Ik zat als jongetje niet op voetbal. En ook niet op atletiek of judo. Waarom mij dit onthouden werd, weet ik niet. Misschien hadden mijn ouders geen zin om me te brengen en enthousiast langs de kant te gaan staan schreeuwen. Of misschien associeerden ze het, zoals ik heimelijk zelf deed, met bio-vakantieoorden voor brekebeentjes.
Ik zat wel op de padvinderij en ook daar moest je wel eens iets lichamelijks verrichten, of zelfs betrekkelijk veel, maar het stond altijd in dienst van iets hogers: corporele harding, strategisch veldwerk, vorming tot mens, weet ik veel. Het voelde daar niet alsof je de beste mocht zijn alleen maar om het gevoel over anderen te gloriƫren.
Er is een periode in mijn leven geweest dat ik het mijn ouders kwalijk nam dat ze me almaar naar de bibliotheek stuurden en naar pianoles en de padvinderij, alsof er in mij geen talentvol voetballertje kon schuilgaan of iemand die de wereld versteld zou doen staan als schaatser.
Toen ik in mijn studententijd alsnog ging voetballen om de opgestapelde massa's in het brein wat te verlichten, merkte ik dat om mij heen een zekere wereldwijze brutaliteit van mijn medespelers samenhing met een jeugd als voetballertje bij de pupillen: weer anderen wisten aan een rekstok te hangen of wat de zwarte band behelsde. Ik daarentegen kwam op mijzelf over als een achterstandssporter die de juiste context voor een carrière ontbeerde, terwijl ik er fysiek misschien heel goed toe in staat was geweest. Een jongen die nooit had mogen voetballen omdat het altijd op de dag des Heren was, zal ik maar zeggen.
Maar vijfentwintig jaar en een hele generatie verder prijs ik mijn ouders voor hun onsportieve opvoeding. Nu er helemaal niks van terecht is gekomen en ik zelfs tijdens seniorenpotjes niet meer goed meekom, hoef ik tenminste niet terug te blikken op de hoop dat het ooit iets zou worden, dat ik ooit ergens een prijsje zou wegkapen, of derde van de provincie Noord-Holland zou worden. Er is niets vervlogen of langzaam weggesijpeld. Nooit zal ik treurig terug hoeven blikken op een handjevol medailles. Niemand die mij zal vragen hoe het is om je lichtvoetigheid als rechtsbuiten kwijt te raken. Geloof me, een onsportieve jeugd is een zegen voor de oude dag.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.