*

 

Oorlogsdagboek van een historicus

door Arend Jan Boekestijn − 09/10/04, 00:00

'Ik ben een groot liefhebber van de natuur, maar wat God met de Iraakse woestijn voor had, is mij onduidelijk.' De historicus Arend Jan Boekestijn was vorige week in Zuid-Irak. 'Maar moeten wij dan de Irakezen in de steek laten en overleveren aan de meest gruwelijke totalitaire beweging van onze tijd?'

Maandag 27 september

Vandaag is het de dag van de tentamens. Ik zit opgesloten in een grote collegezaal met 150 studenten die zich door het tentamen heen ploeteren. Mijn gedachten zijn al in Irak. 's Avonds woon ik het officiële diner bij van de Nederlands-Belgische regeringsconferentie die dinsdag van start gaat. De voormalige Belgische minister van buitenlandse zaken, Louis Michel, is verhinderd, omdat hij zich als Commissaris moet verantwoorden in het Europees Parlement. Mark Eyskens vervangt hem.

Eyskens beschikt over een grote welsprekendheid die wij in ons eigen parlement zo node missen. Hij is geen groot bewonderaar van Bush. Als vertegenwoordiger van een klein land voelt hij zich onprettig bij het recht van de sterkste. Maar is het realistisch om van Amerika te verwachten dat het aan het verdeelde Europa een veto geeft over zijn buitenlandse politiek? Die vraag gaat Eyskens uit de weg.

Dinsdag 28 september

Dinsdagochtend om vijf uur heb ik eindelijk alle tentamens nagekeken en de cijfers op het internet gezet. Het tentamen is slecht gemaakt. Ik moet mijn studenten nog eens diep in de ogen kijken.

Om acht uur neem ik afscheid van mijn vrouw en kinderen. Ze zijn weinig enthousiast over mijn bezoek aan Irak totdat ik hen vertel hoeveel de verzekering uitbetaalt als ik in Irak het leven laat. 'Ga jij maar lekker 's avonds buiten het kamp wandelen', zegt mijn oudste dochter. Ze krijgt visioenen van zes vakanties per jaar en een forse verhoging van haar zakgeld.

In Eindhoven ontmoet ik Eric Vrijsen (Elsevier Magazine), Ron Korver (De Telegraaf), Bas Kock (BN/De Stem). Vrijsen heeft veel van de wereld gezien en is zelfs in Chili beschoten. Ron Korver is al een keer in Afghanistan en Irak geweest. Bas Kock is winnaar van de Gouden Pen voor de reconstructie van een opgeloste moordzaak in Breda.

Om acht uur 's avonds vertrekken wij met een Turkse charter naar Koeweit. In het vliegtuig lees ik het boekje dat elke soldaat uitgereikt krijgt die naar Irak gaat. Het bevat interessante informatie. In de woestijn in Irak valt jaarlijks 30 tot 60 mm neerslag (in De Bilt 800 mm). Daarbij dient wel opgemerkt te worden, schrijft de auteur van het boekje droogjes, dat er in sommige jaren helemaal geen neerslag valt.

Tussen mei en oktober is het in Irak tussen de 40 en 50 graden. Dat heeft consequenties. Iemand die per ongeluk tegen een auto leunt, moet ernstig rekening houden met brandwonden. Door warmte, uitdroging en vermoeidheid vinden er in Irak veel meer verkeersongelukken plaats dan in ons land. Een defensieve rijstijl wordt aangeraden. Iedereen moet één liter water per uur drinken, anders droog je uit. Wanneer je pas drinkt als je dorst hebt, is het te laat.

Aardig is ook deze zin: 'Uw uitrusting is ook voor de lokale bevolking van grote waarde. Pas op voor diefstallen.' Of deze: 'Gedraag u professioneel en niet als een bezetter.' Zouden de Amerikanen ook zulke boekjes hebben?

