,,Heel letterlijk zagen zijn orthodox-protestantse volgelingen hem, en zag hij ook zichzelf, als schipper naast God.'' Zo besluit Herman Langeveld het slotdeel van zijn biografie van de anti-revolutionaire mannetjesputter Hendrikus Colijn, en hij ontleent ook de titel aan dat beeld: Schipper naast God. Jammer, die laatste zin van zo'n zorgvuldige biografie, zegt onze zegsman bij het Historisch Documentatiecentrum voor het Nederlands protestantisme, want het is om meer dan één reden nonsens Colijn als een schipper te kenschetsen, laat staan als een schipper naast de hoogste.
In de eerste plaats om de prozaïsche reden dat de uitdrukking 'schipper naast God' niet eerder dan na 1945 ingang vond, dankzij de bestseller die Jan de Hartog in het laatste oorlogsjaar publiceerde. Colijn lag toen al een jaar in zijn graf in zijn ballingsoord Ilmenau.
Dat zijn orthodox-protestantse aanhangers Colijn zagen als een schipper naast God, is in de tweede plaats onwaarschijnlijk vanwege het aanmatigende van dat beeld. Een dienaar Gods, of een verbondskind van God, dat kan in de ogen van protestanten, maar dat een schipper dichter bij de Heere staat dan andere stervelingen, laat staan naast Hem, dat niet. En hoewel Langeveld Colijn schetst als een man die zich dankzij z'n uitmuntende kwaliteiten verheven voelde boven de medemens, heeft ook de politicus zelf zich nimmer gepresenteerd als een twee-eenheid met God.
Op verkiezingsaffiches presenteerde de Anti-Revolutionaire Partij hem als 's lands stuurman, met een zuidwester op het vierkante hoofd en knoepers van vuisten aan het stuurrad. Misschien heeft dat heroïsche beeld van Colijn op een bonkend schip bij Langeveld de associatie met een schipper gewekt.
Maar waar de schipper ten opzichte van Hem ook staat, die rang zelf zou Colijn evenmin hebben vergenoegd. Bij de marine is een schipper niet meer dan een onderofficier bij de dekdienst, in de burgervaart is hij de gezagvoerder van een klein binnenschip. Meestal wordt het woord gebruikt in combinatie met het vervoerde goed. De schipper is een aardappelschipper, een korenschipper, een zandschipper. Te min en te klein, lijkt ons, voor een politicus die zichzelf zo groot vond en Holland, schreef hij in 1921 aan zijn echtgenote ('Liefste moedertje'), 'zoo klein'.
Dat vond Colijn ook van het parlement: ,,In den parlementaire arbeid worden veel krachten en gaven verspild, die nuttiger waren aan te wenden.'' Hij hechtte aan een sterk staatsgezag en meende dat de volksinvloed in de Tweede Kamer te groot was geworden, na de invoering van algemeen kiesrecht en evenredige vertegenwoordiging. Over de idee van de corporatieve staat en de afschaffing van het kiesrecht in Mussolini's Italië schreef hij: ,,Dit lijkt ons de meest belangwekkende, de koenste proefneming die het Italiaanse fascisme te aanschouwen gaf.'' Vanuit zijn standpunt van minister bezien kon hij zijn ergernis over de kleinheid van het parlement moeilijk verbergen. ,,Mijnheer de voorzitter!'' riep hij als minister van oorlog in 1913 uit, nadat de Kamer hem zijns inziens te weinig ruimte gaf voor een uitbreiding van de militaire-diensttijd. ,,Vechten doe ik, als het moet, graag, maar dan moet de inzet van het debat de strijd ook waard zijn. Het spijt mij te moeten zeggen dat dit hier, waar over zulke nietige zaken zoolang wordt gesproken, niet het geval is.''
Voorzover ons bekend, bestaat er tussen 'Colijn' en 'schipper' maar één echt verband. Bij de Colijn Boys, een voetbalvereniging op Colijnsplaat, staat een veelscorende spits in de punt van de aanval. Zijn naam: Schipper.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.