Henk de Velde (IJsselmuiden, 1949) is zeeman. Na dertien jaar in de koopvaardij te hebben gevaren, begon hij aan een carrière als solozeiler. Zijn eerste reis maakte hij nog met Gini, zijn ex-vrouw, maar sinds 1989 bevaart hij de wereldzeeën alleen. Op 13 juni 2001 vertrok hij voor een 'onmogelijke reis' met zeiljacht Campina naar de Noordpool. Weersomstandigheden en materiaalpech zorgden ervoor dat hij de doortocht niet kon volbrengen. Begin december voer De Velde, na drieën half jaar, weer een Nederlandse haven binnen. In 2007 wil hij een nieuwe poging wagen.
I
GIJ ZULT GEEN ANDERE GODEN VOOR MIJN AANGEZICHT HEBBEN
,,Ik heb over ijsvlaktes gelopen, ben langs de mooiste kusten gevaren, heb gevaarlijke oversteken gemaakt; uren, dagen, weken heb ik in afzondering doorgebracht, denkend, vragend: is er een pantheïstische God, die deel uit maakt van alles om mij heen, of is er een persoonlijke God met wie ik nu, haast rechtstreeks, in verbinding sta? Hoewel ik liever zou geloven dat God een onderdeel is van het geheel, word ik steeds dichter naar die andere variant getrokken. Ik ben een ongelovige Thomas. Ik wil Hem zien, maar ik zie niets. En toch is er wel degelijk contact. Ik voel Zijn aanwezigheid. Het is als een grote liefde waar ik mij nog niet aan durf over te geven. Ik kan zonder mensen - als ik wist dat ik de laatste man op aarde was, zou ik niemand missen - maar ik kan niet zonder God. Ik praat met Hem. Ik vraag hem leiding. Wijsheid. Wanneer moet ik beslissen? Wanneer moet ik gaan? Ja, denk voor mij, maar vooral: laat mij doen. Dat is het. Laat mij doen. Ik ben een ouderwetse schipper naast God.''
II
GIJ ZULT U GEEN GESNEDEN BEELD MAKEN NOCH ENIGE GESTALTE VAN WAT BOVEN IN DE HEMEL, NOCH VAN WAT BENEDEN OP DE AARDE, NOCH VAN WAT IN DE WATEREN ONDER DE AARDE IS
,,Er is een mooi verhaal, van C.S. Lewis, dat gaat over een Marsbewoner - of een bewoner van Venus, dat ben ik even kwijt - die bij God komt en zegt: 'Het spijt me, maar ik heb nog nooit van U gehoord. Ik heb mijn leven lang de zon aanbeden!' En dan zegt God tegen hem: 'Wat jij voor de zon hebt gedaan, heb je voor mij gedaan.' Ik aanbid de zee, de horizon, de bergen. Zou God het niet prettig vinden dat ik van zijn wereld houd? Ik geef toe: het lijkt alsof ik van mijn bootje een afgod heb gemaakt - ik zou mijn leven ervoor hebben gegeven om mijn schip drijvend te houden - maar uiteindelijk, als er niets meer is, als alles me zou worden afgenomen, zijn het toch de ervaringen die mij het meest dierbaar zijn. De stormen, de ijsbeer, het oog van de walvis. Het oog van de walvis... Hoe moet ik het je vertellen? Eerst nam hij mijn bootje in zich op, alsof het een vreemde vis was, maar daarna keek hij mij aan. Recht in mijn ogen. En ik keek naar hem. Wel een kwartier lang. Wat ik zag? Begrip. Ja, begrip. We begrepen elkaar. Even dacht ik: straks stap ik op zijn rug - net als in een sprookje - en dan verdwijnen we samen in de peilloze diepte.''
III
GIJ ZULT DE NAAM VAN DE HERE, UW GOD, NIET IJDEL GEBRUIKEN
,,Ooit, misschien wel vijfendertig jaar geleden, hoorde ik John Lennon in een radio-interview zeggen dat God een stoelpoot was. Die opmerking ben ik nooit meer vergeten. Ik weet wel, God is slechts een titel, maar toch: ik vond het zo oneerbiedig. Wie noemt zijn vader nou een stoelpoot? Ik heb zelf ook naar een andere naam gezocht. Eerst zei ik Manatou, zoals de Indianen doen, toen koos ik voor 'geest', maar uiteindelijk heb ik tegen mezelf gezegd: Henk, wees eerlijk, in onze westerse wereld wordt Hij God genoemd. Waarom gebruik je die naam niet gewoon? Wat me ervan weerhield? Ik ben een mens van deze tijd. Ik ben opgevoed met een gereformeerde God, maar was benieuwd naar de visies van filosofen. De meest intrigerende vond ik die van Nietzsche, de man die beweerde dat God niet bestond. Volgens mij is er niet één filosoof die zo heeft geworsteld met God als hij. Het beeld dat ik nu van Hem heb, komt weer akelig dicht in de buurt van de God die ik in mijn jeugd heb leren kennen. De Alfa en de Omega, de Schepper van hemel en aarde. Zeg, maar dit wordt wel een heel goddelijk praatje zo, hè? O, dat geeft niets. Mooi. Nog koffie?''