In de International Herald Tribune lees ik dat Schröder in juni aan Richard Holbrooke (Kerry's kandidaat voor het ministerie van buitenlandse zaken) gevraagd schijnt te hebben wat Kerry gaat doen als hij president wordt. Holbrooke antwoordde dat hij Schröder en Chirac zal uitnodigen in het Witte Huis. Daar was ik al bang voor, antwoordde Schröder.

Na de speech van Kerry van afgelopen week waarin hij ervoor pleitte dat ook andere landen zich gaan inzetten in Irak, legde Schröder zijn kaarten op tafel. Duitsland stuurt geen soldaten naar Irak, wat er ook gebeurt. Met zulke vrienden heeft Kerry geen vijanden meer nodig. Kerry heeft zijn speeches nu dan ook aangepast. Hij laat er geen misverstand meer over bestaan dat hij zich als president niet zal terugtrekken uit Irak en dat hij de oorlog wil winnen. Parijs, Berlijn en Madrid hopen dat hij daarin zal slagen. Het is geen Europees belang dat Irak wegzakt in een lange burgeroorlog waarin Al-Kaida welig zal tieren.

Dat is precies de reden waarom een overwinning van Bush Europa goed uit zou komen. Met Bush aan het stuur kan het oude Europa verdoezelen dat het geen enkele bijdrage levert aan de stabiliteit in Irak. Tegelijkertijd hoeft Schröder, twee jaar voor de Duitse verkiezingen, zijn grootste campagnebelofte ('Wij gaan niet naar Irak') niet te verloochenen. Verreweg de meeste Duitse kiezers steunen hem daarin.

Ook van Chirac valt niets te verwachten. Een ommekeer van hem zou eenvoudigweg ongeloofwaardig zijn. Zeker nu Parijs zichzelf positioneert als de leider van de ongebonden landen in de traditie van Nehroe en Nasser. Frankrijk wil alleen meedoen aan een internationale conferentie als de VS bereid zijn zich terug te trekken uit Irak. Ook wil Parijs dat de omringende landen en de Iraakse opstandelingen een plaats aan de onderhandelingstafel krijgen. Het succes van de Franse strategie vereist dus een enorm prestigeverlies voor de Amerikanen. Parijs heeft kennelijk geen enkel oog voor de nadelige gevolgen voor de veiligheid van Europa als de Amerikaanse politieagent van de wereld kopje onder gaat. De roekeloosheid van het oude Europa kent geen grenzen.

Woensdag 29 september

Na een tussenstop in Turkije landen wij om vier uur 's morgens plaatselijke tijd op het militaire vliegveld in de stad Koeweit. Aan de horizon prijkt een reusachtige C5 Galaxy (een militair transportvliegtuig). De Nederlandse soldaten krijgen hun wapens en munitie uitgereikt. Wij burgers passen onze kogelvrije vesten en helmen. Terwijl de zon opkomt, reizen wij in een airconditioned bus naar de grens met Irak. De hoeveelheid trucks met bestemming Irak is overweldigend.

Bij de grens worden wij ontvangen door een groot militair konvooi van wel vijftien jeeps, pantservoertuigen, vrachtwagens, een bergingswagen en zelfs een ziekenwagen. In elke jeep zitten drie soldaten. Een staat er achter een vaste mitrailleur; de andere twee hebben mobiele wapens. De overste van ons konvooi legt uit hoe wij moeten handelen. Iedereen dient zijn scherfvest aan te trekken, helm binnen handbereik te houden en de gordijnen van de bus te sluiten.

Als we de grens zijn gepasseerd, stappen de soldaten uit onze bus om hun wapens half te laden. Dan begint de reis. In Irak staan aan de kant van de weg kinderen op blote voeten uitbundig naar ons te zwaaien. Jammer dat Harry van Bommel (SP) dat niet kan zien.

De kunst van het rijden in een militair konvooi is indrukwekkend. Het konvooi rijdt op de snelweg geheel ter linkerzijde. Zodra een auto wil passeren, rijdt een Nederlandse jeep met wapens in de aanslag onmiddellijk tussen onze bus en de passant. De soldaten houden de passerende auto continu onder schot en begeleiden hem langs het gehele konvooi.

