Deze week is het vijftien jaar geleden dat in Roemenië het regime Ceausescu viel tijdens een memorabele revolutie. De wereld keek ontzet, maar ook euforisch naar de slachtingen en vreugdedansen die elkaar in de straten van Boekarest afwisselden. Anders dan nu, was anno 1989 een dergelijk real life televisiespektakel ongekend. Anders dan nu, bestond er in 1989 eensgezindheid over goed en kwaad in Europa. Met de val van de communistische dictaturen, kwam er in Europa een eind aan misdaad en terreur als staatsvorm. Waar de weg van de contemporaine geschiedenis naar toe zou leiden, was duidelijk: van het satanische Kremlin naar het westerse paradijs.
Ik ben geen voorstander van eenvoudige tegenstellingen. Noch ben ik ongevoelig voor de relatieve betekenis van 'goed' en 'kwaad'. Toch heb ik heimwee naar december 1989 - vooral naar het Nederland van toen. Een Nederland dat nog niet in de ban was van een nieuwe vorm van totalitair denken, een land waar nog niemand om een film of een partijprogramma was vermoord.
Nederland reageerde in 1989 enthousiast op de Roemeense revolutie en de herwonnen vrijheid. De mensen die in de straten van Boekarest dansten en zongen, deden dat niet omdat er de komende maanden McDonald's-vestigingen, bordelen en casino's zouden worden geopend. Zij vierden de wedergeboorte van de vrijheid van meningsuiting. Overal kwamen ze samen om te praten over wat er veertig jaar niet gezegd mocht worden. Decennialang verboden partijen werden heropgericht. Voor het eerst verschenen er kranten die nieuws brachten, in plaats van propaganda. Men hief in die dagen veel champagneglazen om het doorslaggevende verschil met vroeger te vieren: dat je aan praten niet meer doodging.
Ik woon inmiddels in een land dat ook is aangetast door onverwachte omwentelingen. De consequenties van de moord op Theo van Gogh zijn nog niet te overzien, maar zeker is dat 'vrijheid van meningsuiting' een smerige term geworden is. Verdacht bovendien, want een dekmantel voor autochtonen die op allochtonen zouden willen schelden. Een vrijbrief voor racistische uitlatingen. De zo nijvere minister van Justitie herinnerde zich dat daar een ouderwets huismiddeltje tegen was: de wet tegen godslastering. Daarmee wilde hij Nederland zuiveren van beledigingen. 'Belediging' is de nieuwe naam voor kritiek. Op godsdienst in het algemeen en op de islam in het bijzonder.
De catacomben-ernst van de orthodoxe gelovigen is de maat geworden van alle redelijkheid en fatsoen. Nog nooit is er in columns en opiniestukken zo vaak gerept over 'misbruik van vrijheid van meningsuiting' als na de dood van Theo van Gogh. Voor wie het nog niet wist: Theo van Gogh was géén slachtoffer van een gewelddadige extremist die het islamitische recht in eigen hand nam. Theo van Gogh bezweek aan zijn eigen misbruik van de vrijheid van meningsuiting. Als dat ongelovige varken geen 'geitenneukers' had geroepen, had hij nog geleefd, zegt de vulkanische moslim op straat. In beschaafder kringen heet het: hij heeft het over zich af geroepen. Een redenering waaruit blijkt hoe vanzelfsprekend de logica van de radicale moslim wordt overgenomen.
Een redenering die thuishoort in een dictatuur. Van dissidenten, of ze zich nu tijdens het regime Ceausescu, Videla of Bokassa als zodanig afficheerden, wist je dat ze grote risico's namen. Omdat niemand hen bescherming bood. In dictaturen zijn dissidenten per definitie slachtoffers, want vogelvrij. Nederland is constitutioneel geen dictatuur, toch is er geen begrip voor het lef of de baldadigheid van degene die het woord van Allah tart. Ook hierin heeft de totalitaire islam het laatste woord.
Rijst de vraag in hoeverre Nederland nog een democratie is. In zijn net verschenen essaybundel De nieuwe wereldwanorde stelt de Bulgaars-Franse filosoof Tsvetan Todorov een opmerkelijk kenmerk van Europa vast: het in de wereldgeschiedenis unieke feit dat oorlog tussen de Europese landen ondenkbaar is geworden. Uit nieuwsgierigheid naar de geestesgesteldheid die dit mogelijk maakt, onderzoekt hij onze 'leefregels', om met Rousseau te spreken.
