In de oorlog tegen het terrorisme, en met name in de oorlog tegen Irak, is één belangrijk feit over het hoofd gezien: deze oorlog kwam te vroeg voor het Amerikaanse leger. Deze oorlog diende zich aan voordat het leger de gelegenheid kreeg zichzelf te transformeren van een Dinosaurus uit het Industriële Tijdperk in een licht en dodelijk instrument dat bedreven is in de guerrilla en op dezelfde manier vecht als de negentiende-eeuwse Apaches.
Ik noem de Apaches met opzet. We leven in een wereld waar invasies met een massale infanterie politiek en diplomatiek niet meer worden toegestaan. Steeds meer vuile gevechten vinden plaats met kleine troepen strijders die zich verbergen in de sloppen van de Derde Wereld, in woestijnen en jungles. Dat betekent dat het Amerikaanse leger terug is in de tijd van de strijd tegen de Indianen.
Het Amerikaanse leger heeft zich nooit weten aan te passen aan de eisen van een onconventionele vijand. Dat was dan ook niet de reden dat de Indianen van de Grote Vlaktes uiteindelijk werden verslagen. Het leger heeft nooit de les geleerd dat kleine eenheden infanteristen effectiever zijn tegen de Indianen dan grote regimenten te paard die gebukt gaan onder de noodzaak om voer voor hun paarden mee te zeulen. Het hedendaagse equivalent daarvan zijn konvooien van pantservoertuigen die overladen zijn met wapentuig en gemakkelijk onschadelijk gemaakt kunnen worden door een geïmproviseerde bom die wordt geplaatst door één enkele opstandeling. Als er geen vloedgolf van kolonisten was gekomen, vooruitgeholpen door de spoorwegen, dan zou het Oude Westen nooit veilig zijn geworden.
Tegenwoordig zijn er geen nieuwe kolonisten om ons te helpen en er dient zich ook geen equivalent aan, in welke vorm dan ook. Om de vrije wereld veiliger te maken, zullen de Amerikaanse grondtroepen meer moeten gaan lijken op de Apaches.
Het is mogelijk dat progressieve beleidsmakers zich ongemakkelijk voelen bij de metafoor van de roodhuiden, maar officieren van het leger en de marine gebruiken die metafoor graag, omdat ze perfect past bij de eisen die in het begin van de 21ste eeuw aan de strijd worden gesteld. Ze bedoelen het echter niet als blijk van minachting tegenover de oorspronkelijke bewoners van Noord-Amerika. Uit het feit dat gecodeerde radioberichten zo vaak gebruik maken van Indiaanse namen blijkt wel dat de troepen een grote eerbied voor hen hebben. De honderden Indiaanse stammen waaraan de Cavalerie en Dragonders van de Verenigde Staten het hoofd moesten bieden, waren niet minder gevarieerd dan de oorlogvoerende etnische en religieuze milities in Eurazië, Afrika en Zuid-Amerika in het begin van de 21ste eeuw. Toen de Cavalerie Indiaanse kampementen belegerde, stootte ze van tijd tot tijd op oorlogsstrijders die vergezeld waren van vrouwen en kinderen, net zoals tegenwoordig in Falloedja. Hoewel de meeste officieren van de Cavalerie het leven van mensen die niet deelnamen aan de strijd, probeerden te sparen, leidden de onvermijdelijke doden en gewonden onder burgers tot lawaaiige protesten van de kant van de fijnzinnige humanisten aan de Oostkust. Die konden zich, sinds het leger van dienstplichtigen aan het eind van de Burgeroorlog was ontbonden, niet identificeren met een leger van vrijwilligers aan de andere kant van de Mississippi, dat zijn soldaten voornamelijk betrok uit de arbeidersklasse.
