Het aantal piepjonge studenten aan de universiteiten is in de afgelopen tien jaar vervijfvoudigd. Vorig jaar schreven 62 vijftien- en zestienjarigen zich in voor een universitaire studie. Louk Rademaker begon toen hij vijftien was, Lisette van Vliet toen zij zestien was.
Lisette van Vliet was zestien toen ze ging studeren. Anderhalve maand later, op 16 oktober van dit jaar, werd ze zeventien. ,,Als mensen mijn leeftijd horen, reageren ze verbaasd. Niemand merkt dat ik zo jong ben.''
Lisette studeert Duitse taal en cultuur aan de Universiteit van Leiden. Een studie die maar weinig studenten kiezen: dit jaar schreven zich in het hele land slechts 31 studenten in. ,,Voor mij was dat één van de redenen om deze studie te kiezen'', vertelt Lisette, ,,Lekker kleinschalig, dan ken je iedereen.''
Voor Lisette was de keus om Duits te studeren extra bijzonder, omdat zij hoogbegaafd is. De meeste hoogbegaafden volgen een bèta-studie -wiskunde, natuurkunde, scheikunde. ,,In die vakken was ik juist slecht. Ik was blij dat ik ze kwijt was toen ik in de vierde een profiel mocht kiezen.''
Op de basisschool van Lisette zaten groep een en twee bij elkaar. Ze leerde al snel wat lezen en schrijven en deed deze eerste twee groepen in één jaar. Later sloeg ze groep acht van de basisschool over. ,,In groep zeven was ik veel ziek, ik denk dat ik bijna de helft van het jaar thuis was'', zegt Lisette. ,,Toch haalde ik met gemak goede cijfers voor alle toetsen. Omdat ik me niet prettig voelde op school, hebben mijn ouders mij laten testen. Daar kwam uit dat ik hoogdbegaafd ben.''
Met deze test in de hand werd Lisette toegelaten op de gymnasiumafdeling van het Huygenslyceum in Voorburg. Achteraf, denkt Lisette, was ze niet op een 'gewone' manier ziek. Als ze 's ochtends wakker werd, voelde ze zich niet lekker. Bleef ze thuis, dan voelde ze zich in de loop van de dag weer wat beter. Ook op de middelbare school kwamen zulke dagen nog voor. ,,Pas in de vierde, toen ik kon kiezen wat ik wilde, hield dat op. Vanaf dat moment was ik niet meer, of niet meer op deze manier, ziek.''
Op het Huygenslyceum waren de meeste leerlingen uit haar klas twee jaar ouder dan zijzelf. Ze heeft er nooit moeite mee gehad. ,,In het begin kreeg ik verbaasde reacties, daarna was iedereen eraan gewend. 'We hebben gehoord dat er iemand is die pas tien is', hoorde ik wel eens. 'We hebben gehoord dat jij dat bent'.''
Al uit de hoogbegaafdheidstest bleek dat ruimtelijk inzicht niet haar sterkste kant is. Op de middelbare school kostten de bèta-vakken haar veel moeite. In de vierde besloot ze tot bijles in wiskunde, nadat ze voor een proefwerk een één had. Dat hielp, ze haalde het op tot een zevenenhalf. ,,De bijles-leraar had snel door dat hij mij eerst mijn gang moet laten gaan. Ik heb gauw het idee 'zo moet het' en ben dan niet vatbaar voor kritiek. Uiteindelijk kom ik er dan zelf achter dat ik op het verkeerde spoor zit. Pas dan wil ik luisteren.''
Haar eindexamencijfer voor wiskunde was een zeven. ,,Misschien dat in de eerste jaren wel meespeelde dat ik relatief jong was. Toen ik ouder werd, ging ik de verbanden beter zien. En ik ging betere cijfers halen, dat maakt het natuurlijk ook leuker.''
Op de middelbare school deed Lisette veel aan toneel. Ook zat ze jarenlang in een musicalgroep. Het liefst was ze na haar eindexamen naar de toneelschool gegaan, maar in Utrecht werd ze voor de vooropleiding afgewezen omdat ze te jong was. ,,Bij de toneelschool willen ze studenten die ouder zijn. Dat begrijp ik ook wel. Als ik met Duits klaar ben, ga ik het opnieuw proberen. Zelf wil ik ook wat ouder zijn, dan heb ik Duits in elk geval achter de hand.''
Haar eindexamencijfer voor Duits was een zeven. Het was haar 'slechtste' taal. Toch koos ze voor Duits. Vanwege die genoemde kleinschaligheid én vanwege de perspectieven op een baan. ,,Ik las een artikel waarin bedrijven aangeven welke talen ze voor hun medewerkers belangrijk vinden. Duits scoort heel hoog, Duitsland is een land in opkomst.''
De eerste maanden bevielen goed. Ze woont nog bij haar ouders in Den Haag en pendelt op en neer naar Leiden, waar ze lid werd van de studentenvereniging SSR. Ook daar merkte niemand dat ze in die eerste maanden pas zestien was. ,,Van tevoren was ik wel bang dat mijn studiegenoten al heel goed Duits zouden kunnen spreken'', vertelt Lisette. ,,Gelukkig bleek dat niet het geval. Het is een gezellige groep waarin je fouten kunt en mag maken.''
