Na precies twee jaar is de frêle Amerikaanse sopraan Nancy Allen Lundy terug in Amsterdam. In het Muziektheater zingt ze wederom met groot succes de rol van prinses Lan in de betoverende opera 'Tea' van de Chinese in Manhattan wonende componist Tan Dun. De Nederlandse Opera herneemt de enscenering die Pierre Audi ervan maakte. In oktober 2002 ging die in Tokio in wereldpremière en kwam begin 2003 naar Amsterdam.
Deutsche Grammophon heeft zojuist een dvd uitgebracht van de wereldpremière en volgend jaar staat de enscenering van 'Tea' wederom gepland voor Tokio, evenals voor Shanghai en San Francisco. Aan al deze producties doet of deed Nancy Allen Lundy mee en prinses Lan is daarmee een soort van signature role voor haar geworden. ,,De rol is zo speciaal, zo mooi'', verzucht Allen Lundy, ,,en het is natuurlijk voor mij heel bijzonder dat Tan Dun de muziek op mijn stembanden heeft geschreven. Hij weet precies hoe ik zing, wat ik met deze stem kan doen en hoe die kan klinken. Ik ben echt ontzettend dankbaar en blij dat ik deze rol weer mag doen en het voelt fantastisch om Lans melodische lijnen opnieuw te kunnen zingen, nog dieper in dat personage door te dringen. Zo wordt prinses Lan echt een stukje van mezelf, zeker ook door de manier waarop Pierre Audi mij met haar laat omgaan, hoe hij mij naar haar laat kijken. Van Audi's bedoelingen begrijp ik steeds meer, hoe je bijvoorbeeld met een simpele draai van het hoofd dramatisch al zoveel kunt zeggen.''
Tijdens het gesprek klinkt Allen Lundy's stem kleintjes en zacht, wellicht het gevolg van de première-party de avond ervoor die tot in de vroege ochtenduren is doorgegaan. Zo zittend in een taco-shop, colaatje onder handbereik, gympies onder een spijkerbroek en een modieus brilletje op, zou niemand Allen Lundy aanzien voor een operazangeres. Dat is ook helemaal niet erg voor iemand die ooit dacht dat ze als loungezangeres, zichzelf begeleidend achter de piano, haar ultieme baan zou kunnen hebben. Ze lacht om de ontboezeming.
,,In de bossen in het noorden van Minnesota was die wens wel heel reëel hoor! Eigenlijk wilde ik het liefst popzangeres worden, totdat ik op een dag de stem van Jessye Norman hoorde en er onmiddellijk verliefd op werd. Ik was totaal overrompeld door het geluid van die stem; mysterieus klonk die, alsof ik iets hoorde dat uit een andere wereld kwam. Dat wilde ik ook! Op het conservatorium in Rochester -de school waar ook Renée Fleming werd opgeleid- bleek direct dat ik qua techniek en stembandontwikkeling heel erg achterliep. Ik moest echt keihard werken om alles bij te benen. Gelukkig werd ik daarna aangenomen bij het Juilliard Opera Center in New York, waar ik -nog steeds het gevoel hebbend dat ik achterliep- drie jaar in opleiding was. Vandaar was het eigenlijk maar een kwestie van het Lincoln Plaza oversteken naar de New York City Opera en daar ontmoette ik Tan Dun.''
Allen Lundy vertelt gnuivend over die ontmoeting met de Chinese componist. Volgens haar viel hij tijdens een auditie echt voor haar fijnzinnige stem, maar haar uiterlijk hielp ook. Tan is volgens Allen Lundy een liefhebber van vrouwelijk schoon en zij refereert in dat verband aan de drie Japanse schoonheden die in 'Tea' op zo'n wonderbaarlijk manier muziek maken met water, papier en keramiek. Inmiddels zingt Allen Lundy veel verschillende muziek van Tan Dun. Is ze niet bang om te veel een specialist te worden?
,,Ik ben een echte vechter tegen labels. Ik haat labels. Wij zangers hebben het wat dat betreft erg lastig. Violisten bijvoorbeeld worden nooit ergens op vastgepind, maar als je als zanger een paar keer succes hebt met eigentijds repertoire wil iedereen je ineens daarvoor hebben. Ik ben -net als elk ander die van het conservatorium komt- in eerste instantie een musicus, die zich kan openstellen voor elke stijl. Het is wel zo dat de kleur en de grootte van je stem het werkterrein bepalen. Ik weet dat ik met mijn kleine stem bijvoorbeeld nooit Wagner zal zingen, maar het Italiaanse belcanto bijvoorbeeld is perfect voor mijn stem. Het is zo ongeveer de beste muziek -afgezien van die van Tan Dun natuurlijk- die ik me bij mijn stem kan voorstellen. Er is geen enkele muziek die de stem zo optimaal laat uitkomen als het belcanto.''
Maar voorlopig is het toch vooral moderne muziek die Allen Lundy te zingen krijgt: een rol in 'Margaret Garner' van Richard Danielpour in Cincinnatti en Pat Nixon in John Adams 'Nixon in China' in Portland. En natuurlijk haar geliefde prinses Lan. Allen Lundy zingt in de taco-shop zachtjes een frase voor uit 'Tea'; haar stem meandert tussen heel kleine intervallen. ,,Hoor je! Het is niet echt een triller, meer een continue glissando tussen minuscule toonsafstanden. Audi heeft heel goed begrepen hoe hij dat in acteren moest vertalen. Eigenlijk is het niet eens echt acteren, meer een slow motion beweging die perfect bij die lange Tan Dun-frases past. En dat Audi je op blote voeten laat lopen! Ook al zo goed aangevoeld. Ik heb nog nooit een stuk van Tan Dun gezongen met schoenen aan! Ja, het was echt een great day toen ik Tan Dun ontmoette.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.