De zomerkampen voor kinderen van in de oorlog omgekomen Trouw-medewerkers waren 'vrolijk'. Over het gemis van vader of broer werd niet gesproken. Zaterdag ontmoeten de kinderen van toen elkaar weer.
Voor de Trouw-kampreünie hebben zich al zo'n 140 mensen aangemeld. De reacties op de advertentie zijn 'vreselijk leuk', vertelt reünie-organisator Gerda van der Velde-Stapel. ,,Er zijn er echt maar heel weinig die er niets mee te maken willen hebben.''
De respons laat zien dat veel van de toenmalige kinderen goede herinneringen hebben aan de Trouw-zomerkampen. Tussen 1947 en 1957 zijn op de Veluwe tien zomerkampen gehouden. De doelgroep: kinderen tussen de 7 en 18 jaar van wie de vader of broer in de Tweede Wereldoorlog was omgekomen omdat hij had meegewerkt aan het illegale Trouw of verwante verzetsgroepen.
De kampen waren een initiatief van de Stichting Trouw-fonds, ingesteld om 'morele en financiële steun' te verlenen aan oorlogsweduwen en hun kinderen.
,,De opzet was om de kinderen een gezellige vakantie te bezorgen en de moeders een weekje te ontlasten. Ik heb er enorm plezier beleefd en veel geleerd'', zegt Job Dienske, eerst deelnemer en later in de leiding als 'chef' van een groep van acht kinderen.
Jobs vader Hendrik, lid van de verzetsgroep van Johannes Post, kwam in Duitse gevangenschap om het leven. Maar daar werd tijdens de naoorlogse Trouw-kampen niet over gepraat. ,,'s Avonds boomden we echt niet over de oorlog maar over leuke meisjes en avonturen. Het was niet zo terugkijkerig. Pas later werd je je ervan bewust dat er in veel gezinnen leed was door de naweeën van de oorlog.''
De vader van Gerda van der Velde, Gerrit Stapel, was als drukker bij drukkerij Bakker in Amsterdam betrokken bij de verzetskrant Trouw. In februari 1945 werd hij samen met vijf anderen opgepakt en in Zaandam gefusilleerd. ,,Ik heb geen bewuste herinnering aan mijn vader. Ik was toen tweeënhalf. Tijdens de kampen werd daar onderling niet over gepraat. Je had allemaal hetzelfde verhaal.'' Van de Trouw-kampen is haar vooral de saamhorigheid bijgebleven.
De zomerkampen werden -naar de toen heersende gewoonte- strak geleid. Alle programmaonderdelen waren verplicht voor de ongeveer 150 kinderen. Om zeven uur dagopening met het hijsen van de Trouw-vlag en het zingen van het vlaggenlied: 'Waai uit, o vlag, wees een symbool van alles wat ons samen bindt'.
Daarna sport, 's middags een bosspel of speurtocht en 's avonds weer sport. Om achtuur was de avondsluiting. Voor het slapen gaan zongen de meisjes het lied 'Stilte over alle landen'. Zaterdag staat het weer op het programma. Gerda van der Velde: ,,Als ik dat lied hoor, springen de tranen nog in mijn ogen.''
De sfeer in het kamp was volgens Job Dienske niet bedrukt, maar juist 'vrolijk en blij'. ,,We voelden ons geen zielige oorlogskindertjes of slachtoffers. Dat legde de leiding er ook niet op. Je leerde vanuit een blij geloof vooruit te kijken en positief te denken.'' Uit de zomerkampen kwamen vriendschappen en soms zelfs huwelijken voort. Dienske heeft nog regelmatig contact met zijn vroegere 'tentgenoten'.
In 1977 is de laatste grote reünie gehouden, in Beekbergen. Van de kinderen die aan de kampen hebben meegedaan, zijn er inmiddels al 27 overleden. Van de leiding leeft alleen 'oom' Jo Witkamp nog. Gerda van der Velde gaat ervan uit dat zaterdag de laatste grote reünie zal zijn. ,,De gemiddelde leeftijd ligt best hoog. Ik zie dit echt als een afsluiting van de Trouw-kampen.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.