De soldaten in onze bus kijken gespannen voor zich uit. Niemand heeft door dat ik mijn gordijntjes aan beide zijden open heb gelaten. Ik ben een groot liefhebber van de natuur, maar wat God met de Iraakse woestijn voor had, is mij onduidelijk. Zover het oog reikt, biedt de woestijn een troosteloze aanblik. Toch leven hier en daar mensen. Schapen zijn op zoek naar een plukje gras. Af en toe een kleine oase met palmbomen. Hier en daar zie je zandwallen van het Iraakse leger, die de Amerikaanse opmars moesten tegenhouden.

Onderweg komen we een verzamelplaats tegen met Irakezen die bewonderend kijken naar een poster van Al Sadr. Zij zijn de enigen die ons niet groeten. De rest van de bevolking staat uitbundig te zwaaien.

Om elf uur word ik zo moe dat ik in slaap val. Twee uur later schrik ik wakker door het gehobbel. We rijden om As Samaha heen. Camp Smitty doemt op. De versperringen aan het begin van het kamp zijn geen sinecure.

We worden opgevangen door de voorlichter. Wij krijgen met zijn vieren een prefab met airco toegewezen. Zonder airco houdt niemand het hier lang vol.

De voorlichter laat ons het kamp zien. Omstandig wordt ons het probleem van de mortieraanvallen uit de doeken gedaan. Het kamp is 500 bij 800 meter groot. Een mortier met scherven die in het open terrein inslaat, zaait in een straal van 100 meter dood en verderf. Overal staan echter een soort zandbakken (hesco's) die de scherven opvangen. Doordat de mortieren vanaf instabiele vrachtwagens in de stad worden afgeschoten, zijn ze niet goed gericht en slaan ze meestal in buiten het kamp. De Nederlanders houden de omgeving van het kamp dag en nacht in de gaten. Een wapenlocatieradar traceert de plek waar vandaan het mortier wordt afgeschoten. Patrouilles inspecteren direct de lanceerplaatsen. En een net van informanten doet de rest. De risico's zijn dus beperkt. Sinds 12 augustus is Camp Smitty niet meer bestookt.

Na het avondeten ontmoeten wij overste Matthijssen. Hij vertelt ons openhartig over de veiligheidssituatie. Nu het in Najaf weer rustig is geworden, wordt er weer net zoveel gepatrouilleerd als vroeger.

Matthijssen is commandant van de stoottroepen van de Prinses Irene-brigade, die ook in Srebrenica waren gelegerd. Gelukkig heeft de Nederlandse aanwezigheid in Irak weinig te maken met de situatie in Srebrenica. Als de Nederlandse soldaten weg willen, kunnen ze zo gaan. Ze hebben uitstekend materiaal en kunnen, als het moet, in een grote kolonne vertrekken naar Koeweit. En dan zijn er ook nog de helicopters die de soldaten vanuit de lucht kunnen beschermen.

Donderdag 30 september

In de ochtend bezoeken wij de gouverneur van de provincie Moetanna en de politiecommandant. Tot ontzetting van de voorlichters geven beide heren mij toestemming om de interviews vast te leggen op video.

De gouverneur is een geslepen politicus. Dat komt goed uit want twee van zijn voorgangers gingen al kopje onder. De politiecommandant had vroeger een functie in het Iraakse leger.

De gouverneur en de politiecommandant zeggen allebei dat zij zichzelf nog niet in staat achten om de veiligheid in Moetanna te garanderen als de Nederlanders in maart vertrekken. De geldstroom van Bagdad naar de provincies stokt sinds het voorlopige Amerikaans-Britse bestuur is vervangen door de interimregering. Hierdoor beschikken de agenten in Moetanna over te weinig wapens en auto's. Ook zijn zij niet in staat om de grens met Saoedi-Arabië te bewaken. Smokkelaars en ander gespuis hebben betere wapens zodat de agenten niets kunnen uitrichten. De Britten proberen de grens in de gaten te houden vanuit de lucht.

