*

 

Dokter Frankenstein kan artsen veel leren

door Ivan Wolffers − 07/05/05, 00:00

Testosteronpleisters, de polypill: de geneeskunde bedenkt steeds meer om ons jong en gezond te houden. We moeten oppassen dat deze vindingen zich niet tegen ons keren.

In het gemoedelijke Duitse plaatsje Ingolstadt maakt Victor Frankenstein nieuw leven uit kadavers, maar zijn schepping blijkt een onbeholpen zombie te zijn. Teleurgesteld laat Frankenstein het monster aan zijn lot over en keert terug naar het huis van zijn vader. Frankenstein's schepping probeert op eigen kracht mens te worden, maar faalt en wreekt zich op zijn maker. Hij vermoordt diens jongste broer, vervolgens diens vriend en uiteindelijk tijdens de eerste huwelijksnacht Elisabeth, Frankenstein's bruid, waarna Victor's vader van schrik aan een hartaanval overlijdt.

Het verhaal uit 1817 van Mary Shelley, vrouw van de dichter Percey Shelley, is een parabel voor de uitdagingen waar de geneeskunde zich voortdurend voor gesteld ziet.

Wij kunnen steeds meer, maar wat gebeurt er als we onze innovaties de rug toekeren? Dat wil zeggen: alleen maar introduceren en toepassen, maar geen moment nadenken over wat de mogelijke consequenties van de veranderingen zijn.

In de jaren zeventig werd het gebruik van hormonale therapie ter bestrijding van overgangsklachten geïntroduceerd. 'Forever young' was de reclameleus. De makers van deze medicijnen deden er alles aan om te zorgen dat de overgang ook als ernstig medisch probleem gezien werd. Na tien jaar werd duidelijk dat met het gebruik van alleen oestrogeen het risico op het krijgen van baarmoederslijmvlieskanker bijna verdubbelde. Geen nood. De producenten combineerden oestrogeen met progesteron en dat risico was weer verdwenen.

Het belang van de behandeling leek nog groter toen benadrukt werd dat het de kans op osteoporose, hartinfarcten, beroertes en de ziekte van Alzheimer verkleinde. Op het hoogtepunt van het gebruik slikte in Nederland zo'n 20 procent van de vrouwen in de overgangsleeftijd jarenlang hormonale therapie. In de VS was dat bijna 50 procent. Totdat drie jaar geleden duidelijk werd dat door de hormonale therapie de kans op borstkanker, hartinfarcten en beroertes toenam. Opvliegers voorkomen ten koste van een groter borstkankerrisico. Moet je daarvoor zulke risico's lopen?

Inmiddels is de testosteronpleister voor mannen geïntroduceerd. Het houdt mannen jong en energiek. In de Verenigde Staten zijn de pleisters al bijzonder populair. Toch weten we dat testosteron één van de belangrijke factoren is bij het ontstaan van prostaatkanker. Zal dat toenemen? De gezondheidsautoriteiten in de VS hebben een onderzoek naar de lange termijn effecten gelast. De eerste resultaten worden in 2012 verwacht. Tot die tijd mogen mannen die jong en krachtig willen zijn het middel gebruiken.

In toenemende mate bemoeit de moderne Frankenstein zich met onze lichamen. Behalve veranderingen in levensstijl (verstandig eten, liever niet roken), worden we ook gestimuleerd om steeds meer medicijnen te slikken om onze risico's te beperken. Middelen om osteoporose te voorkomen kwamen al even langs, maar daarnaast zijn er ook deskundigen die ervoor ijveren dat we de polypill te gebruiken, een combinatie van twee bloeddrukverlagende middelen, een cholesterolverlager, aspirine en foliumzuur. En dat is alleen nog maar ter preventie van hart- en vaatziekten.

Er wordt ook al gepleit voor gebruik van medicijnen om borstkanker te voorkomen. Het gaat wel ten koste van een wat grotere kans op baarmoederslijmvlieskanker, maar wat is erger? Niet ingrijpen lijkt onverantwoord te zijn geworden.

Het boek van Mary Shelley is een raamvertelling. Victor Frankenstein vertelt zijn verhaal aan kapitein Walton, die met zijn schip naar de Noordpool vaart. Frankenstein wil daarheen omdat hij op het monster jaagt om het te vernietigen. Maar Walton wil zijn bemanning niet blootstellen aan de risico's van de barre tocht en besluit terug te keren. Kapitein Walton vindt dat er grenzen zijn. Victor Frankenstein niet. Er is geen simpel antwoord op de vraag of je medische innovaties voortdurend moet gebruiken. Het scheppen is één ding. Er verstandig mee omgaan is iets anders. Dat kan als veel mensen er over meedenken. Het kan echter niet zo zijn dat een belanghebbende, die baat heeft bij massaal gebruik van een innovatie de discussie stuurt en het beleid bepaalt. Waar wordt naar gezocht? Naar interventies die de ziekten van arme mensen in ontwikkelingslanden bestrijden? Of wordt gezocht naar wat te verkopen valt aan mensen in rijke landen, die alles al hebben, alleen nog niet de eeuwige jeugd?

Voor elke beginnende medische student zou dokter Frankenstein op het lijstje verplichte boeken moeten staan.

mailIcon print |