Het is onverstandig nazi-symbolen te verbieden. Docenten hebben ze nodig bij de lessen over de holocaust. En wat doen we dan met hamer en sikkel?
De foto van de Britse prins Harry met een hakenkruis op zijn arm heeft de discussie doen oplaaien over het verbieden van het dragen van nazi-symbolen. In Duitsland bestaat zo'n verbod en Europees Commissaris Frattini zou overwegen een Europees verbod op het dragen van hakenkruisen in te stellen. En de Italiaanse oud-minister van justitie heeft de eerste nazi-dreigbrief al ontvangen.
Juist omdat het bestrijden van racisme zo belangrijk is moeten we onszelf de vraag durven stellen welke maatregelen het meest effectief zijn. Een verbod op symbolen klinkt daadkrachtig, maar werkt het wel goed uit?
Deze week werd herdacht dat zestig jaar geleden Auschwitz werd bevrijd. Door het verstrijken van de tijd zijn er steeds minder ooggetuigen van de verschrikkingen die de jongeren van nu de lessen van toen kunnen doorgeven. Scholen en onderwijzers die zelf de oorlog niet hebben meegemaakt nemen deze taak over. Deze lessen kunnen beter met symbolen worden gegeven. Want alleen zo leren jongeren wat voor een verschrikkelijk regime en afschuwelijke wandaden achter de nazi-symbolen staan.
Een verbod is ook niet zo makkelijk te handhaven, zo blijkt ook uit de praktijk in Duitsland. Hakenkruisen zijn verboden, maar een iets aangepast ontwerp mag wel. En wat te doen met bioscoopfilms, documentaires en tv-producties?
Een Europees verbod opent bovendien de doos van Pandora. Waarom wel een verbod van het hakenkruis en geen verbod op de hamer en sikkel? Jarenlang heeft de bevolking van Midden en Oost-Europese landen zwaar geleden onder een communistische dictatuur. Nu al gaan stemmen op om, als er toch symbolen worden verboden, ook oud-communistische symbolen in de ban te doen. Zo loopt de discussie snel uit de hand.
Commissaris Frattini kan beter het misbruik van symbolen aanpakken. Een Europees verbod is wel zinnig voor het met behulp van symbolen aanwakkeren van vreemdelingenhaat, beledigen van bevolkingsgroepen of ridiculiseren van geloofsrichtingen. Dat sluit aan bij de praktijk in Nederland, waar aanzetten tot haat of discriminatie strafbaar is.
Ook moet Europa het kaderbesluit tegen racisme en vreemdelingenhaat weer oppakken. Dit commissievoorstel uit 2001 wil uitingen van racisme en vreemdelingenhaat in alle EU-lidstaten zwaar strafbaar stellen. De voorgestelde sancties zijn in een aantal gevallen zwaarder dan op dit moment het geval is in die lidstaten waar racisme en vreemdelingenhaat al is verboden. In een maatschappij waarin de spanning tussen bevolkingsgroepen oploopt, moet de overheid duidelijke grenzen stellen wat wel en wat niet kan. Daarbij horen duidelijke sancties. Voor Nederland zou uitvoering van het kaderbesluit betekenen dat de maximum gevangenisstraf voor het opzettelijk aanzetten tot haat of discriminatie wordt verhoogd van één naar twee jaar.
Zo'n nieuwe aanpak maakt een einde aan de situatie dat niet in alle landen van de EU vreemdelingenhaat en racisme even duidelijk strabaar is gesteld. Het onderwerp is te belangrijk om vrijblijvend aan individuele lidstaten over te laten. Europa is een gemeenschap van waarden en zou geen knip voor de neus waard zijn als hier geen verantwoordelijkheid wordt genomen. In de EU mogen geen eilanden van tolerantie bestaan.
Een verbod op het dragen van hakenkruisen en andere nazi-symbolen klinkt heel doortastend en dapper. Maar inhoud en resultaat van nieuwe maatregelen zijn harder nodig dan goed klinkende symboolwetgeving. Het is dan ook hoogste tijd dat de raad van ministers van binnenlandse zaken en justitie het dit weekend eindelijk met elkaar eens wordt over het kaderbesluit uit 2001. Het Europees Parlement heeft er al in 2002 positief over geoordeeld.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.