*

 

Voor de 'echte' zaken

Paul van den Eshof − 18/10/04, 00:00

Zelf kennen ze het gevoel ook. ,,Sommige zedenzaken zijn zo heftig dat je ongewild onder de indruk raakt. Vooral als iemand vertelt als kind ernstig misbruikt te zijn”, zegt politiedeskundige en psycholoog Paul van den Eshof.

,,Ik herinner me dat ik het vroeger soms bang was om te twijfelen aan de geloofwaardigheid van een verhaal. Dan was het of je de betrokkenen niet serieus nam. Als ik les gaf op de rechercheschool, formuleerde ik voorzichtig. Je durfde bijna niet hardop te zeggen dat er ook valse aangiftes bestaan. Maar gelukkig zijn we nuchterder geworden. Feiten, daar gaat het om.”

Van den Eshof is een van de sturende krachten achter het nieuwe beleid van politie en justitie om complexe zedenzaken landelijk te toetsen.

Hij is coördinator van de 'Landelijke Expertisegroep Bijzondere Zedenzaken', een samenwerkingsproject van politie, justitie en externe deskundigen. Politiekorpsen en officieren van justitie kunnen aan deze groep experts hun lastige dossiers voorleggen. Dat doen ze steeds vaker.

,,Er is in complexe zedenzaken vaak behoefte aan advies”, zegt Van den Eshof.

In zedenzaken laat de politie soms cruciale vragen onbeantwoord. ,,De beschuldigde is niet altijd dader”, stelt Van den Eshof. Vaak adviseert de Expertisegroep nader onderzoek naar de feiten, maar geregeld is het advies ook om maar met het onderzoek te stoppen. Dat het de laatste jaren in de media zo stil is geworden, is mede te danken aan de landelijke toetsing. Er zijn nog weinig geruchtmakende zedenzaken.

,,Wij zijn kritisch, daar staan we om bekend”, bevestigt Nicole Nierop, net als haar collega jurist en psycholoog van de landelijke politiedienst KLPD. ,,Maar het is niet zo dat wij 'nergens in geloven'. We zien hier bij het KLPD zoveel echte zaken, van kinderen die verkracht zijn of misbruikt voor de productie van kinderporno. Het belang van toetsing is om te zorgen dat de politie zich op die echte zaken kan concentreren. En om beschuldigden een eerlijke kans te geven.”

Verplicht is de toetsing nu nog alleen in uitzonderlijke gevallen: als een slachtoffer 'hervonden herinneringen' heeft aan seksueel misbruik als kind, als het slachtoffer zich misbruik herinnert toen zij jonger was dan drie jaar of bij aangiftes van ritueel misbruik.

Maar volgens Nierop en Van den Eshof zijn er meer categorieën aangiftes die zorgen baren. Zij pleiten ervoor om de landelijke toetsing uit te breiden. Van den Eshof: ,,Vooral de aangiftes waar op de achtergrond een echtscheiding speelt. Na de scheiding komt een van de ouders, meestal de moeder, met de beschuldiging dat de vader het kind heeft misbruikt. Daar zitten valse beschuldigingen bij. Soms omdat de moeder meent dat het echt is gebeurd, soms uit pure wraak. Het is zorgelijk genoeg om daar structureel naar te kijken.”

Ook zou de expertisegroep graag extra aandacht willen besteden aan alle aangiftes van groepsverkrachtingen door onbekende daders of aan aangiftes van zaken die meer dan acht jaar oud zijn. ,,Daar zit je met een ander probleem”, zegt Nicole Nierop. ,,Door het tijdsverloop zijn feiten lastiger te checken en loopt de politie het risico dat het onderzoek sterk wordt gebaseerd op de herinneringen en emoties van de aangeefster.”

Slachtoffers van seksueel kindermisbruik hoeven niet bang te zijn dat de nieuwe nuchterheid betekent dat hun aangiftes niet meer aandachtig worden bekeken, zegt Van den Eshof. ,,De politie is juist veel professioneler geworden. Kinderen worden alleen nog verhoord door speciaal opgeleide rechercheurs, in speciale studio's, terwijl de videoband meeloopt, en daarna beoordeelt ook een externe deskundige vaak het verhoor nog eens. Zo krijg je betrouwbare verklaringen waar je in een rechtszaak iets aan hebt. Het is zeer goed georganiseerd.”

Maar het geeft ook valse zekerheid. Rechercheurs zijn gaan denken dat een goed verhoor vanzelf de waarheid boven tafel brengt. Maar daar is ook feitenonderzoek voor nodig. ,,Dat kan beter. Ook moeten rechercheurs en officieren van justitie nog veel beter kijken naar wat er aan de aangifte vooraf is gegaan. Welke rol spelen de ouders bij de aangifte? De hulpverlener? Wie hebben er allemaal al met het kind gepraat? Dan blijkt bijvoorbeeld dat niet het kind zelf, maar de móeder aan de kinderarts heeft gezegd dat het kind misbruikt is”, schetst Van den Eshof. ,,Als je dat vergeet uit te zoeken, kan een hele zaak ontsporen.” Wilma Kieskamp

mailIcon print |