*

 

Grote geld strijdt tegen armoede

Han Koch − 18/12/04, 00:00

De ruileconomie koppelen aan de geldeconomie, of de hervorming van de pensioenstelsels. De grootbanken in Nederland gaan hulp bieden in ontwikkelingslanden en zichzelf en passant ook profileren.

DEN HAAG - Hij ziet zichzelf het liefst als makelaar. ,,Mijn rol is het peilen van de behoeften in ontwikkelingslanden en die koppelen aan de expertise hier in Nederland. Expertise bij de banken en bij het ministerie van financiën. Ik vorm de verbinding tussen projecten in ontwikkelingslanden, Nederlandse expertise om ze uit te voeren en potjes geld ter financiering. Maar we gaan niet zelf projecten uitvoeren.'' Zo vat Jacco Knotnerus, per 1 januari directeur van het Nederlands Samenwerkingsverband voor financiële sectorontwikkeling, zijn functie het liefst samen.

De afgelopen weken heeft hij gebruikt om het terrein voor het samenwerkingsverband af te bakenen. Dat terrein valt niet onlogisch samen met de achtergrond van de drie namen die verbonden zijn aan het initiatief van het partnerschap: Ewald Kist, voormalig bestuursvoorzitter van bankverzekeraar ING, Jeroen Kremers (bewindvoerder namens Nederland bij het Internationaal Monetair Fonds) en Agnes van Ardenne (minister voor ontwikkelingssamenwerking). ,,Met zes tot zeven landen zullen we beginnen'', denkt Knotnerus. De groep die Kremers bij het IMF vertegenwoordigt, komt in beeld met onder meer Roemenië en een lijstje van Van Ardenne.

Roemenië, zo realiseert Knotnerus zich, is niet direct een ontwikkelingsland. ,,Maar er is een groot verschil tussen het platteland en de steden. En wat we daar gaan doen, zal niet zijn wat de banken daar ook zelf kunnen doen. De activiteit moet additioneel zijn.'' Als Knotnerus spreekt over de banken heeft hij het over ABN Amro, ING, Fortis, Rabo en de ontwikkelingsbank FMO.

,,Hoofddoel is het vergroten van de toegang voor de lokale bevolking in ontwikkelingslanden tot financiele diensten, een bankrekening, krediet en een verzekering. Niet doordat de Nederlandse banken hun kantoren uitbreiden, maar door het geven van technische assistentie. Voorbeelden? In gebieden waar de ruileconomie nog een grote rol speelt, moeten we op zoek naar mogelijkheden om die nog niet ontsloten gebieden in de financiële wereld te betrekken.'' Dat kan, denkt Knotnerus, door bijvoorbeeld de mobiele telefoon te gebruiken voor het overboeken van geld. In die zin zou hij het niet gek vinden als Interpay, gespecialiseerd in betaalsystemen, toetreedt tot de groep.

,,In landen waar al wel met kleine kredieten wordt gewerkt (microkrediet) zie je dat veel instellingen nog geen spaarproducten leveren. Die microkredietinstellingen mogen soms nog geen deposito's aantrekken omdat het toezicht niet up to date is. En ook daar kan kennis worden geleverd.

Maar dat geldt ook voor het opzetten van pensioenstelsels. Met pensioenvoorzieningen creëer je een grote binnenlandse spaarpot. Die pensioenfondsen moeten hun geld kwijt en zullen dat willen uitlenen aan lokale bedrijven. Die pensioenfondsen zijn sterk groeiend, dat zie je bijvoorbeeld in Brazilië en Peru.

De opkomst van pensioenfondsen is ook op een ander punt goed. In veel landen heeft een concentratie van banken plaatsgevonden, waardoor bedrijven van steeds minder lokale banken afhankelijk zijn geworden. Met de komst van de pensioenfondsen komt er diversificatie van de geldstroom.'' Het gevolg daarvan is een lagere rente, en dat kan leiden tot meer bedrijvigheid en zo een afname van de armoede.

Enige vrees dat de banken het samenwerkingsverband zullen gebruiken om hun eigen expansie te bevorderen is terecht, maar is ook onderkend. ,,De banken zullen elkaar daarop scherp in de gaten houden'', zo verwacht Knotnerus.

Vandaar ook dat niet in gebieden wordt geopereerd waar ze al actief zijn. Maar de banken mogen zich via hun steun wel op de kaart zetten voor bijvoorbeeld onderzoeksopdrachten van de Wereldbank.

mailIcon print |