*

 

Kersenpastei

Henja Schneider − 17/06/05, 00:00

Wij maakten deze kersentaart met de cerises blancs ofwel bigarreaux Napoléon. De 'gewone'rode kersensoorten zijn in juni langs de Zuid-Franse wegen voor een habbekrats te koop: ik zag ze al voor één euro per kilo. De 'witte'kersen zie je minder. Ze zijn heel zacht geel tot licht oranjerood en stevig. Bij ons huis staat zo'n boom, vandaar, maar met rode kersen wordt deze taart ook lekker. Het deeg voor deze zoete pastei moet een dag rusten, maar klinkt ingewikkelder dan het is.

Laat de stukjes boter op kamertemperatuur komen. Meng bloem en gist in een kom. Splijt het vanillestokje en schraap de zaadjes eruit. Meng de boter met het zout, de vanillezaadjes en de poedersuiker en roer er de 3 eidooiers door. Voeg er de amandelpoeder aan toe en beetje bij beetje het bloem-gistmengsel. Kneed het deeg, vorm het tot een bal, wikkel die in plasticfolie en leg hem tot de volgende dag in de koelkast.

Rol het deeg uit en vorm er twee (ongeveer 3 mm) schijven Bekleed een taartvorm met een deeg en prik met een vork gaatjes in het deeg. Meng voor de vulling de amandelpoeder/maïzena en kersen en schep de vulling op de taartbodem.

Meng de suiker met de crème en de kirsch en giet dit over de kersen. Bedek de met de tweede plak deeg en de randen van het deeg al plooiend stevig op elkaar. Maak in midden van het deegdeksel een en zet er een schoorsteentje in opgerold stukje aluminiumfolie, als u niet zo'n porseleinen gevalletje bezit). Versier het deegdeksel restjes deeg, kwast het in met en bak de taart ongeveer 35 minuten in een op 180 ° C voorverwarmde oven. De taart kan zowel lauwwarm als koud gegeten worden.

mailIcon print |