*

 

Duinen onder de rook van Den Bosch

Bert van Panhuis − 10/04/04, 00:00

Wie duinen zegt, zegt strand en zee en de Hollandse en Zeeuwse kust. Alleen noordelijke Brabanders zullen trots opmerken dat je zover niet hoeft af te reizen om het stuivende zand rond je voeten te zien kringelen. Duinen tref je ook onder de rook van de Noord-Brabantse hoofdstad Den Bosch, in het gebied van Drunen en Loon op Zand.

Vanuit de provinciehoofdstad zetten we koers richting Vught voor de Loonse en Drunense Duinenroute, een fietsrondrit die begint en eindigt bij het Bossche NS-station.

Maar eerst hebben we nog een bewonderende blik geworpen op de fraai vormgegeven Armada-woningnieuwbouw van het Paleiskwartier. Licht, lucht, water en wind zijn door architect Tony McGuirk als inspiratiebronnen gebruikt bij de gebolde vormgeving met onder meer aluminium.

Het is opletten op het traject richting Vught want de routebordjes staan niet overal even duidelijk opgesteld. Zo rijden we bij het Koning Willem I College bij gebrek aan aanwijzingen maar wat via de stoep op een richtingwijzer af, in de hoop daar verder te worden geleid. Het werkt: een bordje stuurt ons de Vlijmensesingel op. Even verder worden we, weinig logisch, in plaats van een verhard fietspad, het gras van een dijk opgeleid, dat parallel ligt aan het Afwateringskanaal 's-Hertogenbosch-Drongelen.

Statige herenhuizen en imposante villa's duiden erop dat we in het welgestelde deel van Vught zijn. Met tal van fietsers en wandelaars genieten we op de Loonse Baan van de Vughtse Heide, waar zich een van de drie Bossche lunetten bevindt, vestingwerken voor de verdediging van de Brabantse hoofdstad. Hier is ook het recreatiegebied De IJzeren Man, genoemd naar de stoommachine die aan het einde van de 19de eeuw zand opgroef voor de uitbreiding van Den Bosch en zo een kunstmatig meer schiep.

Over bospaden en langs hoeves met grazende zwarte schapen gaat het richting Loonse en Drunense Duinen, een van Nederlands jongste nationale parken. De duinen zijn zo'n 30000 jaar geleden gevormd, ze raakten begroeid met bos dat door de mens weer werd gekapt. Het heidelandschap dat hierna ontstond werd afgestoken en het vrijkomende zand werd een speelbal van de wind. En zo ontstond een stuifzandgebied. De Loonse duinen werden een eeuw geleden met bomen beplant, de Drunense bleven zoals ze waren.

Het duinengebied bij Den Bosch is 3200 hectare groot en de zandverstuiving, die een derde van het terrein beslaat, is de grootste van Europa. Aan de oostelijke rand, bij de agrarische nederzetting Giersbergen zijn de stuifzanden het hoogst. Ze kunnen hier meer dan 20 meter halen. Hier loopt ook de routeverkorting naar het dorp Drunen vanaf de ontspanning De Rustende Jager. De terrassen zitten er vol, net als bij andere horecagelegenheden langs de route.

Maar wij willen eerst nog volop genieten van 'de Brabantse Sahara'. Dus gaat het langs de zuidelijke kant naar Loon op Zand. Voor de visliefhebbers ligt hier de forellenput 't Duinven, waar hengelaars naar hun dobber staan te turen of, als ze het geduld niet kunnen opbrengen, de forel op het eetbord laten presenteren. De recreatiegemeente Loon op Zand met familiepark De Efteling op kleine afstand, heette oorspronkelijk Venloon op 't Sand. Dat was weer een voortzetting van de nederzetting Venloon die aan het einde van de 14de eeuw onder het stuifzand verdween.

Even buiten Loon op Zand treffen we -na 25 kilometer fietsen- bij een vennetje het eerste stuifzand langs de fietsroute aan en even later, vlakbij de ontspanning De Roestelberg nemen ze al de vorm aan van een echte zandverstuiving. De belangstelling van jong en oud is groot voor dit in Nederland langzaam zeldzaam wordende fenomeen.

Een uitgebreid paneel geeft er informatie over. Door een gebied met afwisselend bossen, weilanden en fraaie boerderijen gaat de tocht richting Drunen. We maken ons wat ongerust want kilometers lang is er geen routebordje te bespeuren. Maar plots is daar toch de ANWB-paddestoel.

Vlak voor Drunen treffen we rechts een kleine kapel aan. Hij is er in 1994 neergezet door het Sint Hubertusgilde als dank voor het feit dat de jagers -Hubertus is hun schutspatroon- de omgeving van Drunen voor hun hobby mochten gebruiken. Het kapelletje is voorzien van waxinelichtjes, kunstbloemen en twee glas-in-loodramen, waarop Sint Hubertus aanlegt om een hert te doden. Volgens de legende ziet hij een stralend kruis verschijnen tussen het gewei en laat hij het beest daarom in leven.

In de buitenste regionen van Drunen is het oppassen geblazen, want de bordjes ontbreken ook hier. Waarschijnlijk hadden we bij het oversteken van het afwateringskanaal, dat we hier weer treffen meteen rechtsaf gemoeten. Maar de route wordt op tijd weer opgepakt en dus koersen we over een dijkweg en door wat weilanden weer richting hetzelfde kanaal tussen Den Bosch en Drongelen.

De laatste 15 kilometer gaan, aan de noordelijke oever, evenwijdig aan het kanaal. Een historisch sluisje dat het water van de Bossche Sloot en de Zandley op het kanaal loost oogt idyllisch genoeg om even aan de walkant uit te rusten. Nabij Vught zien we in de verte nog de contouren van het kamp met dezelfde naam, dat nu onderdak biedt aan minderjarige asielzoekers. De bastions van Den Bosch komen weer in zicht.

mailIcon print |