*

 

Contouren van de Nederlandse islamofobie

J.A.A. van Doorn − 18/12/04, 00:00

De overeenkomst is wel meer opgemerkt, maar ze werd niet eerder zo scherp onder woorden gebracht als door rabbijn Awraham Soetendorp in NRC Handelsblad van vorige week zaterdag: de huidige stemmingmakerij tegen de moslims in ons land is vergelijkbaar met antisemitisme.

Hoewel interviewster Elsbeth Etty hem haar twijfel probeerde op te dringen, handhaafde Soetendorp zijn mening dat de momenteel populaire kwetsing van moslims 'levensgevaarlijk' is en de cohesie in de samenleving bedreigt. Er is geen andere begaanbare weg dan discussie en dialoog waaruit op den duur een samenleving kan ontstaan die 'inderdaad multicultureel is'.

Daarom is het nodig 'karikaturale beelden van de islam' te bestrijden. 'De stigmatisering van de islam is niet alleen een bedreiging voor moslims, maar ook voor de kwaliteit van de samenleving als geheel'.

Het is een moedig geluid. Het gaat volledig in tegen de stemming van verwarring en vrees die in ons land bestaat en die geen tegenwicht vindt in bezonnen woorden van gezaghebbende zijde. Integendeel. Veel verantwoordelijke politici laten het volledig afweten. Ook zij zijn bang: voor hun populariteit.

In hun plaats opereren kleine groepen activisten die alles doen om de maatschappelijke polarisatie extra op scherp te zetten. Ze zijn zowel aan de bovenkant van de samenleving te vinden als aan de onderkant. Hun middelen zijn verschillend, hun doel is gelijk: confrontatie.

In het hogere segment treft men een aantal zogeheten opiniemakers aan, overwegend journalisten en aan de media verslaafde academici. Ze vormen de camarilla van het kamerlid Hirsi Ali en ze traden deze week in het tv-programma 'Netwerk' voor het eerst als groep in de openbaarheid. Hun namen zijn geen verrassing: Jaffe Vink, Sylvain Ephimenco, Paul Scheffer, Hans Jansen, Paul Cliteur, Afshin Ellian, Leon de Winter en Herman Philipse.

Wél verrassend is het prominente aandeel dat Trouw in dit gezelschap heeft: behalve columnist Ephimenco ook de redacteur van Letter & Geest, Jaffe Vink, altijd bereid de andere clubleden royaal ruimte beschikbaar te stellen. De meeste heren zijn hier kind aan huis.

Aan externe contacten moet nog worden gewerkt. Erg pril is de kennismaking met Flip Dewinter van Vlaams Belang (voorheen Vlaams Blok) die deze week deelnam aan een politiek debat op de Erasmus Universiteit en daarbij van de arabist Jansen (zie boven) warme bijval kreeg. (Terzijde: ook het aanwezige LPF-kamerlid Hilbrand Nawijn was van Dewinter zeer gecharmeerd, wat zou kunnen betekenen dat de zorgvuldige afstand die Pim Fortuyn ten opzichte van Vlaams Blok betrachtte, voor de LPF niet langer geldt).

Een tweede zwaartepunt in het islamofobisch front kan ontstaan indien Geert Wilders erin slaagt zijn anti-islampartij van de grond te krijgen. Ook hij staat dicht bij Hirsi Ali, met wie hij vorig jaar de befaamde 'liberale djihad' afkondigde en die hij deze week nog eens 'een goede vriendin' noemde.

Begin deze maand kreeg Wilders die vooral een doener is, de steun van een denker: Bart Jan Spruyt stelde hem zijn Edmund Burke Stichting als 'denktank' ter beschikking en overweegt te zijner tijd voor Wilders' partij een kamerzetel te bekleden. Bovendien meldde Spruyt deze week een radicaliseringsproces te hebben doorgemaakt dat hem de moed geeft zich pal naast Leon de Winter en Afshin Ellian op te stellen. Zo komt langs een omwegje de club-Hirsi Ali weer in zicht.

Tot zover de radical chic. Maar zoals verwacht kon worden, groeit ook in de lagere regionen de neiging de islam eens stevig in de tang te nemen. Het gaat er wat ruwer aan toe, zoals de zojuist gepresenteerde Monitor Racisme en Extreem-rechts laat zien, maar aan de goede bedoelingen kan ook hier niet worden getwijfeld. De laatste twee jaar zijn gewelddaden en oproepen tot geweld tegen moslims flink in aantal toegenomen en ontstonden er naast bestaande organisaties twee nieuwe extreem-rechtse partijen, zodat het aantal activisten thans tot bijna duizend is verdubbeld. Daarnaast opereren de Lonsdale-jongeren ten getale van 300 tot 1500 personen.

Dit is dan het tableau de la troupe, bepaald niet indrukwekkend, naar omvang noch naar niveau. Het is rommelen in de marge van de maatschappelijke werkelijkheid, met dankbaarheid opgepikt door de media die nu eenmaal moeten leven van het uitvergroten van kleine gebaren en het rondbazuinen van 'gedurfde' uitspraken. Ook het belang van de vaak puberale agressiviteit van zogeheten extreem-rechtse jongeren moet niet worden overschat.

Toch blijft waakzaamheid geboden. De huidige spanning tussen autochtonen en alloctonen is niet zonder risico. De publieke opinie is zodanig vloeibaar geworden dat nieuwe ernstige incidenten wel degelijk de vlam in de pan kunnen doen slaan, met onvoorspelbare gevolgen. Niet dat er gevreesd moet worden voor een staatsgreep of een burgeroorlog, zoals al is geopperd, maar alleen al een herhaling van de geweldsgolf van november zou beschamend genoeg zijn, in ieder geval in de ogen van het buitenland.

Wie de maatschappelijke vrede iets waard is, zal daarom de waarschuwing van rabbijn Soetendorp ernstig moeten nemen: onbelemmerd doorgaan met het beledigen van moslims is 'levensgevaarlijk', in meer dan één opzicht.

mailIcon print |