*

 

Ik hoop nog op een wonder

door Arjan Visser − 29/01/05, 00:00

Willem van de Sande Bakhuyzen (Arnhem, 1957) is theater- en filmmaker. Voor televisie maakte hij onder andere de series 'Pleidooi', 'Oud Geld' en 'De Enclave'. In het theater oogstte hij succes met de regie van 'Cloaca', een toneelstuk van Maria Goos. Zaterdag 24 januari beleefde de familiefilm 'Lepel' zijn première. Vorig jaar, tijdens de voorbereidingen van de speelfilm 'Leef!', werd bij Van de Sande Bakhuyzen een ernstige vorm van darmkanker geconstateerd. Het lukte hem de opnamen af te ronden en inmiddels werkt de regisseur aan de verfilming van Gipharts 'Ik omhels je met duizend armen'.

I

GIJ ZULT GEEN ANDERE GODEN VOOR MIJN AANGEZICHT HEBBEN.

,,Mijn opa was wel gelovig. Hij is honderddrie geworden dus, ja, misschien is het waar dat mensen die in God geloven langer leven. Ik sluit niet uit dat ik ook... maar nee, ik knap toch af op het beeld van die man met die baard, de associaties met de kerk. Ik geloof in veel meer dingen dan die ene God. Ik geloof ook in vorige levens. Ongeveer zeven jaar geleden ben ik naar een cranio-sacraal therapeut geweest. Die therapie komt er, grofweg, op neer dat je door het aftasten van het cranio-sacraal systeem -van hersenen tot heiligbeen- blokkades kunt opsporen en wegdrukken. Op een bepaald moment kwamen er, nadat die therapeut zijn handen langere tijd op een één plaats had gehouden, allerlei beelden bij mij naar boven. Heel helder, heel krachtig. Ik zag een piramide, een sarcofaag en ik onderging een pure doodsangst... ik heb geschreeuwd, gekrijst - waanzinnig! Later bedacht ik me dat ik die beelden nooit zelf gecreëerd kon hebben, het leek mij het bewustzijn van een andere tijd. Waarmee ik maar wil zeggen: ik sluit niets uit. Ik maak deel uit van een groter geheel -we zijn niet alleen- maar ik ben niet bereid mijn kracht uit te leveren aan een of andere abstracte vaderfiguur, of oppermacht. Ik ben zelf verantwoordelijk.''

II

GIJ ZULT U GEEN GESNEDEN BEELD MAKEN NOCH ENIGE GESTALTE VAN WAT BOVEN IN DE HEMEL, NOCH VAN WAT BENEDEN OP DE AARDE, NOCH VAN WAT IN DE WATEREN ONDER DE AARDE IS

,,Niet uitleveren, maar overgeven. Dat vind ik een veel mooier beeld. Ik ga voor niemand op de knieën, maar ik vind het niet erg om meegenomen te worden; om mij te laten overweldigen. Ik sta ervoor open. Ja, dat geldt ook het bestrijden van mijn ziekte. De chemotherapie lijkt aan te slaan, maar dat wil niet zeggen dat ik het daarbij laat. Ik bezoek ook homeopathische artsen, onderga een soort kleurentherapie, drink een Japans drankje en denk erover een vent in Brazilië op te zoeken die, met niet meer dan een keukenmesje, mensen opereert en beter maakt. Dat wil zeggen: God zou via hem de zieken genezen. Ze noemen hem John of God. Ik zie die tocht langs alternatieven niet als afgoderij en ook niet als een wild goose chase. Ik ben niet wanhopig. Ik ga door met de chemokuur en hoop dat ik ergens, onderweg, nog op een wonder stuit.''

III

GIJ ZULT DE NAAM VAN DE HEER UW GOD NIET ZONDER EERBIED GEBRUIKEN

,,Er werd in ons milieu behoorlijk gevloekt. De gedachte daarachter is waarschijnlijk: wie maakt me wat? Als je een beeld wilt hebben van hoe het er bij ons thuis aan toeging, moet je nog eens naar 'Oud Geld' kijken. We hadden natuurlijk niet zo'n huis en ook niet zoveel geld, maar qua sfeer lijkt het sprekend op de omgeving van mijn jeugd. Natuurlijk, het zijn de teksten van Maria Goos, maar het is mijn wereld. En die van Gijs Scholten van Aschat. Ook Annet Nieuwenhuizen komt ervandaan. Ik hoor mijn vader nog met deuren slaan en gvd roepen... ik gebruik nu die afkorting omdat ik niemand wil kwetsen, maar voor mijn vader was dat beslist geen beladen woord. Ik weet niet hoe lang 'kut' al in zwang is, maar met zo'n woord zou mijn vader waarschijnlijk veel meer moeite hebben gehad.''