IV
GEDENK DE SABBATDAG, DAT GIJ DIE HEILIGT, ZES DAGEN ZULT GIJ ARBEIDEN EN AL UW WERK DOEN; MAAR DE ZEVENDE DAG IS DE SABBAT VAN DE HERE UW GOD, DAN ZULT GIJ GEEN WERK DOEN
,,Zes dagen zult gij arbeiden en doen uw werk intussen, de zevende het dek schrobben en soortgelijke klussen! Op zee werk je zeven dagen per week. Het weer houdt voor mij nooit op. Als ik de zevende dag mijn schip stilleg, krijg ik misschien wel een depressie over mij heen. Zelfs als ik ten anker ga op een mooie, rustige plek - man, ik heb zoveel prachtige stilte meegemaakt - moet ik op mijn hoede zijn. Een ijsberg kan afkalven, de wind kan draaien. Zee is onrust. Varen is onrust. Ja, Henk de Velde is onrust. Ik begrijp dat ik zo overkom, maar het is echt niet zo. Diep van binnen ben ik de rust zelve.''
V
EER UW VADER EN UW MOEDER
,,Er lag ijs. Ik kon niet verder. Ik moest Rusland verlaten om mijn visum te kunnen verlengen. Toen ik op Schiphol aankwam, stond Stefan daar, mijn zoon. Hij zegt: 'Henk'- hij noemt mij Henk - 'Henk, we gaan naar je vader. Hij heeft op je gewacht.' Mijn vader was al een tijdje ernstig ziek, maar ik heb een stilzwijgende afspraak met de familie dat ze mij niet met hun zorgen belasten als ik het zelf al moeilijk heb. Als ze het mij hadden gevraagd, was ik waarschijnlijk niet naar huis gekomen - ik kan toch mijn boot niet zo maar achterlaten? Maar nu stond ik daar, in het ziekenhuis, naast zijn bed. En mijn vader lachte naar me. Een paar weken later is hij gestorven. Hij is 85 geworden. Mijn verstand zegt: het ijs hield je tegen. Mijn gevoel zegt dat ik werd gestuurd.
Nee, ik ben er niet verdrietig om. Mijn vader was er klaar voor, hij had zijn taak volbracht. Hij stierf in de overtuiging dat hij naar de hemel, naar zijn Vader zou gaan. Voor mij kan hij nu een druppel in de oceaan zijn, of een stofje in het universum, maar ik ben blij dat mijn moeder zich voorstelt dat haar man in het huis met de vele woningen is, in de stad met de gouden straten. En dat ze hem daar straks terug zal zien. Ik heb een enorm respect voor mijn ouders. Ze hebben me altijd gesteund. Mijn vader heeft me, toen ik vijftien werd, naar Antwerpen gebracht, waar ik aan boord ging van een koopvaardijschip. Op mijn achtentwintigste was ik al kapitein. Mijn besluit om te gaan zwerven hebben ze, zeker in het begin, minder goed begrepen. Mijn vader heeft veertig jaar in dezelfde fabriek gewerkt, waarom wilde ík geen vaste baan? Dat was toch iets geweldigs? Of een gezin! Hoeksteen van de samenleving. De kerk. Een vereniging. Een geregeld leven. Later, veel later, was er begrip: dit deed ik nu eenmaal het liefst. Het was mijn beslissing en die respecteerden ze.
Nu ik weer in Nederland ben, ga ik mijn moeder opzoeken. 'Ik ben blij dat je weer in een veilige haven ligt', zei ze toen ik haar bij aankomst belde. Ze is 83. Ze verlangt me te zien. De band met mijn ouders - ja, nu verspreek ik me, maar ik denk toch dat ik het zo zou willen blijven zien - is zo ongelooflijk hecht. Zo innig. Ze zijn begonnen als vader en moeder - die me wel eens een pak voor de billen gaven, als dat nodig was - maar uiteindelijk zijn het mijn beste vrienden geworden.''
