*

 

De strooiwagen

Mark Traa − 07/01/05, 00:00

Er zijn van die lijstjes met triviale vragen waarmee je in het leven kunt worstelen. Dit is er eentje: hoe komt de bestuurder van een strooiwagen op zijn werk? Een tikje flauw natuurlijk, maar hij is wel illustratief voor onze kennis van de Hogere Zoutstrooikunde. Die mag zeer beperkt worden genoemd, maar op zich is dat ook weer niet zo verwonderlijk. Het ambacht wordt veelal buiten ons zicht beoefend. De zoutstrooier strooit op onmogelijke uren, wanneer wij nog niet eens in de gaten hebben dat het buiten glad is.

Ook buiten onze waarneming blijkt een hele organisatie rond het zoutstrooien te bestaan. Rijkswaterstaat, gemeenten, particuliere bedrijven, meteorologen, wetenschappers -ze hebben allemaal hun vinger in de pap. Alleen al op de rijkswegen blijken er zo'n vijfhonderd strooiwagens beschikbaar die hun zout ophalen uit een honderdtal depots. Er bestaan dienstkringen, regio's die elk hun eigen strooiwagens en strooimensen hebben. Die opereren los van elkaar, omdat het nu eenmaal niet overal glad is. De wagens gaan rijden nadat op basis van de weerberichten is geoordeeld dat het op de weg te gevaarlijk dreigt te worden door de gladheid. Dan worden de arme chauffeurs uit hun bed getrommeld -en ja, die gaan gewoon met de auto naar het werk.

We noemden het niet voor niets Hogere Zoutstrooikunde. Een cynische ondertoon is daar niet op zijn plaats. Onderzoekers hebben zich regelmatig gebogen over de vraag wat het ideale strooisel is. Het is in elk geval geen keukenzout, maar een veel grover industrieel zout. Lange tijd werd het goedje in een droge vorm gestrooid, maar daar is men inmiddels van af. Tegenwoordig zijn er vooral natzoutstrooiers in gebruik. In een strooiwagen zit vijf ton zout en twee ton pekelwater, dat in gemengde vorm op het wegdek belandt. Droog zout verwaait sneller en is minder nauwkeurig te strooien.

Als we strooiwagens zien, weten we: het is menens. Met enig ontzag blijven we erachter sukkelen. Er zijn sukkels die een strooiwagen inhalen. We lazen het bericht van iemand die bang was dat de lak van zijn auto door het zout zou worden beschadigd en toen besloot vóór de strooiwagen uit te rijden, hetgeen hij bekocht met een slip in de berm.

Goed beschouwd is de strooiwagen het enige langzame verkeer waarvoor we nog enig respect kunnen opbrengen. Bouwverkeer is buitengewoon irritant, tractoren zijn om gek van te worden. Een strooiwagen heeft daarentegen een enorm krediet.

Afgelopen zomer reed er in Flevoland zelfs een wagen die een mengsel van zout en zand strooide op wegen waarvan het asfalt door de hitte plakkerig was geworden. Niet overdrijven met de verwennerij, zouden we bijna zeggen.

mailIcon print |