Burundi heeft voor een nieuwe grondwet gestemd. De uitslag maakt duidelijk dat de bevolking de vraag wie wie een Hutu is en wie een Tutsi minder belangrijk vindt dan politici.
De eerste stembusgang in twaalf jaar in Burundi was eenvoudig. Een witte kaart voor de nieuwe grondwet, een zwarte tegen. De keuze van het volk laat er geen twijfel over bestaan: zo'n 90 procent van de Burundezen stemde voor de constitutie waardoor de weg vrij is voor verkiezingen in april of iets later dit jaar. En die verkiezingen symboliseren voor velen het einde van meer dan een decennium burgeroorlog waarin 300000 mensen om het leven kwamen.
De grondwet is een compromis over de verdeling van de macht tussen Hutu's en Tutsi's. Belangrijkste bepaling is dat het leger moet bestaan uit evenveel Hutu's als Tutsi's. Sinds de onafhankelijkheid in 1961 werden de hoge rangen bezet door Tutsi's, die slechts 14 procent van de bevolking uitmaken.
Ook de Senaat wordt op deze manier verdeeld tussen beide bevolkingsgroepen. In het parlement is 60 procent van de zetels bestemd voor Hutu's en 40 procent voor Tutsi's.
De Hutu-partijen hadden de kiezers opgeroepen voor de nieuwe grondwet te stemmen, terwijl de meeste Tutsi-partijen om een afwijzing vroegen. Zij vinden dat er te weinig garanties voor Tutsi's zijn opgenomen in de constitutie. Maar de uitslag toont aan dat vele Tutsi's voor de grondwet hebben gestemd en blijkbaar bereid zijn risico's te nemen in ruil voor vrede en een gewoon leven.
De Tutsi-partijen maakten duidelijk dat hun huiver voor de grondwet alles te maken heeft met de herinnering aan de eerste democratische verkiezingen in het land in 1993 die de Hutu-president Melchior Ndadaye aan de macht brachten. Die begon direct na zijn verkiezing aanzienlijke aantallen Tutsi's in overheidsdienst te vervangen door Hutu's.
De Tutsi-elite bezette sinds de onafhankelijkheid de meeste overheidsbanen omdat ze voorgetrokken waren door de Belgische koloniale macht. Drie maanden na zijn aantreden werd door Tutsi-militairen vermoord en dat luidde de burgeroorlog in. De Tutsi-partijen vrezen dat opnieuw een Hutu tot president wordt gekozen die Tutsi's uit de meeste overheidsfuncties zal zetten.
Het wantrouwen tussen Hutu's en Tutsi's is door politici jarenlang
gebruikt. Hutu-rebellen gebruikten het om leger en burgers aan te vallen, Tutsi-generaals om aan de macht te blijven en die gewapenderhand te verdedigen.
De politieke en militaire macht in Burundi bieden automatisch toegang tot de economische macht en daarmee de persoonlijke welvaart. De Tutsi-elite in de hoofdstad Bujumbura behoort tot de rijken van het land. Op het platteland bestaat nauwelijks verschil tussen Hutu's en Tutsi's. De boerenbevolking is overal even arm. De meeste gewone Burundezen interessert de etniciteit van de machtshebbers steeds minder. Ze willen gewoon een beter bestaan en hopen dat de nieuwe grondwet de deur daartoe opent.
De stembusgang verliep zonder al te grote problemen en geeft goede hoop voor de presidents- en parlementsverkiezingen. Daarna zal een democratisch gekozen regering vriend en vijand tevreden moeten stellen want anders vervalt Burundi opnieuw in een burgeroorlog.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.