*

 

We moeten verder kijken dan baard en djellaba: ze dragen schaapskleren.

Youssef Azghari − 19/07/05, 00:00

Het zijn gouden tijden voor de dolgedraaide religieuze fanaten en populisten onder ons. Alles wat ze aan extreme domheid of onwetendheid etaleren wordt direct opgetekend en via internet de wereld ingeslingerd. Het aantal radicale websites dat uit-puilt van haat tegen andersdenken-den en tot geweld oproept, is de laatste tijd explosief gestegen. Dat elke vorm van radicalisme zijn ei-gen monsters baart en leidt tot dood en verderf is bekend.

Mohammed B., die zich opwierp als een 'herder die zijn schapen naar een veilig groene weide leidt', moordde volgens eigen zeggen in naam van Allah. Eerder gebruikte hij het internet om zijn bloeddorsti-ge boodschap te verspreiden. Zijn hoofddoel was om met geweld 'de islam aan het hoofd van de mensheid te plaatsen'. Daarnaast wilde hij zijn geestverwanten bevrijden van 'het grootste kankergezwel binnen de islamitische gemeenschap': de vrijzinnige moslims. Zo kreeg ik begin vorig jaar in mijn mailbox veel van zijn troep binnen. Ik behandelde ze als spam. Ongewenste internetrecla-me gooi ik meestal ongelezen weg. Deze tactiek van negeren en verwij-deren, die vergelijkbaar is met het doodzwijgen van racisten in het Nederland van de jaren tachtig, werkt tegenwoordig niet meer. Daarvoor vormen ook extremisten met een moslimachtergrond een te grote bedreiging van onze vrijheid van spreken en bewegen. Gedreven door hun obsessies zijn ze bereid om zichzelf op straat op te blazen en zoveel mogelijk onschuldige slachtof-fers de dood in te jagen. Dat hebben we al gezien in onder meer Casablanca, Madrid en Londen.

Types zoals Mohammed B. ver-slechteren alleen maar de toch al broze verhouding tussen moslims en niet-moslims. Zij zijn tijdbom-men onder onze samenleving. Het zijn de allerslechtste voorbeelden van het misbruik van het geloof door criminele fanatici. Daarom moeten zij met de zwaarste middelen bestreden worden.

Zij zijn een gevaar voor de moslims. Vooral de dolende jonge moslims, die net iets te lang in een iden-titeitscrisis verkeren, vormen een makkelijk prooi. Het probleem van de radicalisering onder migranten-jongeren moet bij de wortel aange-pakt worden. Traceren welke predikers onze moslimjongens tot gewelddadige acties inspireren en ze daarna oppakken en zwaar straffen is een eerste begin. We hebben inmiddels genoeg informatie over ra-dicale groeperingen. Zo weten we dat salafisten, aanhangers van de ta-liban-islam, zich superieur voelen over andersdenkenden, inclusief 99 procent van de moslims. Respect voor hun gastheer Nederland hebben ze niet en westerse vrijheden waarderen ze niet. En dan te bedenken dat ze in hun jonge jaren daar gretig gebruik van maakten. Ze rookten marihuana en zopen zich klem. Nu prediken deze grootste ex-drugsverslaafden een boodschap van haat en bloederige strijd. En dat in naam van God, de Barmhartige.

We kunnen de moslimradicalen pas echt de wind uit de zeilen nemen als we ze vroegtijdig opsporen. Niet alleen op scholen, maar ook op het werk en in de moskeeën. Om ze scherp in beeld te krijgen is verder kijken dan alleen hun uiterlijk, zoals een baard en een djellaba, heel belangrijk. Fanatieke wolven kleden zich graag in schaapskleren en zijn daardoor bijna onherkenbaar.

Moslims zijn vanwege hun achtergrond beter in staat om deze vermomde wolven te ontmaskeren. Ik vind het dan ook een plicht van elke moslim om hen aan te geven bij de politie. Wij moeten ons vooral niets aantrekken van moslimfundamentalisten die ons bestempelen als 'verraders, die heulen met de vijanden van de islam'. De echte verraders zijn nog altijd de radicalen die geen respect hebben voor het leven. Zij zijn dragers van het dodelijke virus, dat uitgeroeid moet worden.

mailIcon print |