De afgelopen jaren is de strijdwijze van de Indianen in steeds meer delen van de wereld gangbaar geworden. Dat komt door de onveiligheid die is ontstaan door het ineenstorten van de traditionele dictaturen en de opkomst van nieuwe democratieën die institutioneel nog zo zwak zijn dat ze, op korte termijn, zuurstof verschaffen aan terroristen. In dit opzicht is Irak slechts een voorbeeld van wat over de hele wereld gebeurt. De sterke opkomst van het terrorisme in de uitgestrekte Indonesische archipel, de zuidelijke Filippijnen en delen van Maleisië is een direct resultaat van de anarchie die is ontketend door het verdwijnen van militaire regiems. Hoewel veel mensen zich dat niet realiseren zal ook een meer geliberaliseerd Midden-Oosten de kansen voor terroristen aanvankelijk eerder vergroten dan verkleinen. Zoals de Britse diplomaat Harold Nicolson al wist, is de publieke opinie van een regio, die heel lang onderdrukt is geweest, daarom nog niet noodzakelijk verlicht.
Ik wil hiermee niet suggereren dat we niet moeten streven naar vrije samenlevingen. Ik wil alleen maar zeggen dat ons militair - en veiligheidsestablishment zich geen illusies moet maken over de directe consequenties daarvan.
In die gebieden waar we de oorlog tegen het terrorisme voeren, moeten we niet alleen de uitbarsting van een grootschalig oproer vermijden, maar ook de komst van media die de hele wereld bestrijken. Het is moeilijk om schoner te vechten dan de Amerikaanse mariniers in Falloedja deden. Toch was die standaard niet hoog genoeg voor de onafhankelijke verslaggevers van buitenlandse tv-stations zoals Al Jazeera, waarvan het bestaan zelf te danken is aan de sluipende liberalisering binnen de Arabische wereld waarvoor de Verenigde Staten grotendeels verantwoordelijk zijn. Want hoe meer we erin slagen de wereld te democratiseren, hoe meer onveiligheid er komt en hoe meer onze soldaten in hun strijd beperkt worden door plaatselijke media die nog maar net onafhankelijk zijn geworden. Vanuit het standpunt van een legercommandant betekent een tijd van democratie een tijd van regels die het gevecht aan banden leggen.
Nooit in de geschiedenis van de oorlogsvoering heeft een leger een ondankbaarder taak gehad dan het huidige Amerikaanse leger. Het moet zorgen voor de bewapening die veiligheid kan bieden aan een ontluikende wereldwijde beschaving. Naarmate deze volwassener wordt - en eigen massamedia en overheidsstructuren krijgt - zal ze minder vertrouwen hebben in en minder sympathie voor dezelfde troepen die er hun leven voor hebben geriskeerd en ook voor hebben gegeven. En naarmate het gedonder van een wereldwijde kosmopolitische pers luider wordt - en de toepassing eist van abstracte principes van een universele gerechtigheid, die treurig genoeg meestal niet praktisch zijn en ook niet per se synoniem met het Amerikaanse nationale belang - zal onze inzet kleiner en minder zichtbaar worden. In de toekomst zal militaire roem neerkomen op schimmige schermutselingen over de hele wereld, die een kort bericht krijgen op pagina drie van de krant en die de betrokken legerkorpsen in alle stilte onder elkaar zullen vieren.
Het doel zal zijn het uit de weg ruimen van terroristische netwerken door de training van - en het uitvoeren van gezamenlijke operaties met - inheemse troepen. Daarom is het Pan-Sahel Initiatief in Afrika - waarbij speciale strijdkrachten van de marine en het leger plaatselijke militairen in Mauretanië, Mali, Niger en Tsjaad hebben opgeleid om de infiltratie van Al-Kaida in het Afrika ten zuiden van de Sahara tegen te gaan - een betrouwbaarder model voor de imperiale toekomst van Amerika dan alles wat er in Irak of Afghanistan is gebeurd.
