Sport is het uitbaten van verschillen. De een komt uit een tenger geslacht en wordt klimmer, de ander behoort tot de reuzen en wordt basketballer, weer een ander beschikt over grote spierkracht en wordt gewichtheffer. Je moet al die verschillen niet te veel relativeren, anders gaat de aardigheid eraf.
Het is makkelijk om de overwinning van een kleine spriet in een alpenetappe af te doen als vanzelfsprekend, omdat een kolos van honderd kilo nu eenmaal meer mee te torsen heeft. Maar in de sport negeren we dat soort gegevens graag, anders valt er nooit onbesmet te winnen of te verliezen. Toch voelen we diep in ons hart wel dat het allemaal betrekkelijk is, en om dat te kanaliseren hebben we de gehandicaptensport uitgevonden. Ze gooien daar minder ver, lopen stukken langzamer en scoren niet zo gemakkelijk, maar het zijn toch heus ook enorme prestaties, gezien het vermogen.
Maar bij deze grove verdeling in ongehandicapten en gehandicapten moet het ook maar blijven. Ik kan wel bij sportkoepel NOC-NSF aankloppen met de mededeling dat het, gezien mijn buikige leven als schrijver en de vele uren die ik in de auto zit, een wonder mag heten dat ik nog met mijn dochter kan badmintonnen, maar daar zal ik geen gehoor vinden. Misschien moet ik me maar meer richten op de bezigheden die niet zozeer met bouw of conditie te maken lijken te hebben, zoals golf, biljart of bridge.
Intussen ben ik met mijn 1,93 m. natuurlijk geknipt voor het basketbal. Helaas heb ik de techniek nooit goed onder de knie gekregen (vanwege het feit dat mijn vader predikant was allicht, ik ben meer bijbelvast dan balvast, tja, kan er ook niks aan doen). Een gymleraar die mijn verrichtingen gadesloeg sprak ooit eufemistisch van 'een eigen techniek', dan weet je wel hoe laat het is.
Neemt allemaal niet weg dat ik onlangs een basketbalring-plus -netje heb gekocht, voor aan de deur in de woonkamer, waarin ik nu gedurig zachte balletjes tracht te mikken die de snuisterijen niet kunnen beschadigen. Het mooiste lijkt mij om vanachter de krant of tijdens een gesprek met deze of gene voortdurend achteloos raak te gooien, als vanuit een soort tweede, tot nu toe onbekend gebleven natuur. Kijk, dat kan ik ook! Dat mensen mijn huis verlaten met het idee dat er aan mij een basketballer verloren is gegaan. Een lichte schemer daalt reeds over mijn sportcarrière, maar hier zou ik nog even in kunnen uitblinken! Eindelijk de beste, al is het maar thuis.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.