Ook vrezen beide heren dat de Nederlanders vervangen zullen worden door de Amerikanen. Die schieten eerder en houden veel minder rekening met de plaatselijke gewoonten. De gouverneur kondigt, weliswaar tongue in cheek maar met een serieuze ondertoon, demonstraties aan als de Nederlanders toch in maart willen vertrekken.

We vragen hen naar het incident bij Roemajta. Tijdens deze grootschalige aanval liet wachtmeester Jeroen Severs het leven en liepen vijf andere soldaten schotwonden op. Zowel de gouverneur als de politiecommandant proberen dit voorval te bagatelliseren. De politiecommandant mompelt wat over een misverstand tussen de plaatselijke politiechef en de Nederlandse commandant in Roemajta. De gouverneur, die zelf uit Roemajta komt, meent zelfs dat er weinig aan de hand is. De relaties tussen de bevolking aldaar en de Nederlanders zijn uitstekend.

Gesprekken met Nederlandse militairen maken ons duidelijk dat deze reacties onbevredigend zijn. Veel inwoners en de autoriteiten in Roemajta moeten van tevoren hebben geweten dat de Nederlanders op 14 augustus het doelwit waren. De bevolking werd namelijk geïntimideerd door 'mensen van buiten'. Tolken die toch naar hun werk zouden gaan op de Nederlandse militaire basis, werd gezegd dat zij hun families nooit meer zouden terugzien. En de bewoners die weigerden om scherpschutters toe te laten tot hun huis, dat uitkijkt op de toegangsweg naar de Nederlandse basis, werden gestraft door hun schuur in brand te steken.

Iraakse veiligheidsfunctionarissen lieten het eerder afweten. In Roemajta was het wel heel bont. Zelfs vanaf het dak van het politiebureau werd er op de Nederlanders geschoten. Het gerucht gaat dat het hoofd van politie in Roemajta een oud Baath-aanhanger is. Het feit dat de politie in Roemajta geen enkele belastende getuigenverklaring heeft kunnen verzamelen, is al even zorgwekkend. Uiteindelijk hebben de Nederlanders drie weken later acht mannen opgepakt. Drie kwamen kort daarna weer op vrije voeten. De vijf anderen kwamen vorige week vrij omdat de Britse verhoorders te weinig bewijzen kregen om ze gevangen te houden.

De Nederlandse militairen zijn hierover gefrustreerd. Zij vragen steeds hoe het met het onderzoek van de Irakezen staat, maar krijgen weinig te horen. Er schijnt wel degelijk een onderzoek te lopen maar de rechter die hiermee is belast was eerst tijden met verlof. De samenwerking met de Nederlanders lijkt de laatste tijd iets te verbeteren.

Ook hebben wij de gouverneur en de politiecommandant gevraagd hoe het staat met de criminaliteit en de corruptie in de provincie. Beide heren waren ook hier, hoe kan het ook anders, zeer tevreden over hun eigen inspanningen.

Ook dit antwoord roept vragen op. Tijdens interviews met de plaatselijke bevolking in As-Samawah kregen wij klachten te horen dat de gouverneur corrupt is. Werkloze jongeren azen op een baantje bij de politie maar hebben minder kans, als zij tot een andere stam dan die van de gouverneur behoren. Ook moeten ze soms tussen de 100 en 300 dollar betalen om een baantje te krijgen.

In de late avond gaan wij op patrouille in As-Samawah. De gezichten staan strak in de briefingroom van de alfa compagnie op het Nederlandse Camp Smitty in Irak. De sergeant voert het woord. We gaan vanavond samen met de Iraakse soldaten patrouilleren in het centrum van de stad. Elke journalist wordt gekoppeld aan een soldaat. Zijn bevelen moeten direct worden opgevolgd anders 'kunnen uw collega's straks op het internet genieten van uw onthoofding'. De soldaten laten een lachsalvo horen. Er is geen spoor van angst te bespeuren.

