*

 

'Die meid bepaalt zelf wel wat ze kiest'

door Gonny ten Haaft − 29/01/05, 00:00

Campagnes als 'Kies Exact' hebben niet of nauwelijks effect gehad. Rolmodellen werken beter, voor meisjes én jongens.

Meisjes die gemiddeld een 6,5 voor hun eindexamen hebben, kiezen geen exacte studierichting. 'Ik heb maar een 6,5', denken deze meisjes. Jongens met hetzelfde cijfer, hebben deze reserves niet. 'Ik heb een 6,5 – ik kan het', redeneren de jongens.

Hoe haal je de reserves bij de meisjes weg? Dat is een vraag waar velen zich het hoofd over breken. Eén antwoord is bekend: als diezelfde meisjes les hebben gehad van vrouwen, is de drempel minder hoog.

,,Rolmodellen blijken heel belangrijk te zijn voor meisjes”, weet Hans Corstjens, directeur van het Platform Bèta en techniek. ,,Ik weet nog dat ik bijna schrok toen ik dit voor het eerst hoorde. Dan hebben we nog een lange weg te gaan, dacht ik toen.”

Het platform heeft een ambiteuze doelstelling: in 2010 moet 15 procent méér jongeren voor een bètatechnische opleiding kiezen. Eén ding weet Corstjens zeker: dat lukt niet alleen met een campagne. ,,Ook het onderwijs en de banen moeten aantrekkelijker worden. Anders heb je die meisjes eerst lekker gemaakt voor een technische opleiding, maar voelen ze zich na de eerste schooldag al bekocht.” Corstjens doelt op overheidscampagnes als 'Kies Exact' (van 1987 tot 1989) en 'Een slimme meid is op haar toekomst voorbereid' (van 1990 tot 1993). Minister Van der Hoeven (onderwijs) zei laatst tijdens een bijeenkomst dat deze campagnes zinloos zijn geweest, maar zo zwart is het niet.

,,Iedereen kent ze nog steeds”, merkt Gertje Joukes van de vereniging voor vrouwen in het hoger technisch onderwijs (VHTO). ,,Alle neuzen – van ouders, docenten en decanen – staan nu de goede kant op. Dat is een belangrijk effect.”

Na een jaar 'Kies Exact' kende ook 95 procent van de leerlingen deze campagne. Maar, zo blijkt uit onderzoek, veel meisjes die aanvankelijk van plan waren een exact vak te kiezen, zagen daar uiteindelijk toch van af.

Volgens Jan Engberts, die destijds aan deze campagnes heeft meegewerkt, is inmiddels duidelijk dat de campagemakers er ten onrechte van uitgingen dat jongeren zo'n boodschap van ouderen zouden aannemen. ,,Ouderen vertelden aan jongeren wat ze moesten doen. Dat werkt niet, die meid bepaalt dat zelf wel.”

Bovendien, vertelt Engberts, hebben campagnemakers geleerd dat jongeren veel informatie willen hebben over wat ze met een opleiding of studierichting kunnen doen. Voor meisjes geldt dit nog sterker dan voor jongens, ervaart Gertje Joukes.

,,De vraag 'waar doe ik het voor' leeft bij meisjes sterk. Ook daarom zijn die rolmodellen zo belangrijk: vrouwen die zo dicht mogelijk bij de meisjes staan, kunnen hen dit vertellen.”

En campagnes om jongens voor 'vrouwelijke' opleidingen en beroepen te interesseren? Voor de verzorging en verpleging zijn die er in Nederland nooit geweest, althans niet van die landelijke overheidscampagnes met mooie strategieën.

Uit de archieven duiken hooguit enkele acties uit een grijs verleden op. In 1905 voelden de mannen in de verpleging zich bijvoorbeeld door de 'feminisering' van hun beroep bedreigd. De broeders besloten zich te organiseren en riepen andere mannen op de verpleging in te gaan.

Voor de lerarenopleidingen, echte vrouwenbolwerken, geldt hetzelfde. Grootschalige campagnes zijn nooit gevoerd, al is het volgens onderzoekers wél hoog tijd voor acties die het imago van het beroep kunnen verbeteren. ,,Pedagogische academies en het werken als docent in het basisonderwijs hebben weinig status. Dat is 'iets voor vrouwen', denken scholieren”, concludeerde het Amsterdamse Kohnstamm Instituut kortgeleden in het rapport Paboys gezocht. Een documentaire of een soap kan een manier zijn om deze beeldvorming bij te stellen, luidt het advies.

Ook deze onderzoekers denken dat alleen een aanpak 'op vele fronten tegelijk' kan werken. Ze geven tips hoe de pabo's en het docentenberoep aantrekkelijker kunnen worden gemaakt voor mannen. Ook nu blijkt de inzet van mannelijke voorbeelden heel belangrijk. ,,De beeldvorming over het beroep en de keuze voor het beroep vinden al op jeugdige leeftijd plaats”, schrijven de onderzoekers. ,,Jongens moeten al vroeg door aantrekkelijke rolmodellen worden voorgelicht.”

mailIcon print |