*

 

Het frustrerende werk van een VN-hulpverlener

Iris Ludeker − 10/04/04, 00:00

De voedselhulp aan Irak was vorig jaar een immense operatie. Het Wereldvoedselprogramma had hierdoor minder handen vrij voor Afrika en Azië.

AMSTERDAM - De coalitietroepen kwamen vorig jaar als eerste in Irak. Vlak achter hen voltrok zich een tweede, welhaast militaire operatie. Het World Food Program (WFP, de VN-organisatie voor voedselnoodhulp) trok achter de mariniers Irak binnen om in het 'bevrijde' gebied de voedseldistributie zo snel mogelijk op gang te brengen.

,,Het was een opzienbarende operatie'', zegt James Morris, de voorzitter van het WFP. In Irak leidde zijn organisatie de grootste humanitaire actie uit de geschiedenis, met de inzet van 500 miljoen dollar aan donorgelden en ongeveer een miljard dollar uit het olie-voor-voedselprogramma.

Irak stond in de internationale schijnwerpers, en fondsen waren daarom makkelijk los te peuteren. De enorme aandacht voor Irak voedde de vrees dat andere noodlijdende landen erbij zouden inschieten. Morris: ,,Dat is gelukkig niet gebeurd. De wereld heeft ook vorig jaar heel genereus gereageerd op crises in Afrika.''

Uit binnenkort te publiceren cijfers blijkt dat het WFP vorig jaar 2,6 miljard dollar binnensleepte. Met aftrek van de 500 miljoen voor Irak bleef er ruim 2 miljard over voor de rest van de wereld, inderdaad meer dan de 1,8 miljard die de organisatie in 2002 kreeg. Dat wil echter niet zeggen dat er helemaal geen negatieve bijeffecten van 'Irak' waren, aldus Morris. ,,Niet financieel, maar organisatorisch. Het probleem was dat we zo'n 25 procent van onze medewerkers naar Irak en de regio moesten brengen. Dat legde een enorme druk op onze capaciteit in gebieden als Azië en Afrika.''

In juni draagt het WFP de verantwoordelijkheid voor de voedselvoorziening in Irak over aan het Iraakse ministerie van handel. Dan kan de organisatie zich weer makkelijker richten op andere gebieden. Het lobbyen kan weer beginnen. Deze week was Morris in Nederland om geld en steun te werven bij politici en het bedrijfsleven. Zo hoopte Morris behalve TPG andere Nederlandse bedrijven tot een samenwerkingsverband te verleiden. Zonder direct resultaat. Het is de tragiek van het WFP dat het geen structureel geld binnenkrijgt, maar afhankelijk is van de vrijgevigheid van donoren. En dat terwijl er 840 miljoen ondervoede mensen in de wereld zijn, van wie er dagelijks 25000 sterven. Dat is niet de enige reden waarom de voorzitter van de WFP een frustrerende ('uitdagende', vindt Morris) baan heeft. Met de structurele problemen die honger veroorzaken, mag de organisatie zich niet bemoeien. Economisch wanbeleid in getroffen landen, gewelddadige conflicten- het WFP houdt zich op de vlakte. Morris: ,,Natuurlijk zijn we vóór goed bestuur. Maar we zijn in de eerste plaats een neutrale partij. Ons werk is honger bestrijden, de politieke dialoog is voor anderen.''

Eigenlijk wil het WFP het liefst geld investeren in structurele voedselprojecten- bijvoorbeeld het uitdelen van eten via scholen. Maar daar is het de laatste jaren nauwelijks van gekomen. Het aantal crisissituaties neemt hand over hand toe, door veranderende weerpatronen, door gewelddadige conflicten. En natuurlijk door de aidsepidemie, die vooral in zuidelijk Afrika een groot deel van de productieve bevolking uitschakelt. Er zijn nu meer hongerigen dan vijf of tien jaar geleden.

En dan is er nóg een probleem voor de WFP: de noodhulp die de Verenigde Staten aan zuidelijk Afrika bieden in de vorm van genetisch gemodificeerd voedsel. Een makkelijke manier om van overschotten van het controversiële voedsel af te komen, zeggen critici. Verschillende Afrikaanse landen hebben de hulp inmiddels (deels) geweigerd. Van Morris mag dat, hoewel hij zelf het probleem niet zo ziet. ,,De VS, Canada, Zuid-Afrika, ze produceren en consumeren allemaal genetisch gemodificeerd voedsel. Het is goedgekeurd door de Wereldgezondheidsorganisatie. Ik weet zeker dat het veilig voedsel is.''

Toch blijft het genetische gesleutel met planten voor sommige landen een controversieel onderwerp. Niet alleen vanwege gezondheidsrisico's, maar ook door potentiële gevaren voor de biodiversiteit. Zou daar door donorlanden als de VS geen rekening mee moeten worden gehouden? Morris: ,,Ik ben dankbaar voor alle hulp die we krijgen, vooral van de VS, die vorig jaar 56 procent van ons budget ophoestten. Als een land hulp afwijst en wij kunnen geen alternatief vinden, dan heeft zo'n land een eigen verantwoordelijkheid om zijn problemen op te lossen.''

mailIcon print |