*

 

Niet ongewenst rekken

Eerbeek Mr. J. van 't Riet − 18/12/04, 00:00

Mijn vrouw is vorig jaar na vijf jaar in een verpleeghuis te zijn verzorgd op 68-jarige leeftijd overleden. Ik heb in die vijf jaar vrijwel dagelijks te maken gehad met een groep demente bejaarden.

Mijn vrouw had samen met mij voordat Alzheimer zich openbaarde een euthanasieverklaring ondertekend, waarbij uitdrukkelijk vermeld stond dat zij euthanasie wilde indien zij dement zou worden en niet meer voor zich zelf zou kunnen zorgen. Ik heb niet getracht aan dat verzoek te voldoen en ben met haar de hele lijdensweg doorgegaan tot en met de terminale sedatie.

Ik had redenen om niet aan dat verzoek te voldoen. Het beeld dat we van dementie hadden toen we die verklaringen opmaakten, was, op grond van vroegere ervaringen een beeld dat niet overeenkwam met de uitingen van dementie zoals die zich voordeden bij mijn vrouw. Ons beeld was een onmenselijke vertoning van agressie, schreeuwen en vele andere ongecontroleerde reacties. Dat was bij haar niet het geval. Na de afgrijselijke periode van overgang van het bemerken dat het in het hoofd misging naar het niet meer weten wat er gebeurde, was mijn vrouw een tevreden vegeterend plantje.

Toch heb ik spijt dat ik niet heb laten ingrijpen. Ik zelf zal in een dergelijke toestand niet willen leven. Het meest menselijke van mijn bestaan is mijn actieve denk- en redeneervermogen, besluiten en handelen als mens. Als ik dat niet meer kan, dan besta ik niet meer. Ik wil dan niet dat de botten en het vlees dat eens mijn thuishaven was blijft doorbewegen.

Euthanasie is mogelijk bij uitzichtloos ondraaglijk lijden. De medici mogen bepalen of het uitzichtloos is. Ik bepaal zelf, en niemand anders, wat voor mij ondraaglijk lijden is. Zelfbeschikkingsrecht geldt ook op dit gebied. En nu ik bij mijn volle verstand ben bepaal ik dat dementie voor mij ondragelijk lijden is.

Ook als er geen arts zou zijn die een dergelijke oude verklaring nog als geldig accepteert, zijn er oplossingen om een eind aan het lijden te maken. Als ik in een dergelijke toestand kom te verkeren, dan beschouw ik hulp bij eten of drinken als medisch ingrijpen (net als sondevoeding) dat zonder mijn toestemming gebeurt en onaanvaardbaar is. Met mijn kinderen heb ik afgesproken dat zij alle fysieke en juridische middelen zullen gebruiken om degelijke ongewenst rekken van het lijden te verhinderen.

mailIcon print |