*

 

Foute situaties, juiste keuzes

Willemien Ruys, Parijs / Ton Rozeman − 07/05/05, 00:00

Twee verticale streepjes kleurden genadeloos roze. Ze schudde haar warrige krullen naar achter en haalde diep adem. Ze was blijkbaar toch niet onvruchtbaar. Haar krakende kater bracht haar terug in de realiteit. Een nare achtersmaak van kots van de vorige avond deed haar maag opnieuw omdraaien. Zou ze het kind in aanmaak eruit kunnen kotsen? Ze spoelde haar mond en liep terug naar de zitkamer. Haar twee vrienden keken haar met verwachtingsvolle ogen bezorgd aan. ,,Ben in ieder geval niet onvruchtbaar.''

Mooier had hij het niet kunnen verwoorden, dat ze vruchtbaar bleek was prettig, dat ze zwanger was verre van. Zwangerschap wordt meestal met blijdschap aangekondigd en ontvangen, maar bij haar niet, niet nu in ieder geval. Die gewaarwording maakte haar weer misselijk. Ze excuseerde zich met haar hand voor haar mond.

Het mannenmeisje, dat meer dronk, meer zin had in seks, meer rokkenjager was, harder boerde, harder sloeg dan de stoerste van haar vrienden, meer man was dan de gemiddelde man, werd nu hard met haar vrouwelijkheid geconfronteerd door een groeiend iets in haar buik. Hoe ze het zover had kunnen laten komen was helaas niet eens een vraag. Hoe het verder moest ook niet. Toch voelde ze een ongewoon sterke behoefte aan eindeloos veel vragen.

Twee weken later kon ze pas geholpen worden, twee weken zou ze nog aan hoofdpijn, humeurwisselingen, misselijkheid, huilerigheid en ultiem vrouwzijn lijden. In alcohol of sigaretten kon ze haar heil ook niet meer zoeken, omdat het idee eraan al voor instant misselijkheid zorgde. Twee weken kwam haar onvoorstelbaar lang voor. Twee weken vergeten dat tijd bestaat en dat zonder alcohol? Ze duwde de zoveelste dvd in haar computer. Twee weken hersenvergiftiging, een keer niet van alcohol. Nu moest ze alweer huilen. Huilen waarom wist ze niet meer, huilen zomaar, zomaar om haar zelfgecreëerde ellende, huilen om het feit dat ze meer vrouw bleek dan ze verwacht had. Misschien wel het meest huilen om het trieste gegeven dat ze het leventje in haar, door haar eigen schuld, de kans op leven moest ontnemen.

Maar wat voor een leven zou zij het kindje kunnen bieden, het kindje van wie de genenmix haar bij voorbaat tegenstond. De vader/dader was tenslotte maar een probeersel geweest, een oefening om te kijken of ze kon accepteren dat iemand van haar hield. Alleen had hij dat op zo'n vrouwelijke manier gedaan dat ze vaak haar handen in de lucht had geworpen, zogenaamd smekend tot god dat ze om een man had gevraagd en niet om een vrouw. Waarop hij zich beledigd en zuchtend omdraaide, wat bij haar zo veel irritatie opwekte dat ze moeite moest doen om hem niet spontaan de deur uit te schoppen.

Sowieso was er in haar leven, vooralsnog, geen ruimte voor een kind, en misschien ook wel niet voor een serieuze relatie. Tegen beter weten in stak ze een sigaret op en liep alvast naar de WC.

Twee weken later was het gebeurd, haar fout uit haar gezogen. Alles was goed gegaan, ze hadden het juiste weggezogen, ze was niet verkracht tijdens haar volledige narcose. Weg fout. Maar wat overbleef was een naar leeg gevoel iets slechts te hebben gedaan. Een pijn in haar buik die geen fysieke pijn was, maar wel zo voelde. Ze was gebroken en voelde zich bijzonder triest. Het was ook niet meer dan normaal dat ze hier nog een flinke tijd om zou rouwen. Zolang al die hormonen maar verdwenen, dan kon ze de dingen weer op een rijtje zetten, zichzelf onder handen nemen, schoonmaak houden, eindjes aan elkaar knopen. Nadenken over de foute situaties waar ze niet in had moeten komen, maar waarin ze wel de juiste keuzes had gemaakt.

mailIcon print |