IV

GEDENK DE SABBATDAG, DAT GIJ DIE HEILIGT, ZES DAGEN ZULT GIJ ARBEIDEN EN AL UW WERK DOEN; MAAR DE ZEVENDE DAG IS DE SABBAT VAN DE hERE UW gOD, DAN ZULT GIJ GEEN WERK DOEN

,,Toen ik net ziek was, kon ik mijn hele leven vullen met alleen maar sociale afspraken. Het ging behoorlijk slecht met mij en mijn vrienden draaiden diensten: er was altijd iemand bij me in de buurt. Maar hoe leuk en lief iedereen ook was, na een tijdje wilde ik weer aan het werk. Er moest weer iets gebeuren. Dat heb ik ook met alleen zijn. Als ik alleen ben, word ik een beetje balsturig, onrustig. Vorig jaar ben ik een week naar Sitges geweest, bij Barcelona. Daar werkte ik halve dagen aan 'Lepel' en de rest van de tijd bracht ik door aan zee, starend naar de golven. Ik kwam wel tot zekere inzichten, maar uiteindelijk verlang ik weer naar rumoer, naar mensen om mij heen. Bang? Ja, dat zou kunnen. Ik vind het niet zo leuk in mijn eentje.''

V

EER UW VADER EN UW MOEDER

,,Ik heb wel eens in een interview gezegd dat ik onder een glasplaat van vormelijkheid ben grootgebracht. 'Ach jongen', zei mijn moeder toen ze het had gelezen, 'is het nou wel nodig om dat allemaal te vertellen?' Ja, daarmee slaat ze inderdaad de spijker op z'n kop: in het milieu waar ik vandaan kom, gelden heel veel codes en gedragsregels die... hoe zal ik dat netjes zeggen... die niet bepaald uitnodigen tot werkelijke intimiteit. Het was niet koud of kil in huis -stel je nu geen marmeren hal, holle voetstappen en stijve jurken voor- maar met terugwerkende kracht moet ik toch zeggen dat ik iets heb gemist.

Ik was een slim jongetje dat, zoals mijn moeder altijd zei, over een briljant stel hersens beschikte en fluitend naar school ging. Ik speelde hockey, zat veel bij vrienden en vriendinnen, haalde makkelijk mijn eindexamen en volgde precies de route die voor mij was uitgestippeld. Zo ging dat bij ons: de mannen werden arts, advocaat of econoom en de vrouwen studeerden hooguit om een leuke vent tegen te komen. Uiteindelijk kwamen we allemaal in de huizen terecht waarin onze ouders ons hadden grootgebracht. Ik ging rechten studeren, maar kwam in aanraking met het toneel. Ik raakte daar zo aan verslingerd, dat ik mijn studie afbrak en mij meldde bij de Toneelschool in Maastricht. Mijn vader was zeer teleurgesteld. Hoe kon ik, met mijn vermogens, het recht verruilen voor dat toneelgepruts, voor dat gerommel in de marge? Ik maakte in Maastricht kennis met een andere wereld, dat was een verpletterende ervaring. Zo veel vrijheid, zo veel intimiteit. Het was alsof de grens tussen mij en de anderen werd opgeheven. Het was een keerpunt in mijn leven. Helaas strandde ik al in het eerste jaar. Dat was ook het jaar waarin het uitging met mijn grote liefde en ik mijn vader verloor. Toen stond ik ineens met lege handen. In die tijd heb ik wel eens gedacht: ik ga naar Antwerpen, koop een pistool en schiet mezelf door mijn kop. Toen ik weer bij zinnen kwam en mijn wonden had gelikt, ben ik doorgegaan met het theater. Ik voelde een enorme  drive:  voor mijn dertigste moest ik mijn bestaansrecht hebben bewezen. Ik wil niet ergens op driehoogachter eindigen. In de loop der jaren is gebleken hoe puur mijn ambitie is: als ik regisseer, ben ik helemaal vervuld. Zo ongelooflijk gelukkig. Het is een verslaving; ik kan het niet laten om dingen te maken.

Ja, ik heb wel eens gedacht dat ik vroeg zou overlijden, net zoals mijn vader. Wie weet, dacht ik, draag ik ook zo'n tijdbom in me. Vroeger, toen ik nog veel rookte, ging ik ervan uit dat ik aan longkanker zou bezwijken, maar toen ons eerste kind werd geboren, vond ik dat ineens zo'n idiote instelling dat ik kort daarna ben gestopt. Ik heb toen ook het idee dat ik jong zou sterven vaarwel gezegd. Afijn, nu blijkt er dus toch een tijdbom te zijn...