In de maanden waarin ik ben opgetrokken met het Amerikaanse leger, heb ik geleerd dat hoe kleiner het voetspoor is dat Amerika nalaat en hoe minder aandacht het trekt van de internationale media, des te effectiever de operatie is. Eén goede soldaat-diplomaat in een gebied als Mongolië kan wonderen verrichten. Een paar honderd Groene Baretten in Colombia en op de Filippijnen kunnen een veelvoudig effect sorteren. Tienduizend manschappen, zoals in Afghanisten, kunnen hooguit de toestand stabiel houden. En 130.000, zoals in Irak, vormen een rotzooi die niemand voor herhaling vatbaar acht - ongeacht het standpunt dat men over de oorlog heeft.
In het land van de Indianen geldt dat hoe kleiner de tactische eenheid is, hoe verder voorwaarts ze inzetbaar is; en hoe autonomer ze is ten opzichte van de bevelsketen, hoe meer ze tot stand kan brengen. Het is gewoon niet voldoende als legereenheden de hele dag bezig zijn in Iraakse steden en dorpen met patrouilles en burgerlijke projecten. Een succesvolle voorwaarts opererende basis is bijna leeg, omdat de meeste eenheden zich buiten de grenzen van de basis bevinden en dagen- of wekenlang onder de inheemse bevolking leven.
Er kan veel worden geleerd van onze, nog steeds voortdurende ervaringen in de Hoorn van Afrika. Vanuit een basis in Djibouti hebben kleine Amerikaanse militaire teams in alle stilte een anarchistisch gebied schoongeveegd dat vanwege een islamitische omgeving culturele toegang bood aan Al-Kaida. Niemand heeft behoefte aan vergaderingen in Washington, vertelde me een majoor van het leger. De mannen in het veld bedenken zelf wel wat ze moeten doen. Ik heb tien man meegenomen om het oosten van Ethiopie te verkennen. In elke stad wilden de mensen dat Amerika sterker aanwezig was. Ze weten dat we hier zijn en ze willen kijken wat we voor hen kunnen doen. Het nieuwe paradigma dat een zuinige inzet van strijdkrachten voorschrijft en waarmee in de Hoorn van Afrika wordt geexperimenteerd, is meer schatplichtig aan de Lewis en Clark-expeditie1 dan aan de grote conflicten van de 20ste eeuw.
In het land van de Indianen, vertelde me een hoge officier, wil je de schurken zonder opzien te baren een kopje kleiner maken en je sporen verbergen met humanitaire hulpverleningsprojecten. Gezien de noodzaak van het gelijktijdig uitvoeren van militaire, diplomatieke en hulpverleningsoperaties, is onze grootste vijand de omvangrijke en starre bureaucratie in Washington, die kunstmatige grenzen trekt. Daarom zal de volgende regering, of die nu Republikeins of Democratisch is, moeten bevorderen dat de ministeries van buitenlandse zaken en defensie meer met elkaar versmelten dan ooit tevoren. Anders lopen we het gevaar te falen. Een sterk ministerie van buitenlandse zaken dat een minder dynamisch ministerie van defensie onder de voet loopt - wat dreigt te gebeuren met een regering van de Democraten - zal de problemen die zijn gecreeerd door de regering Bush, waarbij het omgekeerde is gebeurd, nog verergeren. De twee ministeries moeten eenstemmig samenwerken, waarbij een behoorlijk aantal personeelsleden van buitenlandse zaken moet worden overgeplant naar oorlogvoerende militaire commandos, terwijl mensen van defensie moeten gaan werken in een gemoderniseerd Bureau voor Internationale Ontwikkeling.
1 Legendarische ontdekkingsreis van Meriwether Lewis en William Clark die, in opdracht van Thomas Jefferson, de derde president van de VS, de Missouri stroomopwaarts volgen in de hoop dat er een handelsroute mogelijk is die de Missouri via een korte draagroute over de bergen verbindt met de Columbiarivier en zo met de Stille Oceaan. Die hoop blijkt ijdel. Aan de bron van de Missouri gekomen, ziet Lewis alleen maar bergen, bergen en nog eens bergen. De expeditie van Lewis en Clark begon in 1803 en eindigde in 1806. Ze bestond uit 40 man, drie boten en een hond.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.