VI
GIJ ZULT NIET DOODSLAAN
,,Ik heb nooit - niet in noodweer, of oog in oog met beren - gedacht dat het afgelopen was. Ik heb altijd geweten: hier kom ik uit, dit is nog niet het einde. Of toch... ja, in 1988, toen ik kapseisde, ben ik er dicht bij in de buurt geweest. Ik lag onder de boot, kon geen adem meer halen en dacht aan Stefan. Daar gaat je papa, dacht ik. Ik was heel rustig. Daar gaat je papa. Tot ik ineens licht zag, erheen zwom en werd gered. Een van mijn drie bemanningsleden, Rutger, heeft het niet overleefd. Hij was pas 28. Ik moest hem identificeren... het is zo lang geleden, maar ik moet nog vaak aan die tijd denken, vooral aan het moment waarop ik zijn ouders moest bellen. Het was midden in de nacht - ik moest het nieuws voor zijn. Ik hoor Rutgers vader nog razen. Hij schreeuwde dat ik een moordenaar was. Die woorden heeft hij niet meer teruggenomen. Hij heeft me ook nooit willen spreken. Voor hem ben ik een moordenaar. Nog steeds, nog steeds... Ja, dat is hard. Ik was de kapitein, maar ik voel me niet verantwoordelijk voor Rutgers dood. Hij was een zeer competent zeiler, een uitstekend bemanningslid. Hoe het is gebeurd? Tja... Hoe gebeuren dingen? Waarom gebeuren dingen? Ik vaar al jaren veilig met mijn bootje door de zwaarste stormen, terwijl de 'Bremen', een groot schip van 50000 ton, nooit is teruggevonden. Ik weet het niet. In scheepvaartverzekeringstermen spreek je van een Act of God of een Act of Man. Ik wijs niet naar boven en niet naar beneden. God heeft onze boot niet omgegooid en ik kon er ook echt niets aan doen. Ik zeg altijd: het was de verkeerde golf.''
VII
GIJ ZULT NIET ECHTBREKEN
,,Gini was mijn beste maat. Als we andere stellen tegenkwamen, zeiden we tegen elkaar: als je vijf, zes, zeven jaar met z'n tweetjes over de wereld vaart, blijf je voor altijd samen. Maar al die huwelijken zijn inmiddels kapot. Ik weet nu dat Gini al eerder had besloten bij me weg te gaan, maar het kwam toen, aan het einde van onze zevenjarige wereldreis, als een donderslag bij heldere hemel. Ze verliet me omdat ze wist: Henk is een man die altijd zal blijven varen. Gini wilde met Stefan, die in 1981 op Paaseiland werd geboren, aan wal een gewoon bestaan op bouwen. Ze heeft wel eens gezegd dat ze in die zeven jaar met mij op zee een heel leven heeft meegemaakt. Het is heel intens, op zo'n kleine boot. Je moet alles samen doen. Alles, alles, alles. Ik zou dat nu zelf ook niet meer kunnen. Mensen worden, zo rond hun vijfendertigste, allemaal zeurpieten. Ze willen geen gedoe meer aan hun kop. Het liefst had ik een vrouw die ongecompliceerd, zonder te klagen, thuis op mij wacht. Die deel uitmaakt van mijn onderneming door er voor me te zijn als het nodig is: met een warme douche en schone kleren. Die er geen moeite mee heeft dat ik op een goed moment weer voor een paar jaar vertrek. Maar wie kan ik zoiets aan doen? Het moet wel een heel bijzondere vrouw zijn die zo'n positie wil accepteren. Toch heb ik wel eens tegen mijn ex-vrouw gezegd: 'Ik ben blij dat jij twintig jaar geleden bent weggegaan, anders had ik dit allemaal niet meegemaakt.' Dan was ik een gewone man geworden, met zijn gezin, zijn baan, zijn autootje voor de deur. Joseph Conrad schreef: He who forms a tie is lost: wie zich aan een mens, een hond, of zelfs een baantje bindt, is verloren. Ik zeg niet dat ik mij er helemaal voor af wil sluiten, maar toch... ik heb geen zin om me tijdens een reis af te moeten vragen: hoe zal het tussen ons gaan als ik weer terugkom? Ik ben deze laatste reis, die drieënhalf jaar duurde, voor het eerst zonder een relatie, zonder een vriendin, begonnen. Dat was een bevrijding; geen zorgen te hebben voor de zorgen van een ander. Ja, je hebt gelijk: ik ben ook wel eens jaloers op mensen met een gelukkig huwelijk. De eeuwige liefde. Die unieke band tussen man en vrouw. Hij bestaat. Ik heb er mijn best voor gedaan - ik heb zelfs een tijdje bij iemand in huis gewoond - maar het lukt me niet. Nee, nee, het is geen bindingsangst. Ik heb het toch geprobeerd? En ik ben ook geen misantroop. Ik ben liever alleen, maar ik kan toch ook niet zeggen dat ik niet van mensen houd. Het is alleen zo moeilijk om iemand te vinden die op deze manier van mij kan houden. Voor de meeste vrouwen die ik nu ontmoet ben ik vooral 'die man met die boot'. Spannend. Avontuurlijk. Maar dat is geen basis om ergens aan te beginnen. Ik heb daar wel eens om ge huild, hoor: Henk is niets zonder zijn boot. Als ik die boot niet had, zag niemand mij staan.''