'Let goed op de kinderen die om u heen zwerven. Indien zij opeens wegstuiven wordt het link. Houdt de soldaat die u begeleidt goed in de gaten en doe wat hij zegt. Als er geschoten wordt, zoekt u onmiddellijk dekking.'

'Let ook goed op kinderen die iets in hun hand verbergen. Dat kan een granaat zijn. Wees niet bang want we hebben goede spullen. Bovendien zijn de Apache-helicopters onze ogen en oren.'

Ik vraag wat ik moet doen als er een granaat voor mijn voeten rolt. 'Dan heeft u nog twee à drie seconden om weg te sprinten en laat u zich op de grond vallen. Okay, let's go.'

Iedereen trekt zijn scherfvest aan en neemt zijn helm mee. Ik neem plaats in een open jeep met een mitrailleur. In konvooi rijden we naar de kazerne van As-Samawah.

Op het politiebureau staan zo'n tien Iraakse soldaten. De Nederlandse soldaten kijken hun wapenuitrusting na. In groepjes van twee wandelen wij de stad in. De Iraakse soldaten krijgen ruzie. De tolk legt ons uit dat niemand van hen voorop wil lopen. De Nederlandse soldaten zien het hoofdschuddend aan.

We lopen over de brug over de Eufraat waar sergeant Steensma door een handgranaat om het leven kwam. Uit alle hoeken en gaten sprinten kinderen naar ons toe. Zij willen graag onze hand schudden en vragen of wij een foto van hen willen maken. Ik maak tientallen foto's.

Op de boulevard blijft de sergeant praten met drie oude heren in witte gewaden. De sergeant vraagt via de tolk aan de heren of zij er bezwaar tegen hebben als de Nederlanders patrouilleren als er religieuze lezingen worden gehouden. De heren leggen uit dat de straten waar de lezingen worden gehouden, worden afgesloten. De sergeant belooft dat zij die straten zullen mijden.

Plotseling mengt zich een jongere man in het gesprek. De sergeant hoort hem aan. De man beklaagt zich dat iedereen die politieagent wil worden 200 dollar moet betalen. De sergeant legt uit dat de Nederlanders sinds juli geen macht meer hebben over de gouverneur maar dat hij zal proberen om er wat aan te doen.

In de volgende straat krijgt de soldaat die mij begeleidt het bericht in zijn oortje dat er een auto met een bom rondrijdt. 'Welke kleur heeft die auto?' vraag ik. Dat is onbekend. Zonder problemen keren wij terug op het politiebureau.

Vrijdag 1 oktober

De volgende dag gaan we weer mee op patrouille. We bezoeken de armste en gevaarlijkste wijk van de stad. Midden in de wijk stappen we uit de jeeps. In een mum van tijd zijn wij omringd door zo'n honderd kinderen. Een jongeman dringt zich naar voren. 'Er is hier vannacht geschoten', zegt onze sergeant. De jonge Irakees antwoordt dat er in zijn wijk nooit wordt geschoten. Als wij het niet verder vertellen, wil hij wel bekennen dat hijzelf heeft geschoten. Plotseling klinken er schoten. 'Wat was dat?' roept de sergeant in zijn microfoon. 'Vuurwerk', antwoordt een soldaat. 'Ga er maar gelijk op af”, is de reactie van de sergeant. De kinderen stuiven weg. 'Waarom rennen de kinderen weg?' vraagt de sergeant bezorgd. Hij wordt via zijn oortje gerustgesteld door zijn soldaten.

Net als de sergeant het gesprek wil voortzetten, verschijnt er een jongen van achttien jaar op het toneel. Zwaar onder invloed van drugs. Iran schijnt vrachtauto's vol heroïne naar Irak te sturen. De jongen wordt door andere Irakezen hardhandig verwijderd.

