“t Is kenlijck dat oock dese courant, wesende allicht de beste der Laege Landen, gedecideerd heeft het kruys en de verdruckinghe van de iongste spellingsreformatie niet te obediëren.
Voorwaer, een troostelijck besluyt. Immers in de taelgebruycken gaet men de laetste jaeren zijn gangh oft niet geschiedt en waer. Telkens moeten de klocken een andere klanck gheven en de kinderen van deze Landen weten aent beghin van een sententie al niet meer hoedat sij sal eyndighen. Het hoghe dreygement, uitgheroepen en de verspreyt in alle hoecken, van de president der Babelsche Spraeckverwarring, sinjeur Van den Toorn, dat men aen de versche taalleer niet moet rammelen want “De wijzingen zijn al vastgelegd in de spellingswet' vermagh ons niet te beweghen. Immers, al de Coursen, Stromen, Diepten ende Sanden die de Vaderlandschen spraeck in de laetste eeuwen is gepassseert, ghelijck oft Guychelaers en Koordt-dansers waren die haer uytmaeckten, hebben gheen nut geschaft tot het ghemeene besten. Het is een werck van een goet Vader des huysghesins dat zijn ghesinde mag begrypen waertoe dit dient ende waertoe dat. Waertoe dan van den ene oogenblick opt ander de grote Middeleeuwen niet langher met een majuscule M geschreven? Het is al periculeus gekaeckel en gesnap om over ons te tyraniseren. In luttele jaeren sal mijn oir door al deese seer onscherpsinnighe besluyten mijne Schrifture niet of averecht lesen en dinghen daeruyt verstaen datter geensins in gheschreven en staet. Ziet hoedat al deese ondeughdsame willekeuren der Vaderlandsche Betweters ons Volk jammer, verdriet ende ellendigheydt verschaft hebben. Wy lagchen alreeds om de schrifturen der Groten, als sinjeur Kloos, wyl zij ons door de quade wercken der spraeckgoochelaers als ydel gheklap of het gekryt van konstige oproermaeckers klincken: “Ik denk altoos aan u als aan die dromen, / Waarin een gansen, langen, zaalgen nacht / Een nooit gezien gelaat ons tegenlacht, / Zó onuitspreeklijk lief, dat bij het domen / Des bleken uchtends nog de tranen stromen'. Ende van de sententien van Vader Cats oft Vondel trecken wij ons niets meer aen wijl we se niet langher verstaen dank dese verwaentheyd der lieve Spraeckdoctoren met haer langhe Tabbaerts. Het is in Enge-landt een gebruyck dat de spraeck onverlet blijft en ziet, oock ellendighe, arme of onguere menschen lezen er Shakespeare noch oft dagelyksen en profijtelijken kost is. Spraeck moet een cieraad zijn, een welriekend Kruyd, niet een verdervend opwerpsel ofte kwalycke soppe, waarin men naer Willekeur en Privilegie omroert om haar deughdsame Ondersaten te plaghen. Merck toch hoe sterck nu bereids op het pampieren wit de behoeftighheydt aen vastigheydt tot Maledictien ende Vervloeckingen toeleydt. Een natie die haeren spraeck onversadiglijk met reformatien overlaedt, gaet op den duur als van wijn en bier overladen slingerend by der straten. Dit is soo klaer dat het vorder uytlegginghe niet en behoeft.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.