Vier kinderen van asielzoekers die hier al jaren woonden, moesten basisschool De Muze in Nijmegen al verlaten. Hun vertrek valt leerkrachten en klasgenoten zwaar.
De Muze is op het eerste gezicht een doodgewone Nijmeegse openbare school met 350 leerlingen. Halverwege de jaren negentig vroeg de gemeente of de school bereid was een groep kinderen uit het nabijgelegen asielzoekerscentrum aan te nemen. Doel was de kinderen te helpen om te integreren in de Nederlandse samenleving. En dat ging goed. Leerkracht Ada van Dalen die op De Muze de asielzoekerskinderen begeleidt: ''Wij vonden het waardevol dat onze leerlingen op deze manier in contact komen met andere culturen.'' Maar vorig jaar kreeg de school een drastische verandering te verwerken. Er zijn dertig leerlingen, verspreid over alle klassen, die bijna allemaal zijn uitgeprocedeerd. Zij wachten tot de rechter definitief een streep onder de procedure van hun ouders trekt. De school krijgt zo'n twee weken van tevoren te horen dat ze het land worden uitgezet.
Vaak gaat het om gezinnen met kinderen die hier al jaren naar school gaan. De Muze moet omgaan met de angst en onzekerheid die dit niet alleen voor de vluchtelingenkinderen, maar voor alle leerlingen en de leerkrachten veroorzaakt. En dat is eigenlijk te zwaar, zegt Van Dalen. ''Onze leerlingen begrijpen het echt niet. Waarom zij hier zelf wel mogen wonen en andere kinderen niet. ' Maar die en die is hier geboren, dán mogen ze toch wel blijven?', vragen ze. Leg dat maar uit als leerkracht. Dit zijn te grote, te heftige onderwerpen voor die kinderkoppies. De kinderen zijn heel boos en teleurgesteld in de regering, in hun land.'' Het regeringsbeleid, waarmee de Tweede Kamer instemde, schrijft voor dat alle mensen die nog onder de oude asielwet vallen en hier al meer dan vijf jaar zijn, nu versneld te horen krijgen of ze mogen blijven. Ze kunnen vervolgens vrijwillig vertrekken of ze worden opgehaald door de vreemdelingenpolitie. Het gaat om enkele duizenden gezinnen in heel Nederland.
''Voor de leerkrachten is het ook zwaar: misschien is het dan geen oorlog meer in het land van herkomst, het is toch geen positieve stap. Die kinderen zijn hier al zo lang, ze zijn gehecht. Je weet dat het slechter met die kinderen gaat. Dat blijft in je zitten. Het is moeilijk om een punt achter te zetten.'' Het nieuwe beleid werd vorig jaar voelbaar op De Muze. Een van de leerlingen, Susan, twaalf jaar oud en al jaren in Nederland, werd het land uitgezet. Ze moest terug naar Irak. Inmiddels zijn ook Maryam Zamani uit groep acht en haar twee jongere broertjes Mostafa en Nasser terug naar Afghanistan en is de vrees dat de school nog dertig leerlingen zal moeten missen.
Een uitzetting grijpt diep in. Leerkracht Ada van Dalen kan haar tranen niet bedwingen als ze praat over de laatste keer dat ze de 13-jarige Maryam zag in het uitzetcentrum in het Groningse Ter Apel. Maryam en haar broertjes woonden met hun moeder zes jaar in Nederland en Maryam ging vier jaar naar De Muze.
''Ik had gehoord dat Amnesty International heeft bedongen dat alleenstaande moeders niet naar Afghanistan mogen worden uitgezet'', zegt Van Dalen. ''Ik probeerde haar moeder te overtuigen die mogelijkheid te benutten. Maryam zei niks maar ik zag aan haar ogen dat ze het zó graag wilde. Maar haar moeder kon niet meer, ze was op. Die is opgegroeid met oorlog, vervolgens hier in Nederland murw geworden van het procederen. Ze kon niet meer vechten. En Maryam -een slim, verstandig meisje -wilde haar moeder niet afvallen. Dus zei ze maar niets. Nu zit ze in Kabul en heeft ze heimwee.'' Als een laatste wanhoopspoging is een delegatie leerlingen met Maryam en haar broertjes een week voordat het gezin uitgezet werd, nog in een stoet naar het stadhuis in Nijmegen gegaan. Toch is De Muze terughoudend in protesten. ''We kiezen in eerste instantie voor de rust op school. Je kunt de kinderen niet meeslepen in protestacties. Bij de volgende uitzetting zullen we wel iedereen oproepen om als protest gebroken hartjes voor de ramen te hangen.'' Van Dalen is onlangs wel met een ouder van school naar de vaste kamercommissie van justitie in Den Haag gegaan om uit te leggen wat er op school aan de hand is. ''We willen naar buiten brengen dat hier kinderen uit hun huis worden gehaald. Voor de kamerleden is het makkelijker, die verschuilen zich achter beleid en regels. Maar als ze deze mensen zouden kennen, zouden ze ook niet willen dat dit gebeurt. Ongeacht of het verhaal van de ouders klopt of hoe veilig het land van herkomst is: er wordt totaal voorbijgegaan aan de rechten van deze kinderen.'' Met een paar ouders heeft Van Dalen een werkgroep om iets voor de mensen te doen. ''Maar dat moet allemaal in de avonduren.”
Ongewild en ongevraagd worden alle leerlingen van De Muze sneller groot dan andere kinderen. ''Het is ook voor de Nederlandse kinderen onveilig als dat soort dingen om hen heen gebeuren. Ze zijn hun zekerheden kwijt.'' ''Wij als volwassenen kunnen nog beredeneren: dat zijn nu eenmaal de regels. Maar kinderen niet. Die zien onrecht. En er hangt de dreiging van een volgende uitzetting. Hoeveel uitzettinggen kun je aan? Je moet elke keer de klas en jezelf weer in het gareel krijgen.”
Tot hun uitzetting een feit is, draaien kinderen van asielzoekers meestal prima mee. Asielzoekerskinderen zijn vaak kinderen die graag willen leren. Van Dalen: ''Ze zouden het liefst in de vakantie nog naar school gaan. De school is de veilige haven, daar is structuur. Een kind wil heel graag normaal zijn. AZC-kinderen praten meestal alleen onder elkaar over hun problemen, niet op school.”
''Maar vergis je niet: die kinderen weten van elk negatief besluit dat het gezin krijgt. Asielzoekerskinderen worden vooruit geschópt in het volwassen worden. Ze zijn vaak moeder of vader voor broertjes en zusjes, omdat ouders het niet meer aankunnen. De kinderen zijn tolk, ze doen de contacten met school, vullen formulieren in. Alleen op school kunnen ze gewoon kind zijn.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.