*

 

Oprukkende woestijn

Tjalling Halbertsma − 02/01/04, 00:00

Het noorden van China verandert in woestijn. Steppes die vijftig jaar geleden nog vol gras stonden, zijn barre vlakten. De Chinese overheid wil de ecologische rampspoed keren. Maar de remedie is tragisch: de laatste Mongoolse herders moeten van de steppen verdwijnen.

Herder Erdeenebat is op zijn eenenzestigste plotseling in de vaart der volkeren terechtgekomen. Hij woont op de steppe van China's noordelijke, autonome provincie Binnen-Mongolië en heeft stromend water noch elektra. Maar sinds dit jaar heeft Erdeenebat wel een mobiele telefoon. Hij laadt het apparaat op met een windmolentje en een autoaccu.

Maar lang mag hij niet meer wonen op zijn boerderij. De Chinese provinciale overheid wil dat Erdeenebat zijn bestaan op de uitgestrekte steppe opgeeft, zijn kudde slacht en met honderden andere herders uit de provincie naar een Chinees dorp verhuist dat speciaal voor hen wordt gebouwd.

,,De regering wil dat we buitenlandse melkkoeien gaan houden'', zegt Erdeenebat, die uitdrukkelijk niet met zijn echte naam in de krant wil. Hij vindt het een onzalig plan. ,,De koeien zijn duur. Ze moeten de eerste jaren worden gevoerd met duur veevoer omdat ze het lokale gras niet willen eten.''

Net als alle herders in zijn provincie heeft Erdeenebat weliswaar de optie gekregen op zijn boerderij op de steppe te blijven wonen. Maar onder één voorwaarde: hij mag dan geen vee meer houden. ,,Het is een slecht beleid'', zegt hij, ,,Waarom moeten wij ons herdersbestaan opgeven? Wij waren hier als eersten.''

De afgelopen decennia zagen herders als Erdeenebat hoe steeds meer nieuwkomers naar hun provincie trokken. Er hebben zich al achttien miljoen Chinese migranten op de steppe gevestigd, waardoor er inmiddels acht keer zoveel Han-Chinezen wonen als Mongoolse herders. De immigratie was al eeuwen gaande, maar nam een enorme vlucht na het uitroepen van de Chinese Volksrepubliek in 1949.

In de jaren vijftig waren het vooral weeskinderen uit Sjanghai die op voorspraak van Mao Zedong naar een nieuw bestaan in de steppeprovincie werden gebracht. Tegenwoordig arriveren vooral economische migranten, onder wie veel Chinese boeren en arbeiders uit zuidelijker provincies, waar de grond schaars is.

Binnen-Mongolië veranderde radicaal door die toestroom. Tot eind jaren tachtig bestonden de karavaanroutes er nog uit zandsporen. Maar om de migrantenstroom aan te voeren werden die vervangen door snelwegen en tolwegen. Mongoolse dorpen groeiden uit tot heuse Chinese steden. De Mongoolse herders zijn een minderheid geworden in een gebied waar zij in 1940 nog 86 procent van de bevolking uitmaakten.

Maar het grootste gevaar voor de herders van Binnen-Mongolië lijkt uit het noordwesten te komen. Satellietgegevens laten zien dat China's westelijke woestijnen met tien kilometer per jaar richting Binnen-Mongolië oprukken. Het provinciale Bureau voor bosbouw waarschuwde onlangs dat de woestijnen van Binnen-Mongolië en de aangrenzende provincie Gansu zich naar elkaar toe bewegen en samen een woestijn van ruim 80000 vierkante kilometer zullen gaan vormen.

Het is een ecologische ramp. Het Bureau voor bosbouw noemt de oprukkende woestijn al spottend een 'vijandige overname'. De gevolgen zijn in heel China merkbaar. Enorme zandstormen bedekken elk jaar de hoofdstad Peking onder een laagje geel Gobi-zand. Zelfs in de hoofdsteden van Korea en Japan valt het zand neer.

Volgens de deskundigen is een van de belangrijkste oorzaken van deze catastrofe de overbegrazing van de steppen rond de woestijn. Met het aanplanten van bomen werd een eerste poging ondernomen om de verwoestijning een halt toe te roepen. Maar ook de herders moeten er nu aan geloven. Het nieuwe beleid is er direct op gericht om hun activiteiten in te perken.

De oplossing is volgens de overheid dat de huidige kuddes productiever moeten worden. De schapen en koeien in Binnen-Mongolië moeten worden vervangen door westers stamboekvee. Herders mogen geen kuddes meer laten grazen op de steppes. In grote delen van Binnen-Mongolië is een graasverbod afgekondigd.

