*

 

Patrick

Joh. Krist − 09/10/04, 00:00

Joh. Krist is directeur van de justitiële jeugdinrichting De Sprengen in Zutphen. De komende weken bericht hij over zijn werk. Vandaag deel drie.

Patrick Heyda is in de Heer. Eerst was hij een skinhead met uitgesproken rechts-extremistische opvattingen. Legerkisten, strakke spijkerbroek, tatoeages en zijn kop natuurlijk kaal. Vorig jaar waren er meer van die jongens in De Sprengen en was er een gespannen sfeer in huis. Ze wisten elkaar te vinden. Soms goed zichtbaar, maar ook door op een speciale manier met elkaar te communiceren met eigen codes uit de subcultuur. Door bijvoorbeeld de veters in de schoenen op een bepaalde manier te dragen geef je aan dat je van mening bent dat iedere Marokkaan het land uit zou moeten. Maar de Marokkaanse jongens kennen die codes inmiddels ook en zo heb je de poppen binnen de kortste keren goed aan het dansen. Op een bepaald moment liep het uit de hand. In de metaalwerkplaats begon Jimmy Mohammed ineens keihard met een ijzeren staaf op zijn hoofd te slaan. Gelukkig kon de werkmeester ingrijpen, anders was Mohammed er niet meer geweest.

Maar Patrick is nu dus een gelovige jongeman. Hij heeft een complete metamorfose ondergaan. Net in het pak, geen bril, wel een Balkenende-kapsel en het staat hem beter dan Jan Peter.

Zou dit een concreet resultaat van het waarden- en normenoffensief van dit kabinet kunnen zijn? Het ligt waarschijnlijk anders. Patrick heeft buiten de Sprengen niemand om op terug te vallen. Zijn moeder is overleden, zijn vader zit in de gevangenis. Ik denk dat Patrick gewoon een club zoekt om ergens bij te horen. Eerst waren dat zijn skinheadvrienden. Nu heeft hij een vriendin met een uitgesproken christelijke levensovertuiging. Samen gaan ze regelmatig naar de kerk en over enige tijd hoopt hij bij haar te gaan wonen. Zodoende.

Ik hoop dat zij het samen goed zullen hebben en sluit dat zeker niet uit. Het is zo dat jongeren steun kunnen hebben aan een geloof. Dat merk je niet alleen aan de massale opkomst bij de EO Jongerendag, maar ook aan het enthousiasme als de dominee of de imam een justitiële jeugdinrichting bezoekt.

Levensbeschouwing is voor beleidsmakers en bestuurders tegenwoordig geen onderwerp. In 1973 ging ik werken bij het algemeen psychiatrisch ziekenhuis Groot Bronswijk. Het ziekenhuis bestond toen net 100 jaar. Ik kreeg toen ook het jubileumboek en daarin was te lezen dat de wortels van de organisatie lagen bij Trijntje, Jan en Wolter Brons. Zij stichtten het ziekenhuis voor hen 'aan wie het Woord van God barmhartigheid moet geschieden'. In diezelfde tijd studeerde ik ook pedagogiek. Professor Noordam sprak destijds over 'Het mensbeeld in de opvoeding'.

Barmhartigheid, mensbeeld, het klinkt als uit een ver verleden. Daar hoef je als directeur tegenwoordig niet mee aan te komen. Kaders, randvoorwaarden en resultaten. Kwaliteitscriteria, prestatiecontracten en strategie. Dat is de taal die wij sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw steeds meer zijn gaan spreken. En de laatste tijd gaat het alleen nog over bezuinigen en terugdringen van de recidive.

In ons land zijn 17 justitiële jeugdinrichtingen. Sommige zijn goed beveiligd met een muur of een hek eromheen. Andere zijn open inrichtingen, vaak in een groene omgeving. In deze inrichtingen worden per jaar ongeveer 7000 jongeren geplaatst. Jongens en meisjes van 12 jaar en ouder. Ze zijn hier niet voor hun zweetvoeten en dat krijgen ze te horen ook, zeker weten. Maar het blijven wel kinderen. Achter dat stoere lijf, met die agressieve grote mond, gaat meestal nog een kind schuil, kwetsbaar en schreeuwend om zorg en aandacht. Het is goed ook tijd te reserveren voor bezinning over de meest wezenlijke zaken in het leven van deze jonge mensen: Geloof, Hoop en Liefde.

mailIcon print |