Heel langzaam wordt het de wielerwereld duidelijk: er staat in België een wonderkind op. Geen Eddy Merckx, geen Lucien van Impe, geen stugge, boerse stoemper of gevleugelde klimmer, maar gewoon een rechtdoorfietser van 23 jaar, een bijna geboren winnaar: Tom Boonen.
De grote, eigenlijk te breed gebouwde man tikt al jaren tegen het venster, maar met sprintzeges in Harelbeke en Wevelgem heeft hij zijn kandidatuur voor morgen, in Roubaix, duidelijk gemaakt.
Boonen kan redelijk afzien, heeft een mooie stijl, durft door de wind te rijden en heeft binnen de kortste tijd zichzelf een vlijmscherpe sprint aangemeten, die goed genoeg is om bijna iedereen te verslaan. Zijn sprints zijn lang en machtig, hij draait de elf rond als een beul, stuurt goed en kijkt niet om. Zelden is er een jonge renner geweest die met zoveel durf en kracht de sprint afleverde.
Boonen, een man die vol bravoure in een heel snelle auto door het leven raast en een vrij wereldse blik op het leven loslaat, kwam het profpeloton binnen via US Postal, de ploeg van Lance Armstrong. Hij was in feite een ontdekking van ploegleider Dirk de Mol, die een fijn neusje heeft voor het vinden van talent.
In een jaar rijden bij US Postal leerde Boonen veel, vooral dat hij zijn mond diende te houden. Armstrong was een strenge baas voor de jonge en leergierige Belg, die overigens zijn meerjarencontract niet uitdiende. Hij zocht na een jaar ruimte onder de vleugels van Quick Step. Binnen twee jaar is hij daar ontbolsterd tot een der topcoureurs van dit moment.
Begrijp me goed: een klassieke coureur, want een ronde van drie weken is een brug of wat te ver voor Boonen. Hij is gemaakt voor Parijs-Roubaix en iedere andere koers waarin vlakke wegen, tegenwind, klinkers en de geur van land vermengd met mest voorkomen.
Weg van het protectionisme van Armstrong viel hij goed in de ploeg van Patrick Lefevere, waar kopman Johan Museeuw zijn afscheid aankondigde en de wisseling van de wacht een natuurlijke bleek te worden: Museeuw stapt af en Boonen stapt in.
Door zijn onervarenheid weet hij nog niet hoe hij een goede tijdrit moet rijden, maar zijn mokerachtige trapbewegingen doen vermoeden dat hij ook aspect van het vak snel zal leren.
Is hij een Flandrien? Eigenlijk wel. Hij is een stoemper, maar heeft één groot nadeel: hij ziet er te goed uit. Mooie renners maken het nooit lang, zo luidt een ongeschreven wet binnen de wielrennerij. Denk aan mannen als Visentini en Di Luca en je doorziet de zwakte van deze karakters.
Kan hij klimmen? Ai, daar hebben we precies zijn echt zwakke punt. Hij kan zichzelf over de Vlaamse (en waarschijnlijk ook Waalse) bergjes trekken en op karakter klimmen, maar boven de 1500 meter raakt hij snel geparkeerd. Dat maakt zijn positie binnen het peloton duidelijk: hij is er voor eendaagse wedstrijden, voor zware klassiekers en voor het wereldkampioenschap.
Armstrong mijdt hem als de pest, spreekt niet meer met hem, want de halve contractbreuk wordt door de Amerikaan niet vergeten. Boonen weet dat, maar hoeft zich daar niet al te veel van aan te trekken. In deze weken breekt hij waarschijnlijk definitief door in de smalle wereldtop.
Mogelijk al In Parijs-Roubaix, waar hij als amateur altijd in de kopgroep reed (zesde, vierde en derde). Twee jaar geleden, als steun van de Amerikaan Hincapie, werd Boonen derde in zijn eerste profoptreden in Roubaix. Nu, ineens, ligt De Hel open voor het grootste talent dat de Belgen in jaren hebben gekend. Een (te) mooie jongen, met zuilen van dijen, met een brede lach en een wereld aan succes aan de einder, komt eraan. Het startveld voor morgen is niet alleen gewaarschuwd. Men weet het ook.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.