*

 

De ene kardinaal is meer gelijk dan de andere

door Ton Crijnen − 05/04/05, 00:00

Formeel ligt na de dood van de paus het bestuur van de rk kerk in handen van alle kardinalen gezamenlijk. In theorie zijn alle kardinalen gelijk. Maar in werkelijkheid is de bestuurlijke elite in het Vaticaan invloedrijker.

Door geen journalist opgemerkt verliet aartsbisschop Stanislaw Dziwisz gistermorgen het Vaticaan via de Porta di Sant'Anna, de leveranciersingang. Het leek tekenend voor de nieuwe machtsverhoudingen. Tot zaterdagavond zeven minuten over halftien, het moment waarop paus Johannes Paulus II overleed, was zijn particulier secretaris een van de machtigste mannen binnen de rk kerk.

Hij kon carrières maken en breken, bepaalde wie al dan niet toegang had tot de kerkvorst en had, naarmate de toestand van 'de chef' steeds meer achteruitging, ook een indirecte, maar belangrijke invloed bij de hoogste besluitvorming. Met de dood van zijn baas werd mgr. Dziwisz in één klap een 'non-person'.

De werkelijke macht zetelt sinds gisterochtend in de Sala Bologna van het Apostolisch Paleis, waar op de derde verdieping de Poolse paus bijna 27 jaar woonde en werkte. In deze met fresco's versierde zaal komen dagelijks de kardinalen bijeen om, onder leiding van Joseph Ratzinger, deken van het kardinaalscollege, besluiten te nemen die geen uitstel dulden. Want hoewel tijdens het huidige interregnum (pausloze periode) dit gezelschap de rk kerk bestuurt, mogen de kardinalen slechts besluiten nemen die de nieuwe paus niet binden.

In theorie zijn alle kardinalen gelijk en heeft men mechanismen ingebouwd om dat ook tot praktijk te maken. Maar in werkelijkheid hebben degenen die tot het overlijden van Johannes Paulus hoge functies in het centrale apparaat van de rk kerk bekleedden, een voorsprong. Zij kennen het bestuurlijke klappen van de zweep en weten hoe binnen het Vaticaan 'de hazen lopen'. En dat is bij het dagelijks overleg van het kardinaalscollege bepaald geen nadeel.

Ook al vinden veel kardinalen dat de macht van de kerkelijke bureaucratie onder JP II te groot is geworden, toch kunnen ze in deze dagen niet om haar ervaring heen. Simonis is zeker niet de enige kardinaal die naar eigen zeggen goed gaat luisteren naar de suggesties die de curiekardinalen doen. Want een groot aantal buitenlandse kardinalen voelt zich in Rome als een kat in een vreemd pakhuis en kent het merendeel van zijn collega's niet of nauwelijks.

Aan het hoofd van het selecte groepjes routiniers staan de kardinalen Angelo Sodano, tot zaterdagavond de staatssecretaris ('premier') van de paus, en Joseph Ratzinger, tot voor twee dagen het hoofd van de pauselijke congregatie voor de geloofsleer, zeg maar de 'waakhond' op het gebied van geloof en zeden binnen de kerk. Ook Camillo Ruini, vicarisgeneraal van het pauselijk bisdom Rome en voorzitter van de Italiaanse bisschoppenconferentie, Dario Castrillon Hoyos, ex-voorzitter van de pauselijke commissie Ecclesia Dei (Kerk Gods), Giovanni Battista Re, tot zaterdagavond hoofd van de congregatie voor de bisschoppen, en Francis Arinze, twee dagen geleden nog prefect van de congregatie voor de goddelijke eredienst, zijn van belang.

Hun stemmen leggen de komende dagen extra gewicht in de schaal met betrekking tot de vraag hoe allerlei concrete zaken moeten worden geregeld. Maar ook bij het informele overleg over de grote problemen waarmee de nieuwe paus zal worden geconfronteerd -de toenemende secularisatie in Europa, het oprukken van de islam in Afrika en van het sektendom in Latijns-Amerika- moet men hun invloed niet onderschatten.

Daar komt bij dat vier van de curiekardinalen -Arinze (72), Ratzinger (78), Re (71) en Ruini (74)- als belangrijke kanshebbers worden genoemd om Johannes Paulus II op te volgen.

In dit verband is de reactie van kardinaal Theodore E. McCarrick van Washington te mooi om niet te vermelden. Op de vraag of de huidskleur van Arinze, een Nigeriaan, een belemmering voor een mogelijk pausschap vormt, luidde het antwoord: ,,God is kleurenblind.''

mailIcon print |