Louk Rademaker (17) was vijftien toen hij met zijn studie begon. Beter gezegd: met zijn twee studies. Louk studeert sterrenkunde en wiskunde aan de Universiteit van Leiden.
,,Bij sterrenkunde is het heel normaal dat je een andere studie ernaast doet'', relativeert Louk. ,,De combinatie die ik doe, sterrenkunde en wiskunde, is wel één van de zwaarste.''
Met zijn zeventien jaren -Louk is geboren op 26 november 1986- is hij een van de jongste tweedejaars studenten. Het is hem niet aan te zien: hij had ook achttien, negentien kunnen zijn. ,,Mensen die mij al langer kennen, reageren nog steeds verbaasd als ze horen hoe oud ik ben. Zelf ben ik eraan gewend om vrienden te hebben die ouder zijn dan ik. Al toen ik elf was, waren veel van mijn klasgenoten dertien.''
Op vijfjarige leeftijd ging Louk naar groep drie op de basisschool. Omdat zijn verjaardag in november valt, was hij één van de vele 'vroege' leerlingen in een klas met verder zes- en zevenjarigen. Pas enkele jaren later begon het op te vallen dat hij heel makkelijk leerde. Hij kwam in contact met Hint, een organisatie die zich inzet voor hoogbegaafden, en deed een IQ-test waaruit bleek dat hij hoogbegaafd is. Vanaf dat moment kreeg hij regelmatig adviezen en begeleiding.
,,Op de basisschool heb ik groep zeven overgeslagen en op de middelbare school deed ik de eerste drie klassen in twee jaar. In groep drie was ik door mijn vroege verjaardag al een van de jongsten, op de middelbare school werd ik alleen maar nóg jonger..''
Of hij daarmee afwijkend was? Nou nee hoor, lacht Louk. ,,Ik was 'gewoon' afwijkend, niet 'jong' afwijkend. Op mijn tiende had ik al lang haar: dat was eerder de reden dat ik buitengesloten werd dan mijn jonge leeftijd.''
Vaak gebeurde dat echter niet. Louk Rademaker voldoet zeker niet aan het clichébeeld van de hoogbegaafde die moeilijk contact maakt of vereenzaamt. Hij praat snel en gemakkelijk, weet overal wat van en zat 'gewoon' op voetbal.
Voorbeelden van problemen waar hij vanwege zijn jonge leeftijd op stuitte, vindt hij moeilijk te verzinnen. Liever spreekt hij van 'anekdotes'. ,,Na mijn introductietijd werd ik direct lid van de studentenvereniging SSR. Omdat ik pas drie maanden later zestien werd, mocht ik nog geen bier drinken. Bij SSR werd daar op gelet, in kroegen natuurlijk niet.''
Al op zijn twaalfde werd hij, samen met wat klasgenoten, lid van de Socialistische Partij. Zijn ster rees snel: hij is nu voorzitter van de jongerenafdeling, bestuurslid van de afdeling Leiden en lid van de kascommissie van de landelijke partij. ,,Op het verkiezingscongres, op 21 november 2002, was ik nog 15. Door de afdeling Leiden was ik benoemd als vertegenwoordiger, maar op het laatste moment ontdekten ze dat ik nog niet mocht stemmen.''
Ook het zoeken van een kamer duurde wat langer dan normaal. Gedurende acht maanden reageerde hij meermalen op advertenties van studentenhuizen, zonder succes, waarschijnlijk vanwege zijn leeftijd. Inmiddels woont hij op een kamer in een huis waar vrienden van hem al woonden. ,,Ik was zestien toen ik uit huis ging'', zegt hij droog.
Zijn vriendin, die hij dertien maanden geleden leerde kennen bij SSR, is 21. ,,We plagen elkaar wel eens'', zegt hij, ,,Verder speelt het leeftijdsverschil niet.'' Louk heeft één broer, die twee jaar ouder is dan hij. ,,Die is in hetzelfde jaar gaan studeren als ik, internationaal recht in Amsterdam. We zaten op verschillende middelbare scholen; mijn broer heeft niet het gevoel gehad dat hij met zijn kleine broertje moest concurreren.''
Louk Rademaker weet nog niet wat hij na zijn studie wil doen. Onderzoeker in de sterrenkunde lijkt hem leuk, een politieke functie ook. ,,Voor alles wat ik binnen de SP doe, ben ik gevraagd, dus kennelijk ligt de politiek mij goed. Ik trek niet vaak mijn mond open, maar als ik dat doe, komt er wel wat zinnigs uit. ''
Wel zal 'de' politiek zwaarder, moeilijker zijn dan (sterrenkundig) onderzoek. ,,In de politiek moet je veel meer doen om minder te bereiken. Tijdens de campagne hebben we duizenden folders uitgedeeld - het resultaat was 3000 stemmen.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.