*

 

Het portret ving mijn blik en het hield die vast

door Koert van der Velde − 19/07/05, 00:00

Zonder religieuze beleving geen religie – misschien is het wel de kern ervan. Toch lees je er maar weinig over. In deze rubriek beantwoorden mensen vragen over wat ze op religieus gebied hebben beleefd. Vandaag: Johan Goud .

Hebt u wel eens een religieuze beleving gehad?

”Geen schokkende verhalen over wonderbaarlijke gebeurtenissen, getuigenissen over paranormale ervaringen of staaltjes van goddelijk ingrijpen. Toch heb ik af en toe ervaringen gehad die ik religieus noem.”

Wat gebeurde er?

”Het moet in mijn studententijd zijn geweest. Ik zat in mijn eentje in een café in Amsterdam. Het was een periode waarin ik me stuurloos voelde, er zat weinig richting in de talrijke bezigheden die ik ontplooide. Plotseling drong zich een besef op dat het wantrouwen, de twijfel en de onzekerheid over mijzelf, anderen en God niet fundamenteel zijn, hoeveel goede argumenten er ook voor te geven zijn. Andere dingen zoals verliefdheid, vertrouwen en verantwoordelijkheid zijn fundamenteler, niet op basis van argumenten, maar op basis van keuze.

Vijf jaar geleden liep ik in Londen door een museum toen een soortgelijke beleving zich voordeed. Ik ging langs de vele schilderijen van zaal naar zaal. Totdat een schilderij van Jan Mostaert (1520) met een portret van een man met een ovaalvormig gelaat, een krans van doornen op zijn hoofd gedrukt, zijn polsen met een touw samengebonden, mijn blik ving en vasthield. Ik dacht: ik kan nu doorlopen, maar dan onttrek ik me aan de dwang die van de blik van deze man uitgaat, en dat moet ik niet doen. Ik bleef staan, hoe lang weet ik niet. Die man was Jezus, met wie ik was opgegroeid en die tot mijn huisraad behoorde. Nu was hij opeens heel anders. Het was alsof hij mijn stuurloze zelf een vraag stelde die me op mezelf terugwierp: de vraag naar mijn keuze.”

Pasten deze ervaringen bij uw verleden?

”Het waren kristallisatiepunten van ervaringen die ik had opgedaan. Al heel jong voelde ik me vreemd in de wereld staan. Wat los stond van het vanzelfsprekende sprak mij bijzonder aan. Ik identificeerde me sterk met buitengeslotenen - Joden en zigeuners in de Tweede Wereldoorlog, negers in Zuid-Afrika. Neem die beroemde foto van dat meisje dat uit een treinwagon kijkt op weg naar Auschwitz. Zulke foto's hebben iets dwingends, roepen op tot afstand nemen van het dagelijkse. Ik heb fototentoonstellingen bezocht waar ik rondliep met tranen over mijn gezicht.”

Wat betekenden deze ervaringen voor uw leven?

”Ik was in de war. Ze bleven me bezighouden, tot nu toe, verstoorden mijn kijk op het leven, mijn orde van redeneren. Tegelijkertijd gaven ze rust, wezen een richting in de chaos. Er was de zekerheid dat hier - hoe sprakeloos ook - fundamentele woorden werden gesproken: de vraag naar het waarom.

Dit maakt zulke ervaringen religieus. Zonder had ik geen predikant kunnen zijn. Een predikant moet namelijk motiverende dingen kunnen zeggen. Zonder mijn religieuze ervaringen had ik dat niet gekund.”

Hebt u zich afgevraagd: sprak God tot mij of was ik het zelf?

”Op het moment zelf dacht ik niet: God zegt dit mij. Achteraf, toen ik ging interpreteren, kon ik dat gaan zeggen. Als je dat op het moment zelf al doet, verdwijnt de beleving, denk ik. Natuurlijk heb ik me afgevraagd of het uit mijzelf kwam. De godsdienstkritiek waarmee ik tijdens mijn studie ben opgegroeid is vlijmscherp. Toch leek het appèl eerder van buiten dan uit mezelf voort te komen. Dat is ook niet zo gek: dat hoofd van Jezus op het schilderij van Mostaert wás buiten mij. Ik zou het eerder een geschenk noemen dan 'zelfgeconstrueerd', te herleiden tot de eigen zinverlening. Dan was het me niet blijven obsederen. Het is niet spectaculair, het is een protestants wonder.”

mailIcon print |