Een van de belangrijkste Europese waarden is voor Todorov de individuele vrijheid, bewaakt door de liberale democratie. Maar aan democratie alleen, meent de filosoof, hebben burgers niet genoeg als ze een waarborg willen voor bijvoorbeeld de afwezigheid van terreur. Want ook in een democratie kan een deel van de bevolking de rest terroriseren. Het individu zou het recht om te protesteren tegen terreur niet kunnen uitoefenen als zijn vrijheid niet werd beschermd. Hier toont Todorov zich een denker in de traditie van de filosoof Karl Popper die in zijn The Open Society and its Enemies (1945) pleit voor een actieve bescherming van de democratie. Voor Popper garandeert een ware democratie dat een maatschappij niet volgens een totalitair of theocratisch stramien wordt ingericht. De vrijheid moet door de politieke instituties voortdurend getoetst, beschermd en bevorderd worden.
Wordt in Nederland de vrijheid beschermd van degene die protesteert tegen de geestelijke terreur van de radicale islam? In ieder geval niet door de minister van Justitie. Geconfronteerd met fundamentalistische imams, maakt hij zich allereerst zorgen over de vrijheid van godsdienst en van de collecte. Voor Donner staat geld inzamelen voor Al-Kaida kennelijk gelijk aan geld inzamelen voor Memisa. Voor het gemak vergeet hij daarbij de rechten van moslims die helemaal niet met haatzaaiende imams geassocieerd willen worden. Zij hebben, mede dankzij Donner, in dit land geen juridische poot om op te staan.
Er is nog een vorm van geestelijke terreur die wordt toegestaan: de door Arabische zenders uitgezonden antisemitische propaganda en oproepen tot de djihad. Het gaat niet om incidentele uitzendingen die slechts het selecte groepje radicalen bereikt dat de AIVD in de gaten houdt. Het gaat om de honderdduizenden schotelantennes die gematigd islamitisch Nederland rijk is. Te folkloristisch geacht voor een ingrijpen van de overheid? Privilege van de eigen cultuur? Todorov schrijft: 'Evenzo kan geen enkele staat een democratie worden genoemd die aan sommige burgers op grond van hun godsdienst, taal of gewoonte specifieke rechten verleent.' Todorov verwijst daarbij naar geen enkel geloof, het is hem om een andere voorwaarde van de democratie te doen: de gelijkheid voor de wet. Dat laatste dreigt in Nederland een gepasseerd station te worden, zolang de wetten hier slechts de vrijheid van godsdienst beschermen, maar niet de vrijheid van de slachtoffers ervan.
Waar de vrijheid wegebt, komt de vloedgolf van de angst. Opiniemakers trekken zich terug uit het debat. Er is een dodenlijst, bedreigingen bezorgen politie en justitie een dagtaak. Ayaan Hirsi Ali leeft ondergedoken. Geert Wilders bivakkeert op een beschermd adres en fungeert als nationale boeman: de dubieuze vergelijkingen met Janmaat in de pers zijn legio. Marokkaanse acteurs durven geen vervolg te maken op een komedie in moslimkringen. Ayaan Hirsi Ali wil wel Submission deel II draaien, maar stuit op juridisch verzet van twee moslimgezinnen die zich al beledigd voelen door een film die nog niet bestaat. Deze zucht naar censuur wordt niet verworpen, maar bejubeld: prijzenswaardig, dat kiezen voor een rechtszaak en niet voor een ferme steniging. We kijken niet meer op van een poging meer of minder het VVD-kamerlid te diskwalificeren.
In het zwartmaken, ook een totalitair procédé voor het uitschakelen van tegenstanders, zijn alle middelen geoorloofd. Dat inspireerde minister Brinkhorst van economische zaken onlangs tot een gedurfde aanval op Ayaan Hirsi Ali. Waarom op Ayaan? Waarom nu? Houdt dat misschien verband met de opvattingen van zijn aangetrouwde familielid, Hare Majesteit zelve, die onlangs een openbare uitnodiging om Hirsi Ali op te zoeken afsloeg? Was er misschien een reden nodig om afstand te houden van de VVD-politica en bewees Brinkhorst onze vorstin een amice-dienstje door nog een deuk in Hirsi Ali's imago te slaan?
Wie zal het zeggen. Maar Brinkhorst had er zin in. Nadat hij in Vrij Nederland eerst de werkzaamheden van Hirsi Ali met schelden vergeleek, waagde hij zich aan een geëxalteerde metafoor: met haar Submission-reeks zou ze een sigaret aansteken in een munitiedepot. De vraag is natuurlijk hoe het zover heeft kunnen komen dat we in een munitiedepot moeten leven. Maar die vraag vindt Brinkhorst, als Paarse politicus medeverantwoordelijk voor de ontvlambare tijden waarin we leven, kennelijk niet relevant.
