maar wie let er nu op de iepen in de grachtengordel? Iepen hebben heel eenvoudige bloemen: vijf meeldraden en een stamper met twee roze stempels, omgeven door een groene vijflobbige kelk. Die bloemen zijn verenigd in ronde bloeiwijzen op de kale takken, waar de wind doorheen speelt. Eerst worden de meeldraden rijp. Hun helderrode helmdraden groeien snel buiten de bolle bloemtrosjes, waar de purperen helmknoppen zich openen. De wind brengt het witte stuifmeel naar de harige stempels van iepenbloemen die eerder in bloei kwamen (foto) en waarvan de meeldraden inmiddels zijn verschrompeld.
Hoe effectief die windbestuiving is, merk je eind april. Dan liggen de goten vol 'muntjes', ovale bruine nootjes omgeven door een vliezige generfde zoom. De iepen worden eerst groen, niet van het ontluikende blad dat later komt, maar van de vruchten, die snel verbruinen.
Ik zag ook dat de eerste protserige roze Japanse kersen (Prunus serrulata) in bloei zijn gekomen. Zondag vond ik het eerste bloeiende groot hoefblad op de oever van de Slinge bij Winterswijk en in veel tuinen bloeien de eerste blauwe druifjes. Terwijl de elzen uitbloeien, vliegen hommels en bijen druk op de roze ribessen in de voortuintjes. Onder bij elkaar gewaaide dorre bladeren in de tuin vind ik regelmatig tuinloopkevers, die net uit de winterslaap zijn gekomen. De grote torren vallen op door hun fraaie metaalglanzen. Ze jagen in het donker op regenwormen en slakken en op trage insecten en hun larven.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.