De centrale banken in Europa proberen van hun goudreserves af te komen. Zeker als de goudprijs zo hoog blijft als nu, zou dat een enorme boekwinst opleveren. Ook hun met begrotingstekorten kampende nationale regeringen zou dat heel goed uitkomen, want de winst van een centrale bank wordt doorgaans in de staatskas gestort.
De centrale banken in het euro-gebied hebben samen zo'n 13000 ton goud in hun kluizen, waarvan zo'n 800 ton bij De Nederlandsche Bank. Tegen de huidige goudprijs van meer dan 400 dollar per troy ounce (31,1 gram) heeft dat Europese monetaire goud samen een waarde van circa 125 miljard dollar.
Het aanhouden van grote goudreserves is traditioneel bedoeld als garantie voor de circulerende bankbiljetten. Zo'n psychologisch onderpand is zeker met de komst van de euro niet meer nodig. En door het 'dode' edelmetaal om te zetten in euro- of dollartegoeden, levert het ook nog rente op.
De verkoop van grote partijen goud is echter niet zonder gevaar. Dat leidde onder meer in 1999 tot een forse daling van de prijs. Daarop besloten veertien centrale banken in Europa samen met de Europese Centrale Bank (ECB) om hun goudverkopen te orkestreren. Daarbij zouden zij samen per jaar niet meer dan 400 ton op de markt brengen. Direct na het bekend worden van dit voor een looptijd van vijf jaar getekende akkoord, op 26 september 1999, schoot de goudprijs weer sterk omhoog, naar 327 dollar begin oktober dat jaar.
Inmiddels hebben zes van de veertien Europese landen daadwerkelijk goud verkocht. De Nederlandsche Bank verkocht de afgelopen jaren volgens analisten in totaal vermoedelijk 270 ton. De Zwitsers gingen met de verkoop van 886 ton aanzienlijk verder, gevolgd door de Bank of England die 345 ton van de hand deed.
Ondanks de afgesproken beperking van de goudverkopen zakte de wereldgoudprijs hierop echter toch opnieuw behoorlijk in, naar een nieuw dieptepunt voorjaar 2001. Sindsdien vertoont de prijs van het edelmetaal evenwel weer een opmerkelijke stijging, met liefst 70 procent tot een piek van 426,80 dollar begin dit jaar.
Het goudakkoord van de centrale banken loopt in september dit jaar af. Inmiddels is afgesproken deze kartelafspraken met nog eens vijf jaar te verlengen. Daarbij is de samenstelling van het gezelschap gewijzigd. De Bank of England doet niet meer mee. Griekenland, dat evenmin verkoopplannen zegt te hebben, behoort nu echter voor het eerst wel tot de ondertekenaars.
Ook de te verkopen hoeveelheid goud wijzigt, van samen 400 naar voortaan 500 ton per jaar, zo is begin maart afgesproken. Het vasthouden aan de afgesproken discipline het daarbij te laten, moet voorkomen dat de nu hoge goudprijs, zoals in eerdere jaren, opnieuw onder druk komt, maar of dat lukt is de vraag.
Zwitserland, dat komend najaar nog eens 284 ton goud te gelde wil maken, zal van die hoge goudprijs als eerste profiteren. De Duitse Bundesbank, die tot dusverre nog vrijwel niets verkocht, mogelijk eveneens. In januari kondigden de Duitsers aan de komende vijf jaar jaarlijks 120 ton goud te willen verzilveren, ofwel samen 17 procent van hun huidige bezit.
De Nederlandsche Bank laat weten nooit haar verkoopplannen publiek te maken. Deze geheimzinnigheid is eveneens bedoeld om onnodige druk op de goudprijs te voorkomen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.