*

 

Gastvrijheid

Youssef Azghari − 09/11/04, 00:00

Ik wil vandaag stilstaan bij de moord op Theo van Gogh door een Marokkaanse verdachte uit Amsterdam. Mijn hoofd zit nog boordevol vragen, dilemma's en gevoelens van onmacht en schaamte.

Ik heb in mijn cultuur geleerd de doden te eren, ongeacht hun achtergrond of ideologische veren. Dat is in het geval van Theo van Gogh erg moeilijk. Ik ga hem niet plotseling de hemel inprijzen. Theo van Gogh is geen martelaar van het vrije woord van het kaliber Fortuyn.

Niet dat ik hem die geuzennaam niet gun, maar omdat ik een gruwelijke hekel heb aan de huichelarij rond de heiligenverering van bekende persoonlijkheden. Zeker wanneer Theo van Gogh pas na zijn dood ook door zijn ergste vijanden bedolven wordt onder oneindig veel respect en bewondering.

Natuurlijk staat hij ongewild symbool als slachtoffer van een heilige Nederlandse waarde: vrijheid van meningsuiting. Maar hem daarom heilig verklaren gaat mij te ver. Bovendien ken ik Theo van Gogh niet goed genoeg. Ik heb hem nooit persoonlijk ontmoet, laat staan gesproken. Het beeld dat ik van hem heb gevormd komt uit de media. Ik kende Theo van Gogh van televisie, krant, radio en internet. Hij schreef columns, die als scherpe messen door merg en been gingen. Hij tierde en schold iedereen verrot.

In zijn fanatieke strijd tegen alles wat in zijn ogen slecht of een gevaar was spaarde hij niemand. Zo kregen zowel de joden als moslims flink op hun falie van Theo van Gogh. Hij heeft ze met grof geschut tot in het diepste van hun ziel geraakt.

Toch heb ik Theo van Gogh nooit beschouwd als een antisemiet of racist, maar hooguit als een radicale polemist. In deze rol straalde hij een enorm ego uit. Zijn eigendunk was qua hoogte gelijk aan minstens de afstand tussen Amsterdam en New York. Daarom moest iedereen opzij voor de grote Theo. Zo niet, dan deed hij verschrikkelijk boos.

In de discussiebijeenkomsten over integratie en islam konden zijn gesprekspartners geen greep op hem krijgen. Op het scherp van de snede debateren én zijn tegenstanders schofferen zat in zijn genen. Hij genoot van zijn scheldkanonnades. Hoewel hij sommige mensen zelfs dood wenste, bleef het bij hem altijd bij wijze van spreken.

Dat Van Gogh ook vulgair was in zijn woordkeuze is tot daaraan toe. Maar niets terugzeggen en je tegenstander meteen monddood maken is onverteerbaar. Waarom nam de moordenaar van Theo van Gogh diens woorden zo serieus? Laat mensen toch schelden op de islam als ze dat oplucht of als ze daarin zin hebben. We gaan wel weer over tot de orde van de dag.

Daarna praten we na over hoe wij de duistere kanten van de moslimfanaten, die hier met hun gewelddadige woorden aanzetten tot brute moorden, het beste kunnen bestrijden. Vervolgens drijven we zelfspot, zoals Theo van Gogh dat ook deed.

Hoewel Theo van Gogh met zijn krasse uitspraken bij mij meestal negatieve gevoelens opriep, heeft hij me wel een keer ontroerd. Twee jaar geleden vertelde hij op de televisie over twee Marokkaanse buurtvriendjes van zijn zoon. In het huis van Van Gogh mochten ze spelen. Omgekeerd kwam het er nooit van. De familie van Hamza liet Theo's  zoon bijvoorbeeld niet binnen, omdat zijn moeder het huis wilde schoonhouden.

Dit verhaal raakte mij diep in mijn hart. Hieruit bleek dat de vader Theo van Gogh toch niet zo hard was dan dat hij als 'dorpsgek' in de media overkwam. Als vader stond hij open voor contact.

De houding van deze Marokkaanse familie maakte mij woest. Niet alleen vind ik het een verkeerd signaal naar zijn zoon, maar ook naar zijn twee Marokkaanse vriendjes. Zulke Marokkaanse families kweken de kille geesten van later. Zij zijn geen goede voorbeelden van tolerantie en gastvrijheid.

Ik kan verzekeren dat zijn zoon bij mijn familie altijd welkom is.

mailIcon print |