*

 

Vogels gaan, maar Het Veld blijft

Cokky van Limpt − 18/12/04, 00:00

De dienstbaarheid van de VVV Leersum kent geen grenzen. Genieten van de late herfst op de Utrechtse Heuvelrug is een aanlokkelijk plan, maar hoe kom je op zondag aan een wandelroute? ,,Geen probleem'', zegt Addy Wagensveld, al twaalf jaar een van de vrijwilligers die het kantoor draaiend houden, ,,kom maar even bij mij thuis langs.''

De Heuvelrug is heiig op de derde zondag van oktober, het kwik komt niet boven nul, maar Addy's koffie is bruin en uit het zorgvuldig samengestelde tasje komen foldertjes te voorschijn, een stapeltje wandelboekjes en de Heuvelrugkaart van Staatsbosbeheer.

We nemen een paar boekjes mee, maar besluiten toch op de kaart te lopen en drie wandelroutes aan elkaar te knopen: Breeveen, Het Veld en Nellestein, bewegwijzerd met respectievelijk witte, gele (en niet groene, zoals de kaart aangeeft) en rode paalkoppen.

Vanaf de parkeerplaats aan de Maarsbergseweg steken we meteen het bos in. Staatsbosbeheer is hier zo te zien de laatste tijd flink tekeergegaan: de eerste paden zijn grondig kapotgereden en langs de kant liggen gevelde beuken te wachten op vervoer. Drie koetsen naderen over het ruiterpad, de paarden zwoegen met dampende lijven door de modder. Even verderop wordt het pad weer begaanbaar. IJle mist hangt tussen de laatste geelbruine bladeren van eik en beuk. Berken staan stilletjes te rillen in hun kale takken, de wollige ondergroei van bosbes en de heide van het Breeveen is gehuld in een matte vitrage van rijp.

We naderen het Leersumse Veld, waarover de grote Nederlandse natuurkenner J.P. Thijsse op hemelvaartsdag 1899 schreef dat hij nergens de lavendelheide rijker heeft zien bloeien. Een zeer zeldzaam plantje nu -en van de klauwieren, draaihalzen en duinpiepers die hij er ook zag, is al sinds lang niets meer vernomen. Toch is het nog altijd fraai hier op Het Veld, zeker sinds de drie -door kokmeeuwen- vervuilde en verveende plassen in 1996 helemaal zijn schoongemaakt. Een wandeling langs en tussen de plassen door, waarop vandaag het eerste dunne vliesje ijs van het seizoen ligt, helpt een beetje de vergetelheid vertragen, die Jean Pierre Rawie zo raak omschreef in zijn gedicht 'Voorgoed':

Dit is de herfst, dit zijn de mooiste maanden,

maar ze ontgaan ons zoals ieder jaar,

want wij zijn blinden in een wereld waar

het blijvende niet geldt, alleen het gaande.

We dromen verder, langs het verstilde water, de parels aan het oeverriet, onze voeten ritselend door de bladeren, troepjes staartmezen zacht kletsend fladderend van boom tot boom. De heide over, langs winterakkers van glimmend zwarte klei naderen we de bosrand van het Brede Veen.

We volgens de witte paaltjes tot we links de eerste rode zien, van de Nellesteinroute. Nu nog even de spieren aanspannen, want we moeten de Donderberg op -met zijn 36 meter boven NAP een van de hoogste toppen van de Heuvelrug. Prachtige eiken- en beukenlanen hierboven. Vlakbij de bebouwde kom van Leersum passeren we een merkwaardig object: de Uilentoren, ook wel Pyramide Lombok genoemd, naar het Lombokbos waaraan het bouwsel grenst. De folly -een vierkante open uitzichttoren, via trapjes te beklimmen- is rond 1905 gebouwd en dankt zijn naam aan de vier gebeeldhouwde uilen die de bovenhoeken sieren. Het destijds ongetwijfeld fraaie panorama is in de loop van de vorige eeuw door de hoge bomen aan het zicht onttrokken.

Vijf minuten verderop alweer een bouwwerk. Boven op de Donderberg liet de heer van Nelle steyn, tevens heer van kasteel Broekhuizen, in 1818 een grafmonument bouwen, bestaande uit een veertien meter hoge toren, met daaronder een graftombe als laatste rustplaats voor zijn familie. De toren is ontworpen door bouwmeester Johan David Zocher en is opgetrokken in Frans-Italiaanse empirestijl. Het monument wordt beschouwd als het puurst neoclassicistische bouwwerk in ons land.

Boven de ingang van de grafkelder is een opwekkende spreuk aangebracht: 'Blijmoedig aan het graf te denken is ook een vrucht die het kruis ons gaf. Gez. 189 vs.2b'. Op het grasveld vóór de kelder ligt de kleine begraafplaats van de voormalige gemeente Darthuizen, waaronder ook kasteel Broekhuizen viel. De begraafplaats met slechts hier en daar een zerk, was van 1829 tot 1894 in gebruik. De graftombe van Nellesteyn is niet toegankelijk, de toren -met fraai uitzicht over de Heuvelrug- af en toe wel. Addy Wagensveld heeft ons verzekerd dat we boffen, want de toren zal vanmiddag open zijn, tussen twaalf en vier. Het is halfdrie en uitgestorven op de berg. Boven aan het trapje, op de deur die toegang geeft tot de toren, hangt een briefje. Het zit in plastic gestoken vastgeprikt op het hout: 'Geen mens in 't bos. Weinig zicht boven: zeer heiig. Gids naar huis.' Daaronder, met balpen op het plastic hoesje gekrabbeld: 'Jammer; staan hier met 10 personen. 24-10-2004, 15.30 uur'. Een tekst die een maand later nog steeds van toepassing is, want veel zicht is er ook vandaag bepaald niet. Misschien liet de gids het oude briefje daarom maar hangen.

mailIcon print |