Kinderen beginnen stenen te gooien naar onze auto's. Onze soldaten roepen de tolk. Zeg hen dat wij geen onderscheid kunnen maken tussen stenen en granaten. De kinderen druipen af.

Terug op het kamp vertelt overste Matthijssen dat er die dag een explosief is afgegaan op slechts dertig meter afstand van een Nederlandse jeep. Bijna tegelijkertijd leverden burgers bij het Japanse kamp, niet ver van Camp Smitty, twee explosieven in. De Iraakse politie vond langs dezelfde weg nog twee hulzen volgepropt met metaalscherven en dynamiet. De soldaten zijn er niet van onder de indruk. Als het hier veilig was geweest, dan waren wij hier niet. Die avond dringt het tot me door dat ik de dag daarvoor zelf vlak bij die weg rondgereden heb.

Het lijkt erop dat de opstandelingen in het Zuiden overschakelen op een strijdmethode die elders in Irak veel levens heeft geëist. Deze wijziging is misschien wel het gevolg van het succes van de Nederlandse aanpak. Misschien is het contact van de Nederlanders met de plaatselijke bevolking zo goed, dat de opstandelingen (5 tot 10 procent van de bevolking) nu kiezen voor de strategie van de zelfgemaakte explosieven.

Deze strijdwijze is een nieuwe uitdaging voor de Nederlandse militairen. De bermexplosieven worden bijvoorbeeld met een lont of gsm geactiveerd. De genie kan het wegennet natuurlijk niet continu inspecteren. Een apparaat dat langs de route ontstekingsmechanismen kan detecteren, is nog niet beschikbaar. Wel is het verheugend dat burgers blijkbaar bereid zijn om de militairen op de hoogte te stellen van de aanwezigheid van bommen. Het is indrukwekkend om te zien hoe rustig de militairen reageren op deze nieuwe situatie.

's Middags bezoeken wij een wachtmeldkamer die de Nederlanders voor de Irakezen hebben opgezet. Voor het eerst is er nu een procedure waardoor politie, brandweer en ambulance gecoördineerd kunnen optreden. De Iraakse functionarissen zitten trots achter de computer.

's Avonds brengen wij een bezoek aan het veldhospitaal in As-Samawah. De firma Stork heeft een ingenieus veldhospitaal ontwikkeld dat is opgebouwd uit mobiele containers en tenten. Eventuele slachtoffers kunnen rekenen op een geneeskundige behandeling van het hoogste niveau.

Zaterdag 2 oktober

's Ochtends bezoeken wij sjeik Raysan Mutasher al Fayed van de Al Zayad-stam. Hij toont zich een groot aanhanger van de democratie. Op mijn vraag of democratisering op de korte en middellange termijn niet tot meer instabiliteit leidt, antwoordt hij dat mensen moeten strijden voor het goede, ook als dat grote opofferingen vereist.

's Middags vliegen wij per helikopter naar de Amerikaanse basis Tallil. Om veiligheidsredenen vliegen wij slechts vier meter boven de grond. De woestijn trekt aan ons voorbij. Af en toe doemen tenten en lemen huisjes op. Onder deze barre omstandigheden wonen hier mensen die zich blijkbaar in leven kunnen houden.

In Tallil legt overste Jan Willem Westerbeek ons uit welke rol de helikopters spelen in de Nederlandse strategie. Helikopters ondersteunen niet alleen de patrouilles, maar spelen ook een grote rol in de logistiek en het vervoer van gewonden. Tot nu toe hebben zij het laatste gelukkig slechts één keer hoeven doen.

's Avonds dineren wij in het Amerikaanse restaurant van Tallil. Vele nationaliteiten zijn hier verenigd. Iedereen geniet van het fantastische eten. Het doet erg denken aan de mensa's van de Amerikaanse Ivy League-universiteiten. Ik spreek een paar Amerikaanse mariniers. Zij hopen dat Bush wint. 'Kerry zal het leger verzwakken.'

