Met haar oproep om het vertrek van orthodoxe moslims uit Nederland te bevorderen door overheidsmaatregelen, maakt Yousa Noordhof (Podium, 19 april) de ruimte voor moslimfeministen er bepaald niet groter op.
Als Nederlandse moslimfeministe ervaar ik dagelijks dat in de moslimgemeenschap steeds meer ruimte komt voor kritische discussie over de positie van vrouwen en de rolverdeling tussen mannen en vrouwen op maatschappelijk en religieus terrein. Deze discussie beperkt zich allang niet meer tot de ondergeschikte zaken, zoals mevrouw Noordhof suggereert. Juist fundamentele zaken als de bijdragen van vrouwen op de arbeidsmarkt, in de politiek en binnen de moslimgemeenschap en moskee, krijgen steeds meer aandacht in het debat. Daarbij staat de uitkomst ervan soms op gespannen voet met de meningen van traditionele moslimgeleerden uit het Midden-Oosten. Vanuit een authentiek ervaren urgentie gaat men echter door met het zoeken naar antwoorden op belangrijke vragen voor moslims in Nederland. Deze urgentie wordt -in tegenstelling tot wat vaak wordt beweerd- niet bepaald door opgevoerde druk door opiniemakers en politici, maar door een interne behoefte om islamitische waarden, zoals 'het goede handelen', rechtvaardigheid en verantwoordelijkheid te verbinden aan waarden en normen binnen de Nederlandse context.
Mensen die zich in een hoek gedreven voelen, neigen ernaar terug te keren binnen oude grenzen. Dat bevordert het innemen van nieuwe posities niet. Mevrouw Noordhof, die onderscheid maakt tussen gewenste liberale en ongewenste orthodoxe moslims, werkt zo niet mee aan de verbetering van de positie van Nederlandse moslimvrouwen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.