Is het een wonder dat in een dergelijk klimaat het gezonde verstand de kluts totaal kwijt is? Nuchterheid legt als eerste het loodje in de benauwde schimmellucht van het totalitaire denken. Maakten we ons een half jaar geleden nog druk om de discussie over de 'toon' van het multiculturele debat, tegenwoordig vindt niemand het gek dat de inhoud van het debat door de agenda van gewelddadige individuen wordt bepaald. Waren we ooit nog bang dat met nieuwe terreurbestrijding, de privacy zou sneuvelen, tegenwoordig offeren we het grondrecht van de vrije meningsuiting met gemak, in een poging de toorn van de godsdienstfanaten te bezweren. Voorzover de privacy nog gewaarborgd wordt, is zij het enige vluchtoord geworden voor alles wat niet gezegd mag worden. Zelfcensuur als overlevingsstrategie is geen nachtmerrie uit voorbije dictaturen, maar een noodzakelijk exercitie in het huidige Nederland.
Hoe is het zover gekomen? Anders dan in het Roemenië van 1989 gingen de mensen op 2 november 2004, na de moord op Theo van Gogh, de straat op omdat ze boos en bang waren. Maar die lawaaidemonstratie was een fopspeen. De massa mocht even uitrazen opdat de volkswoede overzichtelijk bleef. En nu toch iedereen bij elkaar was, waarom geen preek over normen en waarden: houd het hoofd koel, niet iedere moslim is een moordenaar. Toen een paar dagen later een islamitische basisschool afbrandde, deed niemand een beroep op de ratio van moslims: let op, niet alle autochtonen willen jullie dood. De teerling was tenslotte al geworpen. Van de zestien miljoen inwoners van Nederland achtte de overheid de vijftien miljoen autochtonen potentieel xenofoob. Wie dat niet was, kon het bewijzen door een oranje polsbandje te dragen. Eensgezindheid alom over wie de vijand en wie de vriend was. Eenheid van het klassenbewustzijn, heette dat ooit bij Karl Marx. Dit gecollectiviseerde denken is een van de vijanden van de dynamische democratie, die Karl Popper in zijn Open Society noemt.
Paradoxaal genoeg kan juist een sympathieke boodschap verstikkend werken. Dat Nederland na de moskeebranden massaal schuld ging bekennen voor de daden van autochtoon crapuul, getuigt ervan dat het hart van de natie nog niet naar de onderbuik is gezakt. Maar het larmoyante en voyeuristische van die acties was niet in proportie met het gedane kwaad. Knuffelen met willekeurige moslims was in. Men ging op de foto met dames met hoofddoek of men danste met ze in menselijke ketenen tegen zinloos geweld. Een carnavaleske vertoning waarin de essentie van de problematiek verloren ging. Als klap op de vuurpijl achtte Hare Majesteit het ook nog noodzakelijk zich tussen hoogopgeleide, nog niet getalibaniseerde moslims te begeven. Ze poseerde naast een schaal met oriëntaalse lekkernijen druk in dialoog met plezierige jongeren voor wie dialoog nooit een probleem was en zal zijn. Zie je wel, niets aan de hand. Na afloop riep een uitzinnige jongeman tegen het Nos-journaal: 'Zij is de moeder van ons allemaal!' We hebben aan deze mater familias in ieder geval een nieuwe vrijetijdsbesteding te danken: de zinloze dialoog. Voor het gesprek dat er werkelijk toe doet, had ze in de geteisterde Diamantbuurt of bij de beruchte Al Tawheed moskee moeten zijn.
Ten laatste: wat relevant is in tijden van islamitische terreur, wordt verzwegen. Namelijk dat de moslims die geen oorlog met het Westen willen er niet in geslaagd zijn hun geloofsgenoten die dat wél willen in het gareel te houden. De grootste vijand van moslims in Nederland is niet de xenofobe autochtoon, maar de radicale islam. In plaats van te filosoferen over de mate van redelijkheid of radicaliteit van Nederlandse moslims, zou de overheid zich rap moeten toeleggen op het straffen van criminele activiteiten in naam van de islam. Dat zou pas een vreedzaam gebaar zijn naar álle burgers toe. En een bewezen dienst aan de democratie.
Nederland is gelukkig nog ver verwijderd van een theocratie of een andersoortige dictatuur. Maar het autoritaire gedachtegoed dat een totalitair regime een land oplegt, is deel van de huidige Nederlandse mentaliteit. Er rust blijkbaar een houdbaarheidsdatum op de vrijheid die een individu en een natie kunnen verdragen. Het moment is kennelijk bereikt waarop het elan, de kracht en de alertheid die nodig zijn om een democratie draaiende te houden, verzwakken. Capitulatie voor strenge denkbeelden biedt dan misschien een schijn van houvast. Maar de geest is te moe om te bevatten wat er aan het gebeuren is: dat de agressor wint.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.