Zondag 3 oktober

Na afscheid te hebben genomen van de overste en de voorlichter vertrekken wij weer in een militair konvooi naar Koeweit. Dit keer zitten wij in een veel kleiner konvooi. Dit gegeven en het verhaal over de zelfgemaakte explosieven verhoogt de spanning. Een Nederlandse helikoptermonteur vertelde mij gisteren dat hij doodsangsten uitstaat in een militair konvooi. Een helikopter is veel veiliger. De soldaten kijken gespannen naar de berm in de hoop op tijd bommen te ontdekken.

We lunchen op kamp Shaibah. Daarna rijden we in één ruk naar de Iraakse grens. 's Avonds komen we heelhuids aan in Koeweit-Stad. Iedereen levert zijn militaire uitrusting weer in.

Maandag 4 oktober

Om 1 uur 's nachts vertrekken we naar Schiphol waar we om 6.30 uur aankomen. Ruim op tijd arriveer ik in de collegezaal. Vandaag gaat het over de toestand in Zuid-Irak.

Conclusie

Wat betekent dit alles nu:

1. De Nederlandse troepen doen goed werk. Zij doen meer voor de veiligheid dan de Iraakse instanties zelf kunnen doen.

2. Veel inwoners van As-Samawah lijken meer vertrouwen te hebben in de Nederlanders dan in de gouverneur.

3. Niemand van de geïnterviewden wil dat de Nederlanders weggaan. Zij zijn bang dat de Amerikanen het overnemen en dat die weinig rekening zullen houden met de plaatselijke bevolking.

4. De veiligheidspositie van de Nederlandse troepen kan door intimidaties van buiten verslechteren. Het is daarom van het grootste belang om de relaties met de plaatselijke bevolking zo goed mogelijk te houden. En juist daarin excelleren de Nederlanders. Gelukkig hebben de Nederlandse troepen ook een technologisch overwicht. Zij schieten beter en hebben onder andere de bescherming van Apache-helicopters.

Moeten wij blijven na maart 2005?

Nederland heeft al veel gedaan en bereikt. Als wij daar weggaan, zal de veiligheidssituatie ongetwijfeld verslechteren. Mogen wij de Nederlandse militairen laten opereren in een situatie die misschien wel steeds meer verslechtert? Veel hangt af van toekomstige ontwikkelingen. Gaan de stammen ons nog meer helpen om zelfgemaakte explosieven op te sporen? Komt er een nieuwe, minder corrupte gouverneur na de verkiezingen? De situatie moet van dag tot dag worden beoordeeld.

Eén ding staat als een paal boven water. De Nederlandse soldaten verrichten in de provincie Moetanna belangrijk werk onder zeer moeilijke omstandigheden. Zij vinden zelf dat de situatie nog niet uit de hand loopt en beschouwen het veiligheidsrisico als een gegeven. Voor die houding verdienen zij het respect van de Nederlandse samenleving.

Er zijn goede argumenten aan te voeren voor zowel terugtrekking als voor continuering van het verblijf van de Nederlandse soldaten maar iedereen die suggereert dat in Irak het paradijs uitbreekt als de coalitietroepen vertrekken, is een leugenaar. Harry van Bommel is gewaarschuwd.

Hoe is het toch mogelijk dat mensen die zich thuis voelen in de socialistische traditie die zoveel betekent heeft voor democratisering en voor vrouwenrechten, nu hun ogen lijken te sluiten voor de noodzaak om de theocratische, vrouwonvriendelijke dictatuur van mensen zoals Al Zarqawi te bestrijden? Natuurlijk, de grote Amerikaanse fouten tijdens de wederopbouw baren ons allemaal zorgen en Paul Bremer heeft volkomen gelijk dat het onmogelijk is om met 138.000 soldaten orde op zaken te stellen. Maar moeten wij dan de Irakezen in de steek laten en overleveren aan de meest gruwelijke totalitaire beweging van onze tijd?

mailIcon print |