VIII
GIJ ZULT NIET STELEN
,,Ik stal een cent van mijn moeder. Daar kon ik twee dropjes voor kopen. Op straat zag ik dat er achter die cent een dubbeltje school. Ik heb alles omgezet in drop en daar heb ik nog altijd spijt van. Over die ene cent zou ik geen wroeging hebben gehad, maar dat dubbeltje spookt nog regelmatig door mijn hoofd.''
IX
GIJ ZULT GEEN VALSE GETUIGENISSEN SPREKEN TEGEN UW NAASTE
,,Ik ben altijd eerlijk geweest naar mijn familie en vrienden toe. Voor hen ben ik geen zonderling of iemand die zijn verantwoordelijkheden ontloopt. Goed, materieel gezien heb ik, wat Stefans opvoeding betreft, geen verantwoordelijkheid getoond. Maar daar is mij ook niet om gevraagd. Gini's tweede man heeft die taak overgenomen. Daar ben ik hem nog altijd dankbaar voor. Als Stefan in mijn voetsporen had willen treden, zou hij aan mij een goede leermeester hebben gehad, maar hij is zijn eigen weg gegaan. Hij houdt zich bezig met de aarde, met bomen, met tuinen. Hij werkt met hart en ziel - dat maakt me erg blij. Volgens zijn moeder heb ik een grote invloed op zijn leven. 'Hij wordt steeds meer Henk de Velde,' zegt ze. Ja, dat vind ik een compliment. Of laat ik zeggen: daar ben ik dankbaar voor. Ik ben een dankend mens. Gelukkig? Wat is geluk? Daar kunnen we ook nog een paar uur over praten. Ik ben tevreden met wat ik ben gaan doen. Met hoe ik ben gaan denken. Gelukkig zijn is ingewikkeld.''
X
GIJ ZULT NIET BEGEREN UWS NAASTEN HUIS; GIJ ZULT NIET BEGEREN UWS NAASTEN VROUW, NOCH ZIJN DIENSTKNECHT, NOCH ZIJN DIENSTMAAGD, NOCH ZIJN RUND, NOCH ZIJN EZEL, NOCH IETS DAT VAN UW NAASTE IS
,,Als je het me zo vraagt: Henk, wat zou je het liefst willen? Dan zeg ik: een volgende reis. Daar was ik al mee bezig toen ik de haven van IJmuiden binnenvoer. Plan A is een nieuwe reis naar het noorden in 2007. Daar heb ik geld en tijd voor nodig. Lezingen geven, boeken verkopen, sponsors zoeken. Als ik na een halfjaar nog niet weet of het me gaat lukken, komt plan B. Plan B is: weggaan zonder vaste bestemming. Zonder sponsors, zonder communicatie met radio of televisie. Dan heb ik ongeveer vijfhonderd euro per maand nodig - die moet ik toch bij elkaar kunnen verdienen? Het liefst kies ik voor plan B, maar misschien wil ik met plan A nog iets bewijzen: ik zat maar 150 mijl van die noordelijke doorvaart af! Die tocht alleen te maken, dat is mijn ambitie. Puur voor mezelf. Daarna mag ik aan plan B beginnen. Ja, wacht even, dat is dus niet de pensioenroute door de tropen hè? Nee, ik zoek altijd moeilijke bestemmingen - ik ben nog lang niet klaar voor tochtjes door de Caribische zee.
Als een arts mij vandaag vertelt dat ik kanker heb, zal ik morgen de zeilen hijsen. En dan kom ik niet meer terug. Dat zal moeilijk zijn voor de mensen die ik achterlaat, maar zelf ben ik dan in de omgeving waar ik thuis ben. Maar ik ben gelukkig goed gezond. Nooit ziek. Ik slik geen medicijnen en denk niet aan wat me op reis allemaal zou kunnen overkomen. Ik word ook minder snel ziek op zee omdat ik geen contact met andere mensen heb. Nee, het enige waar ik in dat verband over heb nagedacht, is mijn oude dag. Hoe moet ik dan alleen vertrekken? Ik weet zeker dat ik dan op Stefans hulp kan rekenen. Ik heb het hem jaren geleden al gevraagd: 'Als ik straks oud en stram ben, geef je mijn bootje dan een zetje?' Hij heeft het me beloofd. Als het zo ver is, gooit hij de touwen los.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.