*

 

Remkes' actie oogst verbazing

Ruud van Heese − 09/11/04, 00:00

DEN HAAG - Wat is erger? Een kabinet dat eensgezind is, maar te grote woorden gebruikt en spreekt over een 'oorlog tegen terrorisme'? Of een kabinet dat helemaal niet eensgezind optreedt? Voor deze vraag ziet de Tweede Kamer zich geplaatst.

Het parlement vergadert deze week over de moordaanslag op Theo van Gogh. Dat debat zou vooral moeten gaan over de vraag hoe deze moord heeft kunnen gebeuren, en hoe het kabinet de dreiging van (moslim)terreur gaat aanpakken.

Maar door het optreden van leden van het kabinet lijkt het zwaartepunt van het debat bij voorbaat te zijn verplaatst naar twee andere vragen. Heeft het kabinet, bij monde van vice-premier Zalm (VVD), zichzelf niet overschreeuwd toen het afgelopen vrijdag na afloop van het wekelijkse kabinetsberaad sprak van een 'oorlog tegen het terrorisme'?

De Kamer lijkt deze vraag met 'ja' te hebben beantwoord. De toon kon wel wat gematigder, luidde het oordeel. En ook premier Balkenende leek op deze lijn te zitten, getuige zijn oproep tot een dialoog. Op een andere vraag heeft de Kamer nog geen antwoord geformuleerd. Kunnen ministers wel geloofwaardig verder nu zij er blijk van geven niet eensgezind te zijn in de strijd tegen terrorisme?

Dat beeld van gebrek aan eensgezindheid werd gevestigd toen VVD-minister Remkes (binnenlandse zaken) gisteren in NRC Handelsblad kritiek uitte op zijn collega Donner (CDA) van justitie. Die zou te veel willen vasthouden aan bestaande wettelijke regels, terwijl Remkes bij de aanpak van terreur veel meer bereid zou zijn om die regels aan te passen (lees: op te rekken).

En ook is Remkes weinig gelukkig met de tweede viool die hij speelt sinds het kabinet heeft afgesproken dat Donner de bestrijding van terreur coördineert en daarbij ook beschikt over wat in het bestuurlijk jargon wordt aangeduid als doorzettingsmacht.

De frustratie van Remkes lijkt duidelijk: Donner in de rol van held die desnoods een gevechtsvliegtuig de lucht in mag sturen om een gekaapt passagierstoestel neer te halen. En Remkes die er alleen is om, zoals hij het zelf noemt, 'de rotzooi op te ruimen'.

De verzuchting van Remkes oogstte in politiek Den Haag grote verbazing. In de eerste plaats op Justitie. Maar niet in de laatste plaats in eigen liberale kring. Immers: hij zelf had zich naar het tweede plan laten verdringen. De uitlatingen van Remkes doen denken aan de vlucht naar voren van iemand die heeft misgegrepen en desondanks wil laten zien dat hij nog steeds meetelt.

Voor Remkes doemt de angstige vraag op op hoeveel steun hij nog kan rekenen van de geestverwante kamerleden. Het lijkt erop alsof ze nauwelijks een cent meer geven voor zijn positie. Veelzeggend in dit verband is de opstelling van VVD-fractievoorzitter Van Aartsen.

Die memoreerde vorige week hoe hij aanvankelijk veel kritiek had op de aanpak van Donner. Die was 'naïef' en 'laks'. Maar Donner had inmiddels wel de coordinatie van de bestrijding van terrorisme naar zich toe getrokken. En Van Aartsen had over dit onderwerp de nodige gesprekken gevoerd met Donner. Hoeveel gesprekken hij met Remkes had gehad? Geen.

mailIcon print |