Soms denk ik: zie je, het klopt dus toch, maar dat is niet de overheersende gedachte. Er is zo'n school, van mensen uit de antikankerbeweging, die ervan uitgaat dat je ziekte over jezelf afroept. Zolang je maar op de juiste manier leeft, de juiste diëten volgt en de juiste middelen slikt, kan je niets overkomen. Dat klinkt toch een beetje als: eigen schuld, dikke bult. Het doet me ook erg denken aan die grauwe, humorloze, uitgedroogde sfeer die vroeger rond de macrobiotiek hing. Daar moet ik niets van hebben. Het leven moet ook een beetje aangenaam blijven.''

VI

GIJ ZULT NIET DOODSLAAN

,,Ik heb als scholier ooit mijn sigaret uitgedrukt in een wesp. Het was een rare, morbide actie waar ik nog altijd spijt van heb. Ik weet niet of ik een mens kan doden, maar ik heb er wel een paar dood gewenst. Als ik weer eens zo'n verhaal lees over een paar jongens die iemand hebben doodgetrapt, komt onvermijdelijk de gedachte aan wraak in mij naar boven. Ik heb trouwens wel eens iemand een bloedneus geslagen. Ik regisseerde bij het studentencorps en we gingen, na de repetitie, op de sociëteit nog iets drinken. Ik droeg een door mijn vriendin gebreide trui die kennelijk bij een stel van die apen als fout werd ervaren. Een van die jongens begon eraan te trekken. Ik heb hem drie keer gevraagd daarmee te stoppen. Toen hij nog niet luisterde heb ik hem, met een volle vuist, midden in zijn gezicht geslagen. Dat was absoluut not done. In het corps gelden allerlei gedragsregels en één van die regels is: altijd met de vlakke hand slaan. Die jongen is later nog opgepakt wegens de verkrachting van twee vrouwen. Ik denk met genoegen terug aan die ene dreun.''

VII

GIJ ZULT NIET ECHTBREKEN

,,Of mijn echtscheiding te maken heeft met mijn verslaving aan het regisseren? Eh... dat is een lastige vraag. Zijdelings. Ja, misschien heb ik mij ook in het werk gestort doordat ik in mijn relatie iets ging missen... maar ik vind dit wel moeilijk hoor, heb je geen andere vraag voor me? Of ik een trouw man ben? O... ja, dat is ook een enge vraag... ik wil het zijn, maar ik ben het niet geweest. Ik heb mij, in de laatste jaren met Adrienne niet zo netjes gedragen. Maar het zou te simpel zijn om te zeggen dat mijn huwelijk op overspel is stukgelopen. We hebben een lang huwelijk gehad, maar op een gegeven moment had ik het gevoel dat het voor mij niet meer werkte. We zijn uit elkaar gegroeid, of uit elkaar gedreven door een veelheid van dingen. Voor mij zijn die laatste jaren van ons huwelijk dramatisch geweest. Ik denk dat ik heel lang, heel somber ben geweest. Ik was nooit waar ik dacht dat ik moest zijn. Het leek wel alsof ik altijd ergens anders was. Alleen als ik werkte, voelde ik me thuis. Die twijfel -hoe verder? Gaan we uit elkaar, of toch maar niet?- was vreselijk. Ja, ik voelde me ook schuldig, maar het was vooral de twijfel die mij opbrak. Het voelde echt als een bevrijding toen die onhelderheid werd opgeheven. Het klinkt misschien raar, maar ik heb mij de laatste maanden -ondanks mijn ziekte- heel erg gelukkig gevoeld omdat ik eindelijk uit die lange tunnel was gekropen. Gelukkig zijn Adrienne en ik hier samen goed uitgekomen. Wij staan op zeer goede voet en hebben een liefdevolle omgang met elkaar, maar onze tijd als geliefden is voorbij.''

VIII

GIJ ZULT NIET STELEN

,,Die Maastrichtse toneelschool, dat was één grote, vrijgevochten dievenbende. Daar heb ik voor het eerst gestolen. Ik geloof dat het een Edammer kaas was. Wij stalen alleen maar levensmiddelen; ons huishouden draaide erop. Nee, ik heb mij nooit bezwaard gevoeld, maar ik heb sindsdien ook niet meer gestolen. Het hoorde niet eens zozeer bij mij. Het hoorde bij dat leven, daar op de toneelschool in Maastricht.''

