De Britse koningin opent vandaag het spiksplinternieuwe Schotse parlement in Edinburgh. Architectuurkenners juichen; het gaat hier om misschien wel het allermooiste parlementsgebouw ter wereld, gesitueerd in een van de allermooiste steden. Waarom heerst er dan toch zo'n katterige stemming in Schotland na vijf jaar autonomie, eindelijk los van het arrogante Londen?
Voor architecte Benedetta Tagliabue is het een emotioneel moment. Voor het eerst ziet zij het levenswerk van haar inmiddels overleden echtgenoot, de Catalaan Enric Miralles, daadwerkelijk gebruikt worden.
De Schotse parlementsleden hebben hun nieuwe onderkomen in Edinburgh omarmd, de eerste debatten zijn gevoerd. ,,Betoverend mooi'', zwijmelde de architectuurcriticus van zondagskrant The Observer. En dan moet het echte hoogtepunt, de feestelijke opening door de koningin, nog komen.
Gloeiend van trots laat Taglibabue haar blik glijden over het eikenhout, het graniet en het staal dat hier het beeld bepaalt. Zij loopt langs de werkkamers van de parlementsleden met hun unieke 'contemplatiehoekjes' (een serre waarin zij rustig kunnen nadenken en lezen). Zij bewondert de sierlijke verlichting in de grote commissiekamer en het adembenemende uitzicht op de naastgelegen berg Arthur's Seat. ,,Ongelooflijk, moet je kijken. Dit complex doet iets met mensen. Ze zien er hier opeens allemaal een stuk eleganter uit!''
Helaas voor Taglibabue delen niet alle Schotten haar enthousiasme. Het is niet zozeer het uiterlijk van het parlement dat voor wrevel zorgt -niemand ontkent dat het met name van binnen spectaculair oogt- als wel de torenhoge kosten. Toen de toenmalige eerste minister Donald Dewar eind jaren negentig de eerste plannen presenteerde, sprak hij nog over een gebouw van 40 miljoen pond, een kleine 60 miljoen euro. Nu het er eenmaal staat, is het prijskaartje opgelopen tot maar liefst 431 miljoen pond, bijna het elfvoudige. Velen in het modale Schotland vragen zich af of dat nou echt wel nodig is, een 'landje' met vijf miljoen inwoners dat zijn volksvertegenwoordiging onderbrengt in een paleis met gouden kranen. Is dit geen pure verspilling van publiek geld?
Volgens kamervoorzitter George Reid leert de historie dat je dit soort kritiek met een koreltje zout moet nemen. ,,Toen de parlementsgebouwen in Londen na een brand in 1830 opnieuw werden opgebouwd, waren er ook mensen die zeiden dat de architect moest worden ontslagen omdat hij het budget overschreed. Er waren er zelfs die hem op wilden hangen. Het Guggenheim in Bilbao vond men destijds ook veel te duur, dat kostte honderd miljoen euro. Men heeft inmiddels uitgerekend hoeveel inkomsten uit het toerisme daar voor het Baskenland tegenover staan: een miljard euro. Ik ben er heilig van overtuigd dat dit parlementsgebouw een soortgelijke rol kan spelen voor Edinburgh.''
Nu het officiële onderzoek naar het financiële debacle is afgerond (waarin, zoals gebruikelijk in het Verenigd Koninkrijk, niet één verantwoordelijke de schuld kreeg voor de enorme kostenoverschrijdingen) vindt Reid dat het tijd is om de kwestie af te sluiten. De grote vraag is echter of dat zomaar lukt.
Vijf jaar nadat de Britse Labourpremier Blair een verkiezingsbelofte waarmaakte door het land na een referendum zelfbestuur te geven, overheerst in Schotland een gevoel van desillusie. Het parlementsgebouw is daar het grote symbool van geworden, maar er waren meer schandalen. Zo is de regering al aan zijn derde premier van de Labourpartij toe. Na Dewars plotselinge overlijden in 2001 verdween diens opvolger Henry McLeish binnen een jaar weer van het toneel, na een rel rond onkostenvergoedingen uit het verleden.
Er zijn Schotten die de slechte start wijten aan de ingebakken 'halfslachtigheid' van de autonomie. Weliswaar is veel macht in 1999 overgedragen van Londen aan Edinburgh, maar niet alle. Zo vechten Schotse soldaten mee in Irak, terwijl een meerderheid in deze traditioneel 'linksige' hoek van het Verenigd Koninkrijk fel tegen de oorlog was.
