*

 

Er komt iets als een fornuis aan, dat een dorp meesleept

Ger Groot − 18/12/04, 00:00

Ben ik ooit verliefd geweest op Remedios de Schone? Het was dertig jaar geleden dat ik haar naam voor het eerst las, in de roman 'Honderd jaar eenzaamheid', waarmee Gabriel García Márquez zijn naam vestigde als wereldschrijver. Ze is altijd in mijn hoofd blijven resoneren als de ultieme, onbereikbare schoonheid, hoewel ik verder alle details over haar romanleven vergeten was.

Bij herlezing blijkt hoezeer mijn geheugen me parten speelde. Onaards mooi was de kleine Remedios zeker en dat ze ooit als koningin van een dorpsfeest triomfen vierde, stond me ook nog wel voor de geest. Maar niets herinnerde ik mij meer van haar simpelheid, die haar tot op de rand van het abnormale bracht. Een schoonheid met een onvolgroeid brein moet ze geweest zijn, zo naïef dat ze haar eigen betoveringskracht niet vatte, het nut van kleren niet inzag en de hele dag het liefst naakt door het huis liep.

Dat kon niet het voorwerp van mijn herinnerde verliefdheid zijn geweest. En dat was in veel opzichten maar gelukkig ook. Met de mannen die zich door Remedios lieten betoveren liep het stuk voor stuk slecht af. Ze vielen door het dak van de badkamer, waarin ze een gat hadden gemaakt om haar te bespieden, en braken hun schedel op de harde plavuizen. Een keurige jongeman, voornaam en van ver gekomen, ''raakte verstrikt in poelen van laagheid en ellende en werd jaren later door een nachttrein in stukkengereten toen hij in slaap was gevallen op de rails'', schrijft García Márquez.

Zoals het met Remedios ging, zo verging het me met 'Honderd jaar eenzaamheid' als geheel. Het boek is het archetype geworden van de fantastische Latijns-Amerikaanse roman en de hoofdelementen daarvan zijn buiten het boek een eigen leven gaan leiden. Macondo, het plaatsje waar García Márquez zijn familie-epos situeerde en dat in vele van zijn overige boeken opnieuw zou opduiken, werd zo beroemd dat het op een echt bestaand dorp ging lijken. En kolonel Aureliano Buendía, die zeventien bastaardzoons verwekte - allemaal naar hem vernoemd- en 32 opstanden leidde die hij allemaal verloor, werd het prototype van de Latijns-Amerikaanse vechtjas bij uitstek, naast wie zelfs Simón Bolívar verbleekte.

Het verhaal van 'Honderd jaar eenzaamheid' valt in de herinnering onvermijdelijk uiteen in kleine brokken, korte episoden, pakkende beelden en zelfs beklijvende zinsdelen. De openingszin, waarin kolonel Buendía, staande voor het vuurpeloton, moet terugdenken aan de dag waarop hij voor het eerst met het ijs kennismaakte, wil nooit meer uit het geheugen weg. En hetzelfde geldt voor de terloops vermelde gewoonte van de moeders van het land hun dochters in de oorlog naar de tenten van de grote vechtjassen te sturen 'ter verbetering van het ras'. Onvergetelijk is ook de ziekte van de vergeetachtigheid die Macondo teistert en de inwoners ertoe dwingt alle voorwerpen van een briefje te voorzien om hen te herinneren aan de naam en functie daarvan: ,,Dit is een koe, men dient haar elke morgen te melken opdat ze melk geeft en de melk dient men te koken en te vermengen met koffie om koffie met melk te krijgen.''

Het is die toverachtige en tegelijk huislijke sfeer die 'Honderd jaar eenzaamheid' gemaakt heeft tot de meest geliefde roman uit het magisch-realisme van Latijns-Amerika. Daarin verschilt hij nogal van veel andere, veel grimmiger vertegenwoordigers van het genre, zoals 'Pedro Páramo' van de Mexicaan Juan Rulfo. Márquez mikt op ontroering en vertedering, en hij slaagt daar wonderwel in. Dat hij daarnaast als persoon een hoog knuffelbeer-gehalte vertoonde, moet hem nog eens zo geliefd hebben gemaakt.

Maar door de ontroering van de herkenning heen, vallen bij het herlezen van 'Honderd jaar eenzaamheid' twee dingen op. Het eerste is de structuurloosheid van het boek. Dat ik het mij vooral in fragmenten herinnerde, blijkt naadloos aan te sluiten bij de losse opbouw ervan, die van voorval tot voorval gaat, totdat na ruim 400 bladzijden de sage van de familie Buendía en hun dorp Macondo is verteld. Mensen worden geboren, strijden, hebben veel lief en ten slotte sterven ze: dat is de kroniek achtige wijze waarop García

Márquez vertelt.

De tweede verrassing is de aard van zijn fantasie. Hoewel García Márquez niet terugschrikt voor bovennatuurlijke gebeurtenissen -zoals de hemelvaart van Remedios, hangend aan een paar lakens die ze op het bleekveld opschudde en meegevoerd door de wind-, wordt veel van wat hij beschrijft alleen maar wonderlijk door zijn verwoording. ,,Er komt een griezelig ding aan'', roept een van de Buendía's wanneer de eerste trein het dorp binnenrijdt: ,,Iets als een fornuis dat een dorp meesleept.'' De beschrijving is letterlijk fantastisch en tegelijk uiterst exact, en in de frictie tussen die twee ontstaat in de meest alledaagse dingen bij García Márquez de magie.

Die laatste werkt na dertig jaar, juist daardoor, nog net zo verrassend als wat ik mij van mijn eerste lezing herinner. 'Honderd jaar eenzaamheid' blijft als een mijlpaal overeind staan in de Latijns-Amerikaanse literatuur van de 20ste eeuw: daarover zijn critici, literatuurwetenschappers en lezers over de hele wereld het wel eens. Dat laatste is misschien nog wel het meest magische wonder van het boek.

mailIcon print |