*

 

Jazzmusicus met popallure

Esther Hageman − 16/07/04, 00:00

Nederland is sinds half april dol op Jamie Cullum, toen hij voor een optreden in het Amsterdamse Bimhuis in het land was en 'Barend & Van Dorp' aandeed. Hij kwam, zag en overwon.

Met jongensachtige charme kwam hij aan het einde van zijn hit 'These Are the Days', een gospelachtig nummer met een riffje dat je bijblijft, achter de vleugel vandaan en haalde een van de strapatsen uit die zijn handelsmerk zijn. Hij begon op de vleugel te trommelen, als was het een percussieinstrument. Nederland smolt en begon in razend tempo de cd 'Twentysomething' te kopen - zoals de Britten en Amerikanen al deden sinds de herfst. Wereldwijd nadert de verkoop nu 1 miljoen exemplaren - in de jazz een zeldzaamheid.

Als jazz zo grappig, fris en jong kan zijn, en zoveel theatrale streken kan bevatten, dan hoeven we er niet langer bang voor te zijn - dat lijkt de notie die Cullum zijn publiek bezorgt. Cullum maakt jazz veilig, toegankelijk, entertainment. Bestond jazzpubliek vóór Cullum uit, zacht gezegd, middelbare mannen die altijd aan het hakketakken zijn of iets 'wel echt jazz is', sinds Cullum is jazz ook van jongeren. Of in ieder geval: Cullums jazz is van jongeren.

Het is precies zoals Cullum het wil. In een interview zei hij: ,,Ik hoop dat mijn leeftijdgenoten zeggen: The Strokes, dat is een goeie band, maar die jazzstandards zijn óók cool.” Cullum wil niet gekocht worden door een ouwe vent die al meters jazz bezit. Hij wil gekocht worden door iemand die vorige week Justin Timberlake kocht.

Hij is pas 24, speelt piano en gitaar, studeerde in Reading zowel Engels als film-en theaterwetenschappen, studeerde in de zomer van 2001 af, vertrok naar Londen en besloot daar dat najaar om verder door het leven te gaan als musicus.

Muziek zit bij de Cullums in de familie - een familie met Palestijnse (vaders kant) en Burmese (moeders kant) wortels. In de jaren zestig was er al een Cullum-band die in pubs optrad: Jamie's grootvader op saxofoon, een oom op gitaar, zijn vader eveneens op gitaar en een moeder die zong.

Maar zijn kennismaking met de jazz dankt Jamie Cullum aan zijn drie jaar oudere broer Ben, die hem naar Oscar Peterson liet luisteren. Ben ging na school naar het conservatorium, Jamie is als jazzpianist daarentegen autodidact.

Op zijn 19de nam Jamie Cullum in eigen beheer in één dag een eerste cd op, om te verkopen bij zijn optredens in pubs - zoals The Fox and Hounds in Colerne, Wiltshire, ,,waar het allemaal begon”, aldus Cullums website. Hij betaalde de studio van zijn studiefinanciering, die daarmee meteen op was. Die cd heette 'Heard It All Before' en is nu een gewild verzamelobject.

De beslissing om verder door het leven te gaan als jazzmusicus nam hij op weg naar huis na een concert van de Mingus Big Band in Ronnie Scott's, de fameuze Londense jazzclub. Jazz, zo zegt Cullum, biedt van alle muziekstijlen de meeste vrijheid. ,,Je kunt in de jazz zowel fuck zeggen als hi, mom.”

In het najaar van 2001 nam hij opnieuw een cd op met (onder meer) de twee musici met wie hij nu de wereld afreist: de van oorsprong Nederlandse drummer Sebastiaan De Krom en bassist Geoff Gascoyne. Die cd, 'Pointless Nostalgic', kreeg - dankzij jazzzangeres Clare Teal, die Cullums eerste cd hoorde en ervan onder de indruk was - onderdak bij een heuse platenmaatschappij (Candid).

Toen die tweede cd op de radio gedraaid begon te worden kregen de grote platenmaatschappijen belangstelling. Er ontstond een strijd tussen Sony en Verve, die door de laatste werd gewonnen. In april 2003 besloot Verve om 1 miljoen pond te besteden aan opname en promotie van een derde cd. Dat werd 'Twentysomething'.

Sindsdien is Jamie Cullum in de pers menigmaal met iemand vergeleken. Om zijn stemgeluid en zijn gymschoenen is hij 'Sinatra on sneakers' genoemd. De vergelijkingen hebben ook wel eens de vorm van een sneer, zoals in 'Eén Harry Connick jr. is meer dan genoeg'. Als hij staande speelt vindt iemand hem lijken op Little Richard. En zijn eigen platenmaatschappij doopte hem 'de David Beckham van de jazz'.

Cullum zelf is nuchter onder zulke vergelijkingen. ,,Ik begrijp wat ze bedoelen, dus van mij mogen ze”, zei hij schouderophalend over de vergelijking met de voetballer. ,,Ze beweren ook weer niet dat ik de Victoria Beckham van de jazz ben.”

Jamie Cullum is een jazzmusicus, maar met de bekendheid van een popster. De ironie wil dat hij op 'Pointless Nostalgic' bezong hoezeer hij de pest heeft aan de onmatige roem van popsterren, en hoeveel moeilijker het leven van een jazzmusicus is:

Why is it all these fakers Seem to make the morning papers?

They're selling records by the million, seems so easy in my opinion Look at the jazz star, he really needs some guts Playing from seven to midnight, surviving on peanuts Selling records by the dozen probably sold his tenor to make 'em With artwork designed by his brother And liner notes by his mother.

Dat leven is Cullum bespaard gebleven, maar de roem is hem niet naar het hoofd gestegen. Afgelopen weekeinde, eventjes in Nederland voor North Sea Jazz, was hij uiterst bescheiden: ,,Ik heb het gevoel slecht voorbereid te zijn op een optreden op een festival met zulke grote namen.” Net als zijn muziek klonk het oprecht.

mailIcon print |