Er studeren meer vrouwen dan mannen. Vrouwen studeren ook sneller. Zelfs bij technische studies is het studierendement van meisjes hoger.
Als je kijkt naar studierichtingen die bij mannen en vrouwen populair zijn, zie je veel overeenkomsten. In 2003 staan bij beide geslachten de academische studies rechten, psychologie, bedrijfskunde en geneeskunde aan de top. Vooral bedrijfskunde kent een enorme groei. Het aantal mannen en vrouwen dat bedrijfskunde studeert, is sinds 1992 bijna verdrievoudigd.
De pabo's (lerarenopleidingen) en kunstacademies zijn ook bij beide geslachten in trek, net als de hbostudies commerciële economie en mer (management, economie en recht), blijkt uit de database SKI 2004 van het Centrum Hoger Onderwijs Informatie (CHOISE). Bij vrouwen scoren ook de pedagogische studies hoog, een opleiding waar bijna geen man zich aan waagt. Bij de mannen doet een 'echte mannenstudie', namelijk bouwkunde, het goed.
Bèta-opleidingen trekken nog steeds relatief weinig meisjes. Bij elektrotechniek zitten er per honderd studenten 97 jongens in de collegezaal en 3 meisjes. Dit geldt ook voor werktuigbouwkunde op het hbo. Alleen de Hogeschool van Utrecht lukte het om in 2003 bij werktuigbouwkunde van de 178 nieuwkomers 18 meisjes te werven. ,,Dat komt omdat we de studie in een technische en een toegepaste 'stroom' hebben gesplitst”, vertelt opleidingsmanager Henk Kroon. ,,Die laatste trekt veel meisjes.”
Een opvallende verandering is te zien bij diergeneeskunde. Twaalf jaar geleden was de verdeling man/vrouw nog bijna gelijk, vorig jaar was al driekwart van de diergeneeskundestudenten vrouw. Dit komt vooral omdat de belangstelling bij jongens sterk afneemt, niet omdat zoveel meer vrouwen dierenarts willen worden.
Het enthousiasme voor een universitaire studie Frans daalt ook sterk, vooral bij meisjes. In 1992 schreven nog 1330 studenten zich voor Frans in, onder wie 1130 meisjes. In 2003 waren dat er 390, 90 jongens en 300 meisjes.
In 2003 waren er net zoveel mannelijke als vrouwelijke eerstejaars aan de universiteiten, in totaal ruim 40 000. De populairste instelling bij de vrouwen is de Universiteit Utrecht: 62 procent van de eerstejaars is vrouw. Naast de technische universiteiten hebben alleen de Erasmus Universiteit Rotterdam en de Universiteit van Tilburg meer jongens dan meisjes rondlopen.
Meer vrouwen betekent voor de universiteit een hoger slagingspercentage. Immers, van alle eerstejaars in 1997 had zes jaar later de helft van de vrouwen een bul. Van hun mannelijke jaargenoten was slechts ruim een derde afgestudeerd, blijkt uit cijfers van het CBS. Medische studenten, zowel mannen als vrouwen, studeren het snelst. Technieken letterenstudenten doen juist lang over hun opleiding. Soortgelijke resultaten zijn er op het hbo. Op alle hogescholen tezamen schreven zich vorig studiejaar meer meisjes dan jongens in: 58 000 versus 50 000. Vierenveertig procent van de mannen en 58 procent van de vrouwen haalt hier in vijf jaar het diploma. Studenten gezondheid en zorg zijn wederom het efficiëntst. Over economische en kunststudies doen veel studenten juist lang.
Bij kunstopleidingen ligt het aantal studenten dat zijn opleiding (snel) afmaakt laag, omdat kunstenaars niet zo makkelijk aan een baan komen. Veel studenten hebben daarom niet zo'n haast met afstuderen. Ook haken veel studenten gaandeweg af omdat de kunstopleidingen streng blijven selecteren. Tweedeen derdejaars kunnen nog steeds te horen krijgen dat ze geen kwaliteit hebben.
Op de christelijke hogeschool De Driestar, een lerarenopleiding met een reformatorische identiteit in Gouda, ligt het rendement het hoogst: bijna driekwart van de eerstejaars studenten haalt binnen vijf jaar zijn diploma. Op deze school zitten – niet verrassend gezien dit hoge rendement – twee keer zoveel meisjes als jongens. Eenmaal met het diploma op zak beginnen de verschillen in het nadeel van de vrouw. In de afgelopen tien jaar groeide het aantal vrouwen in wetenschappelijke functies weliswaar sterk, maar het blijft laag. In 2003 was 30 procent van alle wetenschappelijke medewerkers vrouw, van de assistenten in opleiding was dit zelfs 40 procent. In hogere functies zijn deze percentages veel lager: van de universitaire hoofddocenten is 14 procent vrouw en van de hoogleraren slechts 8,5 procent.
Vooral op de technische universiteiten zijn er weinig vrouwelijke wetenschappers. De TU Delft had deze zomer slechts acht vrouwelijke hoogleraren. De TU streeft nu naar minimaal vijftien vrouwelijke hoogleraren aan het einde van 2006. De universiteit vindt dat meer vrouwelijke wetenschappers een meerwaarde geven. Ook hoopt ze zo meer vrouwelijke studenten te 'lokken'. Om dit te halen, moet er volgens het college van bestuur een cultuuromslag plaatsvinden. Begin volgend jaar komt er daarom een workshop voor het personeel, waarin de medewerkers moeten leren de verschillen tussen mannen en vrouwen te accepteren en respecteren. Zo werken vrouwen in tegenstelling tot mannen liever samen; de TU wil die mogelijkheid gaan bieden.
Een succesvolle poging om meer vrouwen naar hogere functies te laten doorstromen, was het project 'Aspasia'. Vrouwelijke universitair docenten konden een onderzoeksaanvraag indienen bij de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek (NWO). Als de aanvraag werd goedgekeurd, moest de universiteit deze docent onmiddellijk bevorderen tot universitair hoofddocent (uhd). Bij een positieve beoordeling na vijf jaar was de universiteit verplicht deze benoeming 'permanent' te mamaal ken.
Uit een evaluatie van het Nederlands Genootschap Vrouwenstudies blijkt dat van 1999 tot 2003 bijna honderdvijftig wetenschapsters door Aspasia opklommen tot universitair hoofddocent. Zonder dit project zouden dat er volgens de planning slechts dertig zijn geweest.
Andere maatregelen hebben minder resultaat. Zo hebben verscheidene universiteiten in de afgelopen jaren financiële beloningen in het vooruitzicht gesteld aan faculteiten die een vrouw in de top weten te krijgen. Sommige instellingen geven ook een boete van tienduizenden euro's als faculteiten vrouwen 'wegjagen'. Zowel de beloningen als de boetes hebben tot nu toe weinig opgeleverd.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.