,,Als het er echt op aankomt, trekt Londen nog altijd aan de touwtjes'', klaagt cartograaf Alistair Gillies, die vandaag alvast een kijkje komt nemen in het spiksplinternieuwe gebouw. ,,Als het aan mij ligt, dan stappen wij helemaal uit de Britse unie. Dan krijgen wij tenminste ook weer de beschikking over onze eigen Noordzee-olie.''
Gillies vertegenwoordigt daarmee echter een minderheid, zo laten de opiniepeilingen zien. Bij de laatste verkiezingen verloor de Scottish National Party, die vanuit de oppositie pleit voor 'echte' onafhankelijkheid, een flink aantal zetels in het 129 leden tellende parlement. De meeste Schotten zijn er kennelijk nog niet aan toe om de laatste banden met Londen door te knippen, hoe groot de teleurstelling over het nieuwe parlement ook is.
,,De verwachtingen waren ook wel érg hooggespannen vijf jaar geleden'', zegt Eberhart Bort, een Duitse politicoloog aan de universiteit van Edinburgh. ,,Ik kan nauwelijks uitleggen hoe euforisch men was toen in mei 1997 de Conservatieven eindelijk werden verslagen, de partij die zich nooit iets aantrok van Schotland. In de helft van de pubs was het bier gratis. Bij iedere Tory die op tv zijn plek in het Lagerhuis verloor aan Labour, klonk overal een juichkreet op. 'Het was alsof een buitenlandse bezettingsmacht het land had verlaten', schreef een commentator terecht.''
,,Het valt niet te ontkennen dat er daarna een kater is ingetreden. Maar ik vind dat eigenlijk niet helemaal terecht. Toen de Schotten aan de vooravond van het zelfbestuur werd gevraagd of zij verwachtten dat hun leven daardoor zou verbeteren, antwoordde ongeveer 75 procent met 'ja'. Toen diezelfde vraag in 2001 aan ze werd voorgelegd, was dat nog maar zo'n 35 procent. Je kunt dat een enorme terugval noemen, maar ik zie dat anders. Eén op de drie mensen die al binnen twee jaar verbetering ziet op het gebied van onderwijs, volksgezondheid en de economie, daar zouden andere regeringen jaloers op zijn.'' Het is waar: de afgelopen jaren hebben de Schotten een aantal wetten doorgevoerd waar veel Engelsen jaloers naar kijken. Zo krijgen 65-plussers hier tegenwoordig gratis thuiszorg aangeboden, een maatregel die als het aan de Liberaal-Democraten ligt na de eerstvolgende verkiezingen in heel Groot-Brittannië wordt ingevoerd. De impopulaire verhoging van de collegegelden die premier Blair begin dit jaar in grote politieke problemen bracht, gaat aan Schotland voorbij.
Een van de grote problemen lijkt echter te zijn dat de Schotse politiek nog een eigen identiteit mist. Wat het parlement in de eerste plaats probeert te doen, is zo weinig mogelijk op het Lagerhuis te lijken, dit symbool van het 'arrogante' Engeland waar de Schotten zo'n hekel aan hebben. Zo heeft men er nadrukkelijk voor gekozen oppositie en regeringspartij niet recht tegenover elkaar te zetten, zoals in Westminster, waar er al eeuwen 'twee zwaardlengtes' tussen beide kampen wordt aangehouden om te voorkomen dat ze elkaar het hoofd afhakken. De grote vergaderzaal in Edinburgh heeft een hoefijzervorm, zoals onze Tweede Kamer.
Ook wordt er niet tot 's avonds laat doorvergaderd, een gewoonte die althans tot voor kort de sfeer bepaalde bij de grote broer in het zuiden. Anders dan in de Londense 'herensociëteit' wordt hier rekening gehouden met parlementsleden die ook nog tijd willen hebben voor hun familie. En dan kent Schotland een coalitieregering (van Labour en Liberaal-Democraten), een ander concept dat in het Britse kiesstelsel ongekend is.
Een mooi streven, die minder agressieve vergadercultuur. Maar volg het wekelijkse vragenuurtje, en het valt je op dat debatjes in de praktijk net zo worden gedomineerd door geschreeuw en persoonlijke aanvallen als in het Lagerhuis. Toeschouwers zitten hoofdschuddend op de publieke tribune.
,,Laten we zeggen dat het allemaal nog tijd nodig heeft'', zegt de Schotse Labourminister van sport Frank McAveety. ,,In de jaren tachtig waren we in dit land allemaal één in onze diepe afkeer van Thatchers Conservatieven. Nu zijn we terug op aarde, we zijn erachter gekomen dat jezelf regeren moeilijk werk is. En ja, daarbij worden fouten gemaakt.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.