Abraham Kuyper was niet present toen op 6 september 1898 de jonge koningin Wilhelmina in de Grote Kerk in Amsterdam als vorstin werd ingehuldigd. Dat veroorzaakte natuurlijk rumoer. De goegemeente vroeg zich af of de afwezigheid van de ARP-leider wellicht verband hield met zijn kritische houding tegenover de monarchie. Kuyper vond dat er tussen God en de gelovige niemand anders moest staan, geen kerkvorst en geen wereldse vorst. Een gelovige behoorde slechts te knielen voor God. De reden van zijn absentie was echter een andere: Kuyper was in Princeton in Amerika om aan de universiteit ter plaatse zijn zes, naderhand befaamd geworden, Stone-lezingen te houden over het calvinisme. Kuypers politieke nazaat Jan Peter Balkenende haalde het voorval afgelopen maandag aan, toen hijzelf op de universiteit van Princeton was om de Abraham Kuyperprize in ontvangst te nemen. Daarbij trok hij, om zijn verwantschap met Kuyper te onderstrepen, de parallel meteen door: hij had voor zijn reis naar Amerika het bezoek aan de koningin moeten afzeggen.
Dat gesprek is niet altijd een lolletje. Premier Van Agt maakte het tijdens een bezoek aan koningin Juliana mee dat Sascha, het hondje van de vorstin, uit zijn kopje thee begon te slobberen. Hij keek met verbijstering toe, maar de koningin gaf geen krimp. Toen het dier het kopje leeg had, vroeg ze minzaam: 'Nog een kopje, meneer Van Agt?'
ARP-leider Barend Biesheuvel beleefde een ander avontuur met het hondje. Op bezoek bij de koningin tijdens een kabinetsformatie nam hij plotseling uit een ooghoek waar hoe Sascha op het tapijt zijn grote behoefte deed. Hoewel de lucht niet was te harden, zoals de premier naderhand vertelde, vertrok ook in dat geval de koningin geen spier. Biesheuvel was alweer terug in zijn werkkamer op het Binnenhof, toen de telefoon ging. VVD-leider Hans Wiegel aan de lijn, die direct na hem bij de koningin op bezoek was geweest: 'Zeg Báááárend......'
Het verhaal werd in de Haagse wandelgangen gniffelend doorverteld. Toen Biesheuvel enkele weken later opnieuw op bezoek moest bij de koningin, kwam hij op de trappen van het paleis Joop den Uyl tegen, die net binnen was geweest. De PvdA-leider trok, toen hij zijn collega zag, een zeer bekommerd gezicht, waarop Biesheuvel prompt vroeg: 'Het hondje...? Heeft ie weer...?' Den Uyl knikte bevestigend en voegde Biesheuvel op meelevende toon toe: 'Sterkte!' Marcus Bakker, het gezicht van het Nederlandse communisme in de jaren zestig en zeventig, gaf eens kort na een formatiebezoek aan koningin Juliana tegenover collega-kamerleden hoog van de ontmoeting op. De koningin had wel driekwartier met hem over de politieke situatie en de dingen van de dag gesproken. Kopje thee erbij, gemoedelijk. De pacifistisch-socialist Van der Lek begon bij het verhaal van Bakker steeds bedrukter te kijken: 'Ik stond na vijf minuten alweer buiten.' Bakker: 'Wát? Ben je zó geweest?' Alle ogen in het gezelschap richtten zich nu op het PSP-kamerlid, gekleed in een vaal spijkerpak over een oud T-shirt, aan zijn voeten een paar afgetrapte gymschoenen. Van der Lek knikte. Bakker: 'Dan heb je haar beledigd!' Van der Lek: 'Ik wilde geen verraad plegen aan de arbeidersklasse.' Bakker met een grijns: 'Zó kom je d'r bij een arbeider ook niet in!' Vorige week vertelden we dat generaal Calmeyer, staatssecretaris van defensie in het kabinet-De Quay (1959-1963), zo vormelijk was dat hij weigerde mee te doen aan de nieuwe gewoonte in het kabinet elkaar te tutoyeren. Oud-premier Piet de Jong herinnerde zich in zijn biografie dat Calmeyer zelfs vond dat een generaal niet in het openbaar mocht lachen. Maar, wist hij ook: 'Calmeyer was een zwaan: statig boven water, maar onder water trappelend met zijn poten.'
Dat de generaal niets menselijks vreemd was, blijkt uit het destijds in de Kamer circulerende verhaal dat hij na bezoeken aan het Navo-hoofdkwartier in Frankrijk wel eens wat meer alcohol mee naar huis nam dan was toegestaan. Op een keer braken er tijdens de rit met de dienstauto over een hobbelige kasseienweg in België wat flessen. Calmeyer zat zoals altijd achterin te slapen. Op de vraag van een douanier wat de zware alcohollucht had te betekenen, wees de chauffeur op de slapende passagier en fluisterde: 'Als een maleier, meneer, als een maleier.'
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.