*

 

'Relativeren is misschien vangnet'

John Graat − 10/04/04, 00:00

Leon van Bon (32), morgen in het shirt van Lotto-Domo aan de start van de loodzware klassieker Parijs-Roubaix, heeft het vermogen zijn vak als wielrenner met distantie te beschouwen. Misschien bestaan er daarom wel zoveel misverstanden over hem.

GENT - Leon van Bon vond het beeld dat na de Ronde van Vlaanderen van hem bleef hangen niet terecht. Het was hem al vaker opgevallen dat de werkelijkheid aan de buitenkant er blijkbaar vaak anders uitziet dan aan de binnenkant, in het hart van de koers.

Hoe moet je dat nou uitleggen? Van Bon denkt na. ,,Ik was in het najaar op vakantie in Cancún, Mexico, toen daar de orkaan Mitch was. Op mijn hotelkamer zag ik op CNN livebeelden uit Cancún. Dat was vreemd, want het kwam totaal niet overeen met wat ik die dag had gezien, en ook niet met wat ik zag als ik naar buiten keek.''

In de Ronde van Vlaanderen leek hij zondag het imago dat van hem bestaat weer eens te bevestigen. Van Bon deed geen kopwerk in de achtervolging van Erik Dekker op de kopgroep. Van Bon zou een 'linkebal' zijn, die altijd speculeert op anderen, een mannetje met koersintelligentie dat nooit een trap te veel doet, dat nogal eens geblesseerd is en op het goede moment een overwinning meepakt om een nieuw stevig contract veilig te stellen. Een renner met zoveel talent, die zich zou toch moeten schamen voor zijn erelijst?

Geconfronteerd met dat beeld trekt Van Bon zijn wenkbrauwen op. ,,Ik heb nog nooit van een andere renner in het peloton gehoord: jij bent link. En als mensen beweren dat ik niet uit mijn carrière haal wat erin zit, is dat complete onzin. Dat raakt me echt. Voor honderd renners heb je honderd verschillende manieren om tot topprestaties te komen. Het kan best zijn dat ik in mei niks gewonnen heb. Heb ik dan wat laten liggen? Ja, als-dit, als-dat. En dan mag iedereen zeggen: jij met jouw talent, met jouw slimheid. Maar wat heb ik eraan?''

Met zijn vierde plaats in Vlaanderen was hij in eerste instantie heel tevreden. Alleen het ploegenspel had hem dwarsgezeten. ,,Ik vond het niet terecht dat ik als de grote verliezer werd beschouwd. Dat komt door Erik Dekker. Alles wat hij heeft gezegd is als waarheid aangenomen. We hadden het gat echt wel dichtgereden als Dekker meteen volle bak had gefietst. Dat deed hij niet. 'Als jij niet rijdt, rijd ik ook niet', zei hij. Waarom? Erik had niets te verliezen.''

De waarheid had vele kanten, in Vlaanderen. Dat maakt wielrennen ook zo boeiend, vindt Van Bon. Hij heeft voldoende bewezen over veel koersinzicht te beschikken. Hij won er twee keer een Touretappe mee, werd Nederlands kampioen in 2000, won de Ronde van Nederland en is met Dekker, Boogerd en Knaven de enige Nederlander van de huidige generatie die een wereldbekerwedstrijd op zijn naam heeft staan (Hamburg 1998). Dat het de laatste jaren wat minder ging, had zijn oorzaken.

In 2000 besloot hij weg te gaan bij de Rabobank, omdat hij zich daar 'niet meer op waarde geschat' voelde. Hij koos voor Mercury, maar de Amerikaanse formatie ging aan chaos en geldgebrek ten onder.

,,In die periode heb ik wel eens gezegd dat ik misschien nog twee jaar zou koersen. Dat was een momentopname. Ik heb het een paar jaar zwaar gehad. Als, zoals bij Rabobank, in twijfel wordt getrokken dat je er niet alles voor doet, waar ik nooit aanleiding voor had gegeven, is dat moeilijk'', zegt Van Bon.

In 2002 had hij een zitbeenblessure, vorig jaar zaten verstopte bijholten hem dwars. ,,In november ben ik daaraan geopereerd. Ze hebben er een cyste uitgehaald ter grootte van een halve euromunt. Sindsdien is de doorstroming van lucht veel beter.'' Het heeft, op zijn 32ste, geresulteerd in zijn beste vorm ooit. Hij won al een etappe in Parijs-Nice en was in bijna alle Vlaamse klassiekers prominent aanwezig.

Misschien bestaan er misverstanden over hem omdat hij met enige distantie naar zijn vak kan kijken. ,,Relativeren is misschien wel mijn vangnet. Fietsen is heel belangrijk, maar het blijft toch een aparte leefwereld. Als je andere mensen bezig ziet, denk ik: vreemd, de wereld draait gewoon door. Er zijn de laatste jaren zoveel grote dingen gebeurd, zoals 11 september, dat je je realiseert hoe nietig het is waar je mee bezig bent. Iedereen doet maar zijn ding. Maar eenmaal op de fiets kun je niet meer relativeren. Anders kun je nooit vooraan aan de Oude Kwaremont beginnen. Je moet vijftien keer niet remmen waar een normaal mens wel remt.''

Als een verwonderde buitenstaander neemt hij soms nieuwe berichten over doping tot zich. Het is ook zo'n onderwerp met een vervormde werkelijkheid, vindt Van Bon. ,,Ik baal daarvan en het doet me veel. Toen ik in 1998 terug uit de Tour kwam, en weer ging trainen, schaamde ik me bijna om wielrenner te zijn. Ik kan goed begrijpen dat mensen denken dat de wielersport een verdorven wereld is. Ik was zelf ook geschokt door de verhalen van Manzano (de Kelme-renner die onlangs dopingpraktijken onthulde, red.). Ik wist niet dat het zó erg kon zijn. Dit wereldje is niet totaal verdorven, maar ik kan niet voor anderen spreken. Ik weet hoe ik het zelf doe.''

Morgen staat hij aan de start van de meest bizarre klassieker, Parijs-Roubaix. Tien jaar geleden beleefde Van Bon dat avontuur voor het eerst. ,,Het was slecht weer. Ergens onderweg liep mijn ketting vast tussen de bladen. Alle auto's reden me voorbij. Daar stond ik. Mensen uit het publiek hebben me geholpen, want die ketting zat muurvast. Het duurde zeker vijf minuten. Omdat het Parijs-Roubaix is rijd je verder. Het is een overlevingstocht. Bovendien had mijn ploegleider Jan Raas gezegd dat je de eerste keer móest uitrijden als je hem ooit wilde winnen. Ik fietste maar door, kilometers alleen, het was koud en het regende. Total loss reed ik de piste van Roubaix op. Ze waren de spandoeken al aan het oprollen.''

Hij kwam toen niet in de uitslag. Later wel: vierde in 1998, zesde in 1999. Winnen in Roubaix, hij heeft er al van gedagdroomd. Het liefst in de sprint. ,,Als je tien kilometer voor de finish al weet dat de buit binnen is, is de lol er al een beetje vanaf. Als je een sprint wint, komt er zoveel spanning en blijdschap in je naar boven. Dat gevoel, daar doe je het allemaal voor. Dat gevoel is niet uit te leggen. Een orgasme moet je ook niet beschrijven.''

mailIcon print |