Vroeger was fietsen nog leuk. Met het hele gezin kon je dwars de stad door, zonder te worden geschept door de karavaan passerende auto's. Als kind was je voldoende beveiligd met zo'n lullig fluorescerend oranje vlaggetje achterop de fiets. Die tijden zijn voorbij. Een groepje fietsers in de binnenstad is een zelfmoordcommando. Alleen met sterk ontwikkelde reflexen kun je je redelijk veilig wanen.
Ouders die in een drukke stad wonen, sturen hun jonge kinderen het liefst niet de straat op. Een fietsende moeder met twee kinderen op hun eigen fietsjes ernaast heeft zes ogen nodig om alles in de gaten te houden. En dus zie je in de steden, Amsterdam voorop, steeds meer bakfietsen. Niet alleen van die grote, rechthoekige bakbeesten waarmee je de inboedel van een heel appartement kunt vervoeren, maar netjes vormgegeven en vooral niet te lompe voertuigen waarin net plaats is voor twee peuters. Die kunnen naast elkaar zitten en krijgen zo een fraaie stadstoer. En de stad kijkt terug: twee kleintjes in een bakfiets ogen bijzonder aandoenlijk.
Vroeger was de bakfiets het transportmiddel voor wie regelmatig iets te vervoeren had maar geen auto kon betalen. Het was een teken van welstand als de bakker zijn bakfiets kon inruilen voor gemotoriseerd vervoer. Over het ontwerp werd nooit echt nagedacht: een bakfiets was gewoon een fiets met een bak. Daar is nu dus verandering in gekomen. Een bakfiets is een statussymbool geworden vanwege zijn hoge prijs. Bij de grote leveranciers op internet staan exemplaren tot 2500 euro; daar kun je ook een tweedehands autootje van kopen.
Ze zijn er ook in een veelheid aan uitvoeringen. Een bakfiets op www.workcycles.com biedt plaats aan maar liefst zeven kinderen, ofwel tweehonderd kilo. In theorie dan, want weinigen zullen die last over een Amsterdamse brug kunnen trappen. Op www.bakfietswinkel.nl heeft een bakfiets met de welluidende naam De Redding een doorzichtige plastic kap tegen de regen. De Tuk-Tuk basic is met 895 euro het goedkoopste model. De Christiania wordt een 'Deense superfiets' genoemd. Daarmee is de veronderstelling de wereld uit als zou de bakfiets een typisch Nederlands product zijn: Scandinaviƫ kent fabrieken waarin niets anders dan bakfietsen worden gemaakt.
Nu bakfietsen in esthetisch opzicht aantrekkelijk zijn geworden, zullen ze vaker in het straatbeeld opduiken. Ze duiken ook op buiten de stad. Het is gewoon handig om je peuter die het fietszitje is ontgroeid voor een lange fietstocht in een bakfiets te stoppen. Rijdt hij op zijn eigen fietsje mee, dan kom je lang zo ver niet. Papa moet wel harder trappen, maar voor een beetje status en de vertederde blikken van andere weggebruikers heeft hij dat vast graag over.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.