Ooit ergens in Afrika werd ik onthaald in een dorpje waar alle dagen een bodempje maïspap op het menu stond en als de regens nog langer zouden uitblijven, zou zelfs dat van de kaart geschrapt moeten worden. Maar ter ere van de komst van de verslaggever kwamen alle dorpelingen bijeen onder de grote palaverboom en werd na het welkomstceremonieel een schriel geitje aan een touw ergens vandaan gesleept om voor mijn ogen een snelle maar bloederige dood te sterven: terwijl de vrouwen warm water kookten voor het bad en de mooiste hut schoonveegden voor de overnachting, werd de gast een feestmaal bereid. Afgezien van wat culinaire vragen, herinner ik me vooral hoe opgelaten je je kunt voelen omwille van een stukje in de krant. Gelukkig blijken er meestal wel codes te bestaan om de gift op passende wijze te compenseren.
Gastvrijheid kan vanzelfsprekend zijn, maar de gastheer verwacht bewust of onbewust toch iets terug. En dat is begrijpelijk, maar in de journalistieke praktijk soms lastig. Dat bleek onlangs na publicatie van twee artikelen van Koert van der Velde op de pagina Religie & Filosofie. Het waren beide reportages in een reeks over spirituele vakantiebestemmingen: een zesdaagse reis naar de Franse kathedraalstad Chartres (24 juli) en een bezoek aan de Nederlandse leefgemeenschap Ecolonie in de Franse Vogezen (21 augustus). Dat ik daar nu pas over schrijf komt doordat de klachten ons pas veel later bereikten.
Er is één gemeenschappelijke grief: de artikelen zijn moedwillig negatief van toon en inhoud en feitelijk zou er van alles niets deugen. Zij hadden ook klachten over het gedrag van de verslaggever: in Ecolonie zou er zelfs sprake geweest zijn van 'drankmisbruik'. Voor zover ik het kan beoordelen waren de artikelen feitelijk correct of hoogstens op enkele ondergeschikte punten niet helemaal. Het verslag van de reis naar Chartres is vooraf ter lezing aangeboden aan de organisator, die daar op dat moment geen problemen mee had. Het is waar dat de verslaggever in de avonduren op Ecolonie iets heeft gedronken, maar dat was in die omgeving niet ongebruikelijk en uit niets blijkt dat dat bovenmatig was en hij zich als gevolg anders heeft gedragen dan je zou mogen verwachten.
Het probleem is volgens mij veel meer dat zowel de reisorganisator als de man van de leefgemeenschap hadden gehoopt of verwacht dat als zij hun deuren voor de journalist zouden openen, zij daarvoor 'beloond' zouden worden met meer welwillendheid. Het is begrijpelijk, net zo goed als het begrijpelijk is dat een journalist daar geen gehoor aan geeft: hij is journalist, geen gast.
Omdat wij zulke reportages wel graag willen blijven maken, denk ik dat het goed is een paar lessen te trekken. Allereerst moeten beide partijen goed weten waar zij aan beginnen. Als de 'gastheer' weinig ervaring met media heeft, zou de journalist zich op dat punt nog verantwoordelijker moeten voelen. Je kunt ook spelregels vaststellen om het risico te vermijden dat in een informele sfeer vergeten wordt dat er nog een journalist is die zijn werk blijft doen. Zo heeft de betrokken verslaggever steeds demonstratief zijn aantekenboek te voorschijn gehaald op momenten dat hij opmerkingen voor de krant wilde registreren.
Je kunt zelfs afspraken maken over de mogelijkheid het stuk voor publicatie te lezen, niet om het artikel naar je hand te zetten, maar wel om te bevorderen dat de feiten kloppen en in de goede context worden weergegeven. Daarbij gaat het ook om de belangen van de andere gasten. Weten zij wel wat de bedoeling is en welke afspraken er gelden?
Ik heb niet de illusie dat je daarmee teleurstelling over het artikel kunt vermijden, maar wel dat er minder redenen kunnen zijn om achteraf de verslaggever dat te verwijten. De reportage moet tenslotte een beeld van de werkelijkheid geven - geitje of geen geitje.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.