IX

GIJ ZULT GEEN VALSE GETUIGENISSEN SPREKEN TEGEN UW NAASTE

,,Of ik beter gedij in een schijnwereld? Ik weet het niet... volgens mij is de wereld van het theater en de film, paradoxaal genoeg, allebei: echt en onecht. Het is een zeepbel, niet van oppervlakkigheid, maar een bel waarin wij -makers, spelers- op ontdekkingstocht gaan. We kruipen in een andere werkelijkheid en brengen die zo waarachtig mogelijk tot leven. Het is zo'n mooi proces, het is... ik zal niet zeggen dat ik mij daar gelukkiger voel, maar ik moet wel toegeven dat een bestaan zonder die wereld me wel erg saai lijkt.

Ik zal je eens iets moois vertellen. Ik ben ooit bij een oude Indiaan geweest, dat wil zeggen: bij een Ier in wie een oude Indiaan huist, een stem, een medium of hoe noem je zoiets? Hij heette White Bull en hij zei, zonder te weten wie ik was; 'Jij bent hier op aarde om dit werk te doen. Dit is jouw rol in het leven'. Het was alsof mijn tomeloze passie, mijn drift om te regisseren, daarmee in één klap werd gelegitimeerd. Ik vond het een ontroerend moment. Ik hoef dit niet langer te bevechten. Ik mag zijn. Ik mag dit werkelijk, vol overgave, doen.''

X

GIJ ZULT NIET BEGEREN UWS NAASTEN HUIS; GIJ ZULT NIET BEGEREN UWS NAASTEN VROUW, NOCH ZIJN DIENSTKNECHT, NOCH ZIJN DIENSTMAAGD, NOCH ZIJN RUND, NOCH ZIJN EZEL, NOCH IETS DAT VAN UW NAASTE IS

,,Soms ben ik jaloers. Als ik een regie zie, iets wat ongelooflijk virtuoos is: hoe kom je erop, wat een verbeeldingskracht, wat een visie! Dat is geen verbeten jaloezie, het is eerder bewondering. Maar soms heeft het ook met budget te maken: in Amerika kun je hele teams aan het werk zetten. Ik wilde mijn vleugels uitslaan naar het buitenland, maar ik weet niet of dat nu nog mogelijk is. Dat had overigens niets te maken met het vergroten van een persoonlijke status, het was eerder een behoefte om uit te vinden hoe ver ik met mijn werk kon reiken. Als je altijd in de Alpen klimt, wil je op een dag ook wel een keer het Himalayagebergte in.

Ik heb mij nooit zo beziggehouden met het gedoe erna, de première, de feesten - de genoegens van het maken zijn voor mij vele malen groter. Toch moet ik, vanaf nu, proberen net zou bruisend, juichend en gelukkig te zijn in mijn privé-leven. Ik wil zoveel mogelijk tijd met mijn kinderen doorbrengen. Aandacht schenken aan mensen. Plezier beleven. Ja, daar moest ik kennelijk eerst ziek voor worden, maar ik vind dat zelf niet wrang. Ik sprak laatst met iemand die hetzelfde heeft als ik. Ze vertelde dat ze vreselijk boos was. Dat begrijp ik eerlijk gezegd niet zo goed. Op wie moet ik dan boos zijn? Blijkbaar -dat is een belangrijk woord in mijn leven- blijkbaar moet het zo zijn. Ik weet nog goed: vlak voor de operatie, probeerden ze een foto van mijn buik te maken en de verpleegkundige zei: 'We zijn op zoek naar een kwaadaardige tumor'. Dat had ik nog niet eerder gehoord. Kwaadaardig. En mijn eerste gedachte was: nu ga ik dus naar het licht. Ik was heel kalm. Helemaal niet angstig. Dat is nog altijd mijn beeld. 'Het licht' komt te vaak terug in ervaringen van mensen om zoiets te negeren. Ik wil niet zeggen dat ik nooit somber ben... mijn God, gierende huilbuien, ontroostbaar, machteloos. Wat kan ik doen? Niets! En wat heb ik aan gedachten over vorige levens? Niets. En toch hebben de positieve buien de overhand: alles heeft zin. Ik wil ervoor zorgen dat ik de dingen goed afmaak, geen losse eindjes laten

slingeren. Ik leef veel meer in het moment. Ik geniet van wat er is, van wat ik heb. Ik leef per dag. Er kan nog zoveel moois gebeuren! Ik denk nooit: ik had nog graag tien jaar erbij gehad. En ik ga er ook niet van uit dat ik die tien jaar nog wél haal. Dat zou net zoiets zijn als zeker weten dat ik de Staatsloterij ga winnen. Het enige wat ik kan doen is zoveel mogelijk loten kopen.''

mailIcon print |