Voor een westerling heeft iedere Chinees ongeveer dezelfde uitdrukking op het gezicht. Omgekeerd vast ook. Gezichtsuitdrukkingen hebben hun grammatica. De taal van ogen, mond en wangen wordt door de cultuur gestuurd, maar ook door iets anders: vertrouwdheid, herkenning. Een bevriend gezicht kan er daardoor anders uitzien dan datzelfde gezicht in de ogen van een vreemde.
Hoe ik hier op kom: in de trein tegenover me zat een man met enorme pukkels op zijn gezicht. Op zijn voorhoofd, wangen, kin en in zijn hals had hij dikke bobbels, in de kleur van zijn huid. Onwillekeurig keek ik naar zijn hand. Een trouwring. Zijn vrouw (of man) heeft elke dag uitzicht op die pukkels. Zijn vrienden, collega's, kinderen misschien, ook.
De kans is groot dat zij die ontsieringen niet meer zien. Ze zien iets anders: zijn ogen, de uitdrukking op zijn gezicht. Niet die pukkels, die zijn er elke dag, die vallen weg. Net zoals onze ogen en hersenen allerlei tekens die er altijd zijn, gewoon niet meer registeren: stickers en merknamen op de computer, het patroon van de bakstenen in de gevel van de huizen aan de overkant, het patroon van een zomerjurk die je al jaren hebt.
Elke dag dwaalt de blik over die woorden, stenen en kleuren, maar het lukt niet om dat zonder het vorbeeld bij de hand te hebben na te tekenen op een vel papier.
Bij het huis aan de overkant zijn andere dingen belangrijk dan het patroon van de stenen: zijn de gordijnen op en of dicht, is er iemand te zien voor het raam. Zo zijn bij een vertrouwd gezicht niet de pukkels, vlekken en rimpels belangrijk, maar de uitdrukking, de reactie bij het zien van jou. Alleen dat telt, en al het andere wordt gewist. Ge-delete, om het in computertermen te zeggen. En we zijn zo gericht op de uitdrukking op iemands gezicht, dat ons geheugen niet in staat is om gezichten neutraal op te slaan, als foto's. Gezichten groeien met ons mee.
Zo kan het een wonderlijke ervaring zijn om in een fotoalbum de gezichten van vriendinnen van nu tegen te komen, maar dan twintig jaar jonger. En ze te zien alsof dat voor het eerst is. Ze zijn wel herkenbaar, maar ook vreemd. Toen waren ze gewoon C., Y. en S., meer niet.
Nu ik hun foto's zie, is het nauwelijks voor te stellen dat ik toen met hen omging, winkelde, wandelde, kletste, zonder te denken wat ik nu denk: wat zijn ze mooi. Zoals ik hen nu zie, heb ik hen destijds nooit bekeken. Nu pas zie ik wat een beauty's het zijn. Of waren.
Terug naar nu. Hun gezichten zijn dierbaar, prettig, vertrouwd. Gisteren zag ik het gezicht van Y., tijdens het wandelen, kletsen en eten. Ontspannen, geestig.
Het is me niet opgevallen dat ze knap is. Laat staan dat ik kan beoordelen hoe een vreemde haar ziet. Of hoe ik haar later zie, over tien of twintig jaar, op foto's van nu.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.