de echte zieken.''

mailIcon print |