De provinciale overheid wil de komende vier jaar ruim 100000 melkkoeien uit voornamelijk Canada, Australië en de Verenigde Staten aankopen. Nederlandse koeien en vee uit andere Europese landen komen na de recente gekkekoeienziekte en MKZ-epidemieën niet meer in aanmerking. De koeien, die voornamelijk veevoer zullen krijgen en alleen in zorgvuldig geselecteerde gebieden mogen grazen, geven meer melk dan de lokale dieren. Maar het is onduidelijk of de dieren zich in het extreme klimaat van Binnen-Mongolië kunnen handhaven.

Daarnaast zullen volgens het officiële Chinese persbureau Xinhua '650000 ecologische migranten', opnieuw gehuisvest worden en de steppe moeten verlaten. Het zijn voornamelijk Mongoolse herders en Chinese boeren die nu nog op de arme steppegrond graan, maïs en groenten verbouwen.

Herder Erdeenebat geeft toe dat de steppe er slecht aan toe is. ,,Toen ik jong was kwam het gras tot aan mijn stijgbeugels'', zegt hij somber. ,,Sindsdien is het eigelijk ieder jaar slechter geworden. Ik heb nu zelfs geen paarden meer.''

Maar hij vermoedt ook dat er niet alleen ecologische motieven aan het nieuwe beleid ten grondslag liggen. ,,De melkfabrikanten vinden het te duur om de melk van individuele herders op de steppe te kopen'', legt hij uit, ,,als de herders samen in dorpen wonen kunnen zij de melk makkelijker collectief afnemen.''

De nieuwe dorpen worden in ijltempo uit de grond gestampt. Het zijn Chinese dorpen: een ruitjespatroon van straten met rijtjeshuizen, die weliswaar ieder van een vierkant erf en stal voorzien zijn, maar niet te vergelijken zijn met afgelegen, ruime boerderijen waar de Mongoolse herders vandaan komen. Met startsubsidies voor veevoer, lage huizenprijzen en moderne voorzieningen als elektra en stromend water hoopt de overheid de herders over te halen naar de dorpen te verhuizen. In het nieuwbouwdorp waar Erdeenebat voor een gesubsidieerd huis in aanmerking komt, is tot dusver slechts een Chinese boerenfamilie hem voor gegaan. Op hun erf staan naast een waslijn vijf melkkoeien met plastic oormerken hun wintervoer te kauwen.

De manier waarop de overheid de ecologische ramp probeert te keren, benadrukt de cultuurkloof tussen de voornamelijk Han-Chinese beleidsmakers en een van China's minderheidsgroepen.

Erdeenebat, bijvoorbeeld, is er trots op dat zijn kinderen nog in een Mongoolse vilten tent zijn geboren, toen er nog nomaden in Binnen-Mongolië waren. Hij zegt dat nieuwe dorpen voor Han-Chinezen zijn. Herders als hij kunnen er niet gedijen. ,,Herders hebben ruimte nodig, Chinezen buren.''

De gemakken van stromend water en een elektriciteitskabel kunnen hem niet vermurwen om naar de nieuwe steppedorpen te verhuizen. Maar hoeveel keus heeft hij? Hij heeft te horen gekregen dat hij vanaf volgend jaar zijn vee niet meer vrij op de steppe mag laten grazen. Er zijn weinig alternatieven overgebleven.

De controverse rond het beleid gaat niet alleen over de twijfels of het nieuwe beleid wel effectief is. De ironie wil dat het herdersbestaan zélf de inzet is geworden van het redden van de westelijke steppe. De steppe kan blijkbaar alleen worden gered als de herders verdwijnen.

Of de Chinese overheid alternatieven voor het herhuisvesten van de herders in de westelijke steppe heeft, valt te betwijfelen. Dat het beleid het einde van het herdersbestaan betekent staat voor Erdeenebat vast. ,,Sinds we het nieuws kregen, onderhouden we ons huis niet meer'', vertelt hij met een blik op bladderende verf op de muren van zijn lemen boerderij. ,,Als we echt weg moeten, kunnen we het huis toch niet verkopen.''

Op de steppe staan nu nog kilometerslange hekken. Ze houden de schapen en koeien van de Mongoolse herders bij elkaar. Nog geen tien kilometer verderop ligt het nieuwe dorp. Erdeenebat zal er volgend jaar waarschijnlijk wonen.

mailIcon print |