*

 

Kortsluiting

Ria van der Starre / Ton Rozeman − 07/05/05, 00:00

Het is al laat in de avond als de telefoon gaat. Ik kom zo snel overeind dat ik duizel, dan neem ik op en zeg mijn naam.

De stem van mijn vader, trillend: ,,Ik wil een nieuwe lamp indraaien en ik wil daarvoor een schroevendraaier van zolder halen, maar nou kan ik de zolder niet vinden. Ik ben helemaal in de war.''

Ik aarzel of ik hem zal zeggen dat hij om een zuster moet bellen, maar ik hoor dat hij erg van streek is, en hij belt natuurlijk niet voor niets naar mij. ,,Weet je wat?'' zeg ik. ,,Als jij nou een lekkere pot koffie zet, dan ben ik over een half uur bij je.''

Hij lacht alweer een beetje als hij ophangt, en ik hoop dat het ritueel van koffie zetten hem kalmeert.

Even later rij ik de route naar het verzorgingshuis. Ik houd er rekening mee dat hij weer een kleine hersenbloeding heeft gehad en dat hij de eerste uren de kluts kwijt zal zijn. Ik hoop maar dat hij nog wel weet hoe hij koffie moet zetten.

Het parkeerterrein van het huis is nagenoeg leeg, en als ik uitstap ruik ik de geur van de rivier. De nachtportier opent de deur voor me. De gangen zijn verlaten, de bewoners hebben zich teruggetrokken in hun kamers. Achter een enkele deur hoor ik televisiegeluiden. Mijn vader heeft zijn deur al opengezet, en ik ruik de geur van verse koffie.

,,Zal ik gelijk inschenken?'' vraagt mijn vader met de pot in zijn hand.

,,Lekker'', zeg ik, en ga aan de tafel zitten. Mijn vader is weer aardig bijgetrokken. Ik bekijk de kleine ruimte: het aanrecht met een paar kastjes, de hoek met zijn bed en het zitgedeelte. Vroeger woonden we in een ruime eengezinswoning. Op de zolder was mijn vader vaak aan het knutselen en hij bewaarde er zijn gereedschap.

Ik neem een slok van mijn koffie. Mijn vader begint weer over de de kapotte lamp boven het aanrecht . Om hem te verwisselen moest hij het beschermkapje eerst losmaken. Dit lukte niet goed en hij bedacht dat hij beter even een schroevendraaier van zolder kon halen. ,,Ik loop naar de deur daar'', zegt hij, wijzend naar zijn buitendeur. ,,En toen kon ik ineens de zolder niet meer vinden, ik wist helemaal niet meer waar ik was.''

,,Een kleine hersenbloeding'', zeg ik. ,,De dokter heeft je dat laatst uitgelegd. Een soort kortsluiting. Dan ben je altijd even in de war.''

,,Het is wel raar hoor'', zegt hij dan. We zwijgen een poosje en kijken naar buiten, naar een schip dat over de rivier passeert.

,,Daar vaart een van de jongens van Verschoor nou op'', zegt hij ineens. ,,Met zijn vader heb ik in de oorlog in Belgiƫ vastgezeten.'' Als een oud jasje glijdt het verhaal dat nu volgt over mijn schouders. Ik krijg er geen genoeg van om te luisteren naar de tijd waarin hij als zandschipper over de rivieren voer.

,,Het is al laat'', zeg ik na een klein uur. ,,Kom, ik zal de kopjes nog even voor je afwassen en dan ga ik naar huis.'' Mijn vader lijkt zichzelf te hebben teruggevonden en begint aan zijn rituelen voor het slapen gaan.

Spoedig rijd ik door de verlaten straten naar huis. Daar is iedereen al in diepe rust, en ik ga gelijk door naar bed. In gedachten loop ik mijn gezin langs: man, dochter, zoon. Iedereen is de dag doorgekomen en is weer veilig thuis. Sinds langere tijd is ook mijn vader in het rijtje opgenomen. En met de wetenschap dat hij inmiddels ook veilig in bed zal liggen, laat ik de slaap